“Psychische mishandeling is net zo erg als slaan”

Meisje kijkt naar meer

De moeder van Chelsea* (20) heeft borderline en dronk te veel. Nog altijd heeft haar dochter daar veel last van. “Ik heb vaak te horen gekregen dat ik niet goed genoeg ben, dat ik er beter niet had kunnen zijn.” Maar instellingen grepen niet in. “Mijn zusje, broertjes en ik waren zogenaamd niet in gevaar.”

Chelsea was 2 jaar toen haar ouders uit elkaar gingen. Sindsdien leeft ze in twee totaal verschillende werelden. “Mijn vader is er gewoon als ik hem nodig heb. Hij doet geen gekke dingen in mijn bijzijn. Hij is rechtvaardig. Ik weet wat ik van hem kan verwachten.”

Maar haar moeder is nooit goed in staat geweest voor haar te zorgen. Als klein meisje was Chelsea al vaak alleen of bij opa en oma. En wanneer haar moeder wél thuis was, dan moest haar dochter het vaak ook alleen zien te redden. Waar andere ouders ’s morgens zorgden voor ontbijt en hun kind naar school brachten, lag die van Chelsea nog op bed.

Beschadigd en onzeker

Het ergste was nog wel de geestelijke mishandeling. “Ze was vaak boos, ook als ik niks deed. Ze schold me uit of liet me ergens achter en zei dat ik zelf maar moest zien terug te komen. Ook heb ik vaak te horen gekregen dat ik niet goed genoeg ben, dat ik er beter niet had kunnen zijn.” Al die afwijzingen hebben haar beschadigd, haar onzeker gemaakt.

Sinds ze een jaar of 14 is, legt Chelsea een verband tussen het gedrag van haar moeder en haar alcoholgebruik. Ook weet ze inmiddels dat het vele drinken voor haar moeder een manier was om te ontsnappen aan haar psychische problemen. Ze heeft namelijk een borderline stoornis.

Loyaal aan het gezin

Toch bleef Chelsea loyaal aan haar. Of liever gezegd aan het zusje en de broertjes die ze kreeg nadat haar moeder een nieuwe man had ontmoet. “Ik heb verschillende keren de kans gehad om volledig bij mijn vader te gaan wonen. Maar nadat mijn zusje was geboren, vond ik háár het belangrijkste. Ik wilde niet dat zij en mijn stiefbroertjes hetzelfde over zich heen zouden krijgen als ik.”

Ze is nu 20 jaar en heeft zich steeds meer ontpopt tot steun en toeverlaat van haar moeder. “Mijn stiefvader is een goeie man hoor. Hij helpt waar nodig. En hij ís er wel gewoon. Maar ook hij kiest soms voor alcohol als uitweg.” Chelseas moeder drinkt nu minder dan vroeger. Als ze vindt dat haar man de fles moet laten staan, zoekt ze een bondgenoot in haar dochter. “Ze betrekt me bij alles. Ook bij de zorg voor en de opvoeding van mijn zusje en broertjes.” Chelsea is nog niet van plan om op zichzelf te gaan wonen. “Maar als ik dat wel zou doen, wordt het lastig om dat los te laten, dat helpen.”

KOPP/KOV-groep was keerpunt

De KOPP/KOV-groep (groep voor kinderen van ouders met psychische en/of verslavingsproblemen) waar Chelsea vorig jaar aan deelnam, was voor haar een keerpunt. “Ik besefte dat ik niet de enige was met een moeder die iets had.” De andere meisjes in de groep begrepen haar. Daardoor voelde ze zich veilig. “Ik was niet meer bang om mijn verhaal te delen. En ik was ook niet bang voor wat ze van me zouden denken.” Door de KOPP-groep durft ze zich nu ook naar anderen meer open te stellen.

Ze kwam bij de KOPP/KOV-groep terecht via een vertrouwenspersoon op school. Eerder was Chelsea ook wel doorverwezen naar instellingen die haar hadden kunnen helpen. Maar in de praktijk veranderde er niets. De 20-jarige klinkt fel als ze het daarover heeft. Want ondanks duidelijke aanwijzingen in haar dossier – een tiental zorgmeldingen en het alcoholgebruik van haar moeder – werd niet ingegrepen. “Instellingen zagen alles door de vingers, omdat wij zogenaamd niet in gevaar waren. Maar zo hoort een moeder niet te doen. Psychische mishandeling is net zo erg als slaan.”

Ga op je gevoel af

Ze adviseert professionals in de zorg op hun gevoel af te gaan. “Luister niet teveel naar wat de regering of de gemeente zegt. Ga langs bij een gezin en kijk door die moeder heen die ja en amen zegt.”

Voor andere volwassenen in de omgeving van kwetsbare kinderen heeft ze ook goede raad: “Je ziet aan de buitenkant niet dat een kind kwetsbaar is.” Maar er zijn wel allerlei signalen. “Een moeder die steeds op het laatste moment afbelt voor een afspraak op school. Een kind dat altijd dezelfde kleding aanheeft. Een vriendinnetje van jouw kind dat komt spelen en nooit zin heeft om terug naar huis te gaan.”

Tenslotte nog een tip voor lotgenoten: “Blijf praten. Wees eerlijk tegen jezelf en tegen anderen. Zeg wat je dwarszit. Je bent het waard om geholpen te worden.”

*Op verzoek van de geïnterviewde gebruiken we niet haar echte naam.