“Herken signalen en durf in te grijpen”

Als beleidsadviseur van de gemeente Hilvarenbeek heeft Sanne Abrahams de onderwerpen zorg, veiligheid en jeugdbeleid in haar dossier. “Kindermishandeling gaat me aan het hart”, zegt ze. “Wij volwassenen hebben de plicht om kinderen uit een onveilige situatie te halen, thuis of waar dan ook. Want weet je: die kinderen weten vaak niet beter.”

‘We zijn hier met elkaar begaan. Ook met onze kinderen’

“Landelijk komt vier procent van de meldingen over kindermishandeling vanuit het onderwijs”, weet Sanne. De cijfers schudt ze zó uit haar mouw, professioneel en kalm. Ze kan vervolgens slecht haar boosheid verbergen over hoe veel kinderen te lang aan hun lot worden overgelaten. “Vier procent!”, herhaalt ze. “Terwijl vrijwel alle kinderen in Nederland onderwijs krijgen!”

Beroepskrachten die werken met onze kinderen deinzen nog steeds terug bij vermoedens van kindermishandeling. Sanne begrijpt de schroom, maar heeft er geen begrip voor. “Wegkijken kan écht niet. Herken signalen en durf in te grijpen. Ga in gesprek met het kind als het vaak ziek is, blauwe plekken heeft of overdreven druk of juist rustig is. ‘Hoe is het met je? Alles goed thuis?’ Als je twijfels houdt kun je, nee: móet je als beroepskracht de ouders aanspreken. ‘Het valt me op dat uw kind stil is, vaak schrikt, moe, snel afgeleid. Ik maak me wat zorgen. Gaat het wel thuis? Kan ik iets voor je doen?’ Ja, dat is knap moeilijk. Daarom duurt het al gauw zeven jaar voor een mishandeld of verwaarloosd kind geholpen wordt. Zeven jaar! Dat willen we in onze gemeente zo lang niet laten duren. Dat pakken we hier samen aan!”

Vandaar een lokaal ambassadeursteam Verbind voor het Kind, een regionale Taskforce Kindermishandeling
en de website www.zorgenomeenkind.nl. Hier kan iedereen informatie vinden over hoe je jezelf of een kind of ouder uit je buurt, sportclub of vriendenkring kunt helpen als het niet lekker gaat. “We zijn in onze gemeente altijd met elkaar begaan. Laten we dat ook zijn met onze en elkaars kinderen. Daarmee kunnen we samen veel leed voorkomen.”

Ook jij kunt iets doen!

Sanne zet zich in voor de strijd tegen kindermishandeling. Verschillende ambassadeurs uit Hilvarenbeek delen hun verhaal. Hoe zij verschil maakten voor een kind. Maak jij je zorgen om jezelf, een kind of een gezin? Kom dan in actie. Want er is altijd iets wat je kunt doen. Oók als je twijfelt.

“Opvoeden kan je soms boven het hoofd groeien”

Mascha Verboven-Netten uit Haghorst vertrouwde het niet helemaal: kinderen in de buurt van kennissen werden soms nogal hardhandig (‘aan de staart’) van de straat naar binnen getrokken. Haar kennissen hoorden geregeld vervelende geluiden. “Opvoeden verliep daar niet altijd zachtzinnig.” Na enig dubben besloot ze anoniem melding te doen van het vermoeden van kindermishandeling.

‘In iedere ouder zit vooral liefde’

“Het woord ‘kindermishandeling’ staat me tegen”, zegt ze nu. “Het klinkt alsof die ouders hun kinderen bewust pijn wilden doen. Daar geloof ik niks van, in iedere ouder zit volgens mij vooral liefde.” Als moeder weet Mascha dat de opvoeding van kinderen je soms boven het hoofd kan groeien. “In je onmacht en stress kun je dan dingen doen of achterwege laten waar je kwetsbare kinderen door geraakt worden. Soms letterlijk. Als dat te vaak gebeurt of te lang achtereen kan het zijn dat je hulp nodig hebt. Ook als je zelf niet in staat bent erom te vragen. Dan ben je denk ik blij als anderen je ongevraagd die hulp aanbieden, ook anoniem. Dáárom pleegde ik dat telefoontje naar Veilig Thuis. Niet om die ouders te veroordelen of straffen, maar om hen en hun kinderen te helpen.”

In een ander geval ging Mascha op theevisite. “De dochter liep er steeds verwaarloosder en onverzorgder bij. Toen heb ik mezelf bij haar moeder uitgenodigd om gewoon eens van nabij de situatie te bekijken. Niet uit platte nieuwsgierigheid, daarvoor is ook mijn eigen privacy me te lief. Ik ging langs om te zien of ik ergens mee kon helpen. Even te laten weten dat ik belangstelling heb in háár, als moeder. Laten zien dat ik aanspreekbaar was, altijd bereid een keer de helpende hand te bieden. Daarmee kreeg zij direct wat lucht. Er kwam ook hulp van maatschappelijk werk, waardoor het al snel beter ging in het gezin.”

Moeilijk? “Je moet wel even een drempel over. Maar het is beter dan niets doen.”

Ook jij kunt iets doen!

Mascha zet zich in voor de strijd tegen kindermishandeling. Verschillende ambassadeurs uit Hilvarenbeek delen hun verhaal. Hoe zij verschil maakten voor een kind. Maak jij je zorgen om jezelf, een kind of een gezin? Kom dan in actie. Want er is altijd iets wat je kunt doen. Oók als je twijfelt.

“Jouw zwijgen laat een ander in de ellende zitten”

Soms zag theatermaker Koen Ketelaars uit Hilvarenbeek het somber in. Had hij die voorstelling rondom het thema kindermishandeling niet te gemakkelijk beloofd? “Dit is de moeilijkste opdracht ooit. Maar volgens mij is het ons gelukt een stuk te maken dat op respectvolle, hanteerbare manier de tongen losmaakt.”

Als theatermaker behandelde Koen eerder zware onderwerpen als dementie en ongewenste kinderloosheid. Dít thema, kindermishandeling, ligt hem nóg nader aan het hart. “Sinds een paar jaar hebben we pleegkinderen in huis. Sindsdien ben ik veel minder bestand tegen de narigheid die kinderen kan overkomen. Die raakt me veel dieper dan voorheen. Het onrecht, hun weerloosheid. Dat maakte het de eerste tijd voor mij lastig om deze voorstelling te maken.”

Zijn belangstelling voor het onderwerp werd gewekt bij een groepsgesprek over kindermishandeling.
“Ik was gevraagd daaraan deel te nemen, waarschijnlijk om mijn theaterachtergrond. Er ging een wereld open die voor mij anders verborgen was gebleven.” Kindermishandeling speelt zich vaak af waar niemand het ziet. “Voor veel mensen is het ver van hun bed. Ze hóeven het niet te zien of er iets mee te doen. Wij trekken met deze voorstelling die deken van kindermishandeling af. Besef dat jouw zwijgen een ander in de ellende laat zitten.”

Kindermishandeling kan nog heel lang doorzieken in een mensenleven, weet Koen na vele gesprekken met psychologen en ervaringsdeskundigen. “Onze voorstelling, ‘HuidHonger’, hebben we opgebouwd rondom een volwassene die terugkijkt op een jeugd waarin hij liefde tekortkwam. Nu is hij verliefd geworden en begint een relatie. Met allerlei obstakels en blokkades die hun oorsprong vinden in onverwerkte ervaringen en herinneringen.”

Tussen scènes waarin de hoofdrolspeler zijn vader uithoort door spelen de acteurs hersencellen
die moeite hebben met de verwerking van wat ze zien. “Dat zijn momenten waarop mensen
even kunnen lachen en ademhalen.”

Ook jij kunt iets doen!

Koen zet zich in voor de strijd tegen kindermishandeling. Verschillende ambassadeurs uit Hilvarenbeek delen hun verhaal. Hoe zij verschil maakten voor een kind. Maak jij je zorgen om jezelf, een kind of een gezin? Kom dan in actie. Want er is altijd iets wat je kunt doen. Oók als je twijfelt.

“Mijn droom is een plek waar mantelzorgkinderen gewoon kind kunnen zijn”

kind tekent

Preventieve hulpverlening wérkt voor kinderen die mantelzorger zijn voor een ouder, broertje of zusje. Dat ervaarde GZ-pscycholoog Annelies Witzel toen ze voor het eerst mantelzorgkinderen begeleidde. Sindsdien pleit ze overal voor meer aandacht voor deze kwetsbare doelgroep. Een groep ook die soms lijdt onder psychische mishandeling.

De coronamaatregelen zijn versoepeld en scholen hebben hun deuren weer geopend. Maar leerlingen met chronisch zieke gezinsleden zitten vaak nog thuis, hoe graag ze hun klasgenootjes ook weer zouden ontmoeten. “Ze zijn bang om hun ouders, broertje of zusje te besmetten”, hoort Annelies van collega’s.

Jezelf wegcijferen

Annelies WitzelVolgens het CBS is zo’n 17 procent van de kinderen mantelzorger. Jezelf wegcijferen is typerend voor deze groep, weet Annelies. Ze kwam ongeveer 15 jaar geleden voor het eerst met mantelzorgkinderen in aanraking. Als GZ-psycholoog werkte ze in verpleeghuis Elisabeth in Goirle met volwassenen jonger dan 65 jaar met Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH).

Vaak van de ene op de andere dag – bijvoorbeeld door een ongeval of herseninfarct – waren deze cliënten totaal veranderd. Ze kampten met tal van fysieke en psychische beperkingen. Dat is niet alleen moeilijk voor henzelf, maar ook voor hun gezinnen. “Veel mensen met NAH hebben last van prikkelgevoeligheid en emotieregulatiestoornissen”, geeft Annelies als voorbeeld. “Daardoor kan hun reactie op zoiets als lawaai buitensporig zijn.” Met als gevolg dat hun kinderen amper meer een vriendje of vriendinnetje mee naar huis durven te nemen.

Totaal kapotgelopen

Annelies kreeg toestemming om kinderen van cliënten met NAH te begeleiden. “Sommigen waren totaal kapotgelopen op hun ouder.” Een belangrijk onderdeel was psycho-educatie. “Vooral jonge kinderen snappen het gedrag van hun ouders vaak niet. Die denken dat het aan hen ligt. Dat kan leiden tot een gebrek aan zelfvertrouwen en geen grenzen durven aangeven.

Annelies bood de kinderen de ruimte hun gevoelens te uiten en gaf uitleg over NAH. Dat hielp. Ze voelden zich minder schuldig en waren beter in staat voor zichzelf op te komen. “Ze konden uiteindelijk zonder hulpverlening verder. Terwijl de mantelzorgkinderen die ik door plaatsgebrek niet heb kunnen helpen, later vaak bij de GGZ terechtkwamen.”

Ook fysiek zwaar

Sinds die tijd probeert Annelies waar ze maar kan een lans te breken voor mantelzorgkinderen. Net als kinderen van ouders met psychische problemen en/of een verslaving, zijn ze kwetsbaar. “Wat hen van KOPP/KOV-kinderen onderscheidt is de dubbele belasting. Ze hebben het niet alleen psychisch maar ook lichamelijk zwaar. Mantelzorgkinderen helpen hun ouder soms bijvoorbeeld naar het toilet.”

Psychische mishandeling komt ook bij deze doelgroep voor, weet Annelies. “Als zo’n kind de prikkelgevoeligheid van vader of moeder verstoort, kan die onbedoeld kwetsende dingen zeggen.” Met fysiek geweld hebben deze kinderen sporadisch te maken en ligt vanwege de fysieke beperkingen van de ouders minder voor de hand.

Gewoon kind zijn

Annelies’ droom is een plek waar mantelzorgkinderen terecht kunnen met hun verhalen. Een therapiegroep waar ze voorlichting krijgen over het ziektebeeld en hun ervaringen kunnen delen, maar ook een plek waar ze mogen spelen, waar ze gewoon kind mogen zijn. Haar pogingen om dit initiatief te financieren zijn tot nu toe zonder resultaat gebleven. Maar ze gaat onvermoeibaar door met haar strijd voor deze kinderen. “Het blijft mij bezighouden.”

Werk je met of ken je met mantelzorgkinderen? Annelies heeft enkele tips:

  • Laat hen hun verhaal doen en/of hun emoties uiten.
  • Geef hen de ruimte om zichzelf te zijn, om eens een keer niet op hun tenen te hoeven lopen.
  • Geef hen het gevoel dat ze goed zijn zoals ze zijn. Dat ze er mogen zijn.

infographic jonge mantelzorgers in coronatijd

“Investeer in de jeugdzorg in het voorkómen van problemen, ook financiële”

Lian Smits van Sterk Huis
Lian Smits, bestuurder Sterk Huis:

Dweilen met de kraan open. Ik heb het daar vaak over, om het belang van preventie in de jeugdzorg te onderstrepen. Dat is mijn missie: voorkomen dat kinderen en gezinnen ernstig in de problemen raken. En dat kán. De meeste problemen zie je namelijk al aankomen.

Effecten kindermishandeling sleep je met je mee

Maar eerst wil ik even ingaan op de reden dat ik ambassadeur van de Taskforce ben geworden. Het is niet in me opgekomen om nee te zeggen. Kindermishandeling is een van de meeste funeste en gemene gebeurtenissen die je kunt meemaken. De effecten sleep je je leven lang met je mee, in de vorm van beperkingen en achterstanden.

De gevolgen van kindermishandeling kom ik regelmatig tegen bij Sterk Huis. We helpen jeugd en gezinnen bij wie complexe vragen spelen rond ontwikkeling en veiligheid. Het één kan niet zonder het ander. Als je thuis niet veilig opgroeit – omdat er sprake is van fysiek, psychisch of seksueel geweld – dan belemmert dat je ontwikkeling. Daarom werken we eerst aan de trauma’s die kinderen hebben opgelopen en dan pas aan competenties. Je hebt zelfvertrouwen nodig om verder te komen in het leven.

Onveilig opgroeien hangt overigens niet per se samen met geweld. Het kan ook te maken hebben met een gemis aan een basis thuis, aan iemand die je warmte, eten en verzorging biedt. Of aan het ontbreken van een omgeving waarin je jezelf kunt zijn, mag leren en fouten maken. Voor veel kwetsbare kinderen is dit alles niet vanzelfsprekend.

Risico’s op complexe problemen vroeg signaleren

Kwetsbare kinderen zie je in sommige wijken veel meer dan in andere. Daarom vind ik Smart Start ook zo’n mooi project. We zijn daar heel actief in, samen met andere maatschappelijke partners, zoals GGD en Xpect Primair, gemeenten in de regio Hart van Brabant en Tilburg University. Bij Smart Start maken we gebruik van data en kennis. We zetten die in om in bepaalde wijken complexe problemen en de risico’s daarop bij kinderen en gezinnen al in een vroeg stadium te signaleren.

Er is veel kennis over welke omstandigheden een kind kwetsbaar maken. Die risico’s zijn bijvoorbeeld in kaart gebracht in het onderzoek naar Adversed Childhood Experiences, ook wel de ACE-studie genoemd. Daaruit blijkt dat jeugdtrauma’s, zoals kindermishandeling, de kans op psychische en fysieke problemen op latere leeftijd aanzienlijk vergroten. En als we niks doen, loop je het risico dat kwetsbaarheid van generatie op generatie wordt doorgegeven.

In ons werk kun je tachtig procent van de problemen al zien aankomen. Dat betekent dat je er preventief aan kunt werken. Dat je al in actie kunt komen als de uitingsvormen van die problemen nog mild zijn.

En waarom zou je dat niet doen? Je wilt kinderen toch geen onnodig risico laten lopen?

Ik pleit voor een jeugdzorg die investeert in het voorkómen van problemen, ook financiële problemen. Zoals gezond leven wordt gestimuleerd via preventieve gezondheidszorg, zou de overheid ook tijd en geld moeten steken in het bevorderen van gezond groot worden.

Kwetsbare kinderen pik je er al in groep 1 uit

Hoe? Door samen te werken met mensen die via hun werk in aanraking komen met kwetsbare kinderen. Denk bijvoorbeeld aan leerkrachten. Zij kunnen in groep 1 vaak de leerlingen er al uitpikken die meer kans lopen op problemen dan andere.

Wat deze kinderen vervolgens nodig hebben, is geen stempel dyslexie of adhd. Maar allerlei programma’s die je preventief kunt inzetten. Ik denk dan aan basisondersteuning gericht op bijvoorbeeld leesbevordering of op het versterken van weerbaarheid, eigenwaarde en zelfvertrouwen. Ook kun je de ouders van deze kinderen helpen door hen pro-actief steun en kennis te bieden.

Zo kun je kwetsbare kinderen versterken. Kinderen die opgroeien in een lastige thuissituatie en daardoor al bij hun geboorte op achterstand staan. Kinderen die niet naar het kinderdagverblijf gaan, die minder sociale vaardigheden meekrijgen dan leeftijdsgenootjes, die vaker dan anderen kampen met (veronderstelde) leerproblemen, die meer kans maken op een stempel waarvan ze hun hele leven last houden.

We hebben het hier niet over moeilijke kinderen. Maar over kinderen die moeilijk zijn gaan doen omdat ze opgroeien in moeilijke omstandigheden. En dat doet pijn, maakt je onzeker, geeft je het gevoel dat je er niet toe doet. Ik vind ook dat we het woord jeugdzorg moeten vervangen voor gezinshulpverlening.

Kindermishandeling is uiting van kwetsbaarheid gezin

Een van de meest beschadigende omstandigheden waarin kinderen kunnen opgroeien, is huiselijk geweld. Kindermishandeling is vaak een uiting van de kwetsbaarheid van een gezin. Iedere ouder wil het beste voor zijn of haar kind, maar niet iedereen is bij machte om dat te bieden.

Kindermishandeling is een groot maatschappelijk probleem. Ik zie het als een belangrijke opdracht in ons werk en voor mezelf om kinderen beter te beschermen. Daarom vertel ik mijn verhaal overal waar mensen het maar willen horen. Dat doe ik ook in netwerken waar het niet zo bekend is als in bijvoorbeeld zorg en onderwijs, zoals bij werkgevers van VNO-NCW, serviceclubs en fondsen.

Ik vertel het verhaal in de hoop dat mensen in hun dagelijks leven kindermishandeling gaan herkennen en er wat mee doen. Dat ze op zijn minst in gesprek gaan met iemand die er misschien meer verstand van heeft dan zijzelf.

Als je denkt: ‘zie ik dit goed? Bemoei ik me nu niet met privézaken?’ Wantrouw dan je eigen onmacht. Als de situatie van een kind je buikpijn bezorgt, neem dat dan alsjeblieft serieus. Als jij voelt ‘dit is niet oké’, dan ís het ook niet oké.

Inzichten

De inzichten die Lian wil meegeven:

  • Een kind kan zich pas goed ontwikkelen als het zich veilig voelt
  • Jeugdtrauma’s, zoals kindermishandeling, vergroten de kans op psychische en fysieke problemen op latere leeftijd
  • In ons werk kun je tachtig procent van de problemen al zien aankomen. Dus waarom kinderen onnodig risico laten lopen?
  • Iedere ouder wil het beste voor zijn of haar kind
  • Geef kinderen geen stempel maar bied preventieve programma’s
  • Wantrouw je eigen onmacht om iets aan kindermishandeling te doen.

“mijn verleden kan ik niet veranderen, maar hun toekomst wel”

vrouw kijkt naar zonsondergang

Het ligt aan mij. Dat dacht Angelique als kind, als ze weer eens liefdeloos werd behandeld. Inmiddels weet ze wel beter. Haar kille en afstandelijke jeugd had alles te maken met de psychische problemen van haar ouders. Nu ze zelf moeder is, moet ze alle zeilen bijzetten om te voorkomen dat ze haar kinderen belast met haar eigen stoornis. “Mijn verleden kan ik niet veranderen, maar hun toekomst wel.”

Beide ouders van Angelique (37) hadden psychische problemen. Haar vader belandde na een reorganisatie op het werk in een chronische depressie. “Mijn moeder had waarschijnlijk een persoonlijkheidsstoornis en een posttraumatische stressstoornis (ptss).” In tegenstelling tot haar vader, zocht haar moeder geen hulp. Maar Angelique weet inmiddels dat zij als kind is mishandeld en misbruikt. En terugkijkend op haar moeders gedrag begrijpt ze nu wat voor gevolgen dit trauma heeft gehad.

Geen ontbijt

Ze beschrijft haar moeder als kil en afstandelijk. Angelique en haar broer kregen ‘gruwelijk op hun kop’ als ze iets fout deden en ook weinig te eten. “Geen ontbijt. Eén boterham met een half plakje vlees of kaas als ik uit school kwam. En zelden iets anders te drinken dan melk, water of thee zonder suiker. De sleutel van de voorraadkast was standaard voor ons verstopt.” De moeder van Angelique wilde namelijk voorkomen dat haar kinderen dik werden en daarmee werden gepest, zoals zijzelf.

Een vader die met haar zijn doodswens besprak, een moeder die niet in staat was liefde te geven. Angelique dacht lange tijd: het ligt aan mij. “Ik had als kind graag geweten dat dat níet zo was.” Van een extraverte kleuter veranderde ze in een grijze muis. “Toen ik een jaar of tien was, viel ik niet op. Ik deed mijn best te ‘verdwijnen’. En alles wat te dichtbij kwam, duwde ik weg.” Lange tijd was er niemand die in de gaten had wat er speelde of haar hielp.

Blijf-van-mijn-lijfhuis

Toen ze 22 was, vluchtte Angelique naar het buitenland. Daar ontmoette ze de vader van haar kinderen, een man die haar mishandelde en misbruikte. Opnieuw vluchtte ze, dit keer naar een blijf-van-mijn-lijf huis, met haar twee jonge kinderen. Het huiselijk geweld en haar eigen verleden hadden hun weerslag op de kleintjes. Haar zoon bleek een hechtingstoornis te hebben. Zijn zusje lijdt aan ptss.

Angelique weet inmiddels dat ze zelf kampt met een dissociatieve identiteitsstoornis (dis). Ze heeft verschillende ‘ikken’, waarschijnlijk als gevolg van het trauma dat ze opliep in haar jeugd. Dat uit zich onder meer in dissociaties. “Dan hoor ik mijn kinderen wel, maar dan ben ik er niet. Dan reageer ik niet.” De kinderen hebben emoties bij haar gemist en ook veiligheid. “Ik was niet stabiel en zij voeren op mij mee.”

KOPP/KOV-groep

Toen ze halverwege de twintig was, heeft Angelique deelgenomen aan een KOPP/KOV-groep: therapie voor kinderen van ouders met psychische en/of verslavingsproblemen. Mede daardoor kan ze nu het verband leggen tussen hoe ze is opgevoed en haar ontwikkeling. Ook haar eigen kinderen, nu 10 en 12 jaar, zijn vorig jaar naar zo’n KOPP/KOV-groep geweest. Daar hebben ze ervaringen kunnen delen met leeftijdsgenoten. Voor haar dochter was de groep het zetje dat ze nodig had om in traumatherapie te gaan.

Voor haar gevoel had Angelique geen andere keuze dan hulp zoeken voor haar kinderen, ook al toen ze nog heel jong waren. “Toen ze geboren werden, heb ik hen beloofd dat ik het anders zou doen, beter dan mijn eigen ouders. Ik wil de cirkel doorbreken” zegt ze. “Mijn verleden kan ik niet veranderen, maar hun toekomst wel.” Ze vindt het goed dat er tegenwoordig meer aandacht is voor kwetsbare kinderen dan vroeger. “Dat maakt dat de wonden minder groot worden.”

Op de goede weg

Ook voor zichzelf zocht ze de nodige, passende hulp. Zo is ze twee keer opgenomen geweest en verbleef ze 16 dagen in een traumacentrum. Planbare crises noemt ze dat. Ze koos pas voor opname als ze zeker wist dat er goede opvang was voor haar kinderen. “Die konden gelukkig terecht bij vrienden.” Angelique is er nog lang niet, maar ze is wel op de goede weg.

Doordat ze zoveel over zichzelf heeft geleerd, kan ze haar kinderen ook beter helpen. Ze durft haar zoon en dochter nu haar emoties te laten zien. “Tegenwoordig zeg ik tegen hen: ‘Jongens, ik heb een slechte dag. Geef me eens een knuffel.’ Of: ‘Morgen is het weer voorbij.’ Ik ben niet vlak meer. Ik ben nu een stabielere moeder, want voorspelbaarder. En doordat ik me meer openstel tegenover hen, gaan zij ook als een tierelier.”

Schaam je niet

Ze raadt andere ouders met psychische problemen aan hulp te zoeken. Voor zichzelf maar ook voor hun kinderen. “Schaam je niet. Sommige dingen overkomen je.” Hulp hoeft niet alleen maar professioneel te zijn. Angelique vindt het fijn dat haar gezin kan terugvallen op mensen om hen heen. “Zorg dat je kinderen iemand hebben bij wie ze altijd terecht kunnen.”

“Psychische mishandeling is net zo erg als slaan”

Meisje kijkt naar meer

De moeder van Chelsea (20) heeft borderline en dronk te veel. Nog altijd heeft Chelsea daar veel last van. “Ik heb vaak te horen gekregen dat ik niet goed genoeg ben, dat ik er beter niet had kunnen zijn.” Maar instellingen grepen niet in. “Mijn zusje, broertjes en ik waren zogenaamd niet in gevaar.”

Chelsea was 2 jaar toen haar ouders uit elkaar gingen. Sindsdien leeft ze in twee totaal verschillende werelden. “Mijn vader is er gewoon als ik hem nodig heb. Hij doet geen gekke dingen in mijn bijzijn. Hij is rechtvaardig. Ik weet wat ik van hem kan verwachten.”

Maar haar moeder is nooit goed in staat geweest voor haar te zorgen. Als klein meisje was Chelsea al vaak alleen of bij opa en oma. En wanneer haar moeder wél thuis was, dan moest Chelsea het vaak ook alleen zien te redden. Waar andere ouders ’s morgens zorgden voor ontbijt en hun kind naar school brachten, lag die van Chelsea nog op bed.

Beschadigd en onzeker

Het ergste was nog wel de geestelijke mishandeling. “Ze was vaak boos, ook als ik niks deed. Ze schold me uit of liet me ergens achter en zei dat ik zelf maar moest zien terug te komen. Ook heb ik vaak te horen gekregen dat ik niet goed genoeg ben, dat ik er beter niet had kunnen zijn.” Al die afwijzingen hebben haar beschadigd, haar onzeker gemaakt.

Sinds ze een jaar of 14 is, legt Chelsea een verband tussen het gedrag van haar moeder en haar alcoholgebruik. Ook weet ze inmiddels dat het vele drinken voor haar moeder een manier was om te ontsnappen aan haar psychische problemen. Ze heeft namelijk een borderline stoornis.

Loyaal aan het gezin

Toch bleef Chelsea loyaal aan haar. Of liever gezegd aan het zusje en de broertjes die ze kreeg nadat haar moeder een nieuwe man had ontmoet. “Ik heb verschillende keren de kans gehad om volledig bij mijn vader te gaan wonen. Maar nadat mijn zusje was geboren, vond ik háár het belangrijkste. Ik wilde niet dat zij en mijn stiefbroertjes hetzelfde over zich heen zouden krijgen als ik.”

Ze is nu 20 jaar en heeft zich steeds meer ontpopt tot steun en toeverlaat van haar moeder. “Mijn stiefvader is een goeie man hoor. Hij helpt waar nodig. En hij ís er wel gewoon. Maar ook hij kiest soms voor alcohol als uitweg.” Chelseas moeder drinkt nu minder dan vroeger. Als ze vindt dat haar man de fles moet laten staan, zoekt ze een bondgenoot in haar dochter. “Ze betrekt me bij alles. Ook bij de zorg voor en de opvoeding van mijn zusje en broertjes.” Chelsea is nog niet van plan om op zichzelf te gaan wonen. “Maar als ik dat wel zou doen, wordt het lastig om dat los te laten, dat helpen.”

Praatgroep was keerpunt

Een praatgroep voor kinderen van verslaafden waar Chelsea vorig jaar aan deelnam, was voor haar een keerpunt. “Ik besefte dat ik niet de enige was met een moeder die iets had.” De andere meisjes in de groep begrepen haar. Daardoor voelde ze zich veilig. “Ik was niet meer bang om mijn verhaal te delen. En ik was ook niet bang voor wat ze van me zouden denken.” 

Ze kwam bij deze praatgroep (KOPP/KOV-groep van Novadic Kentron) terecht via een vertrouwenspersoon op school. Eerder was Chelsea ook wel doorverwezen naar instellingen die haar hadden kunnen helpen. Maar in de praktijk veranderde er niets. De 20-jarige klinkt fel als ze het daarover heeft. Want ondanks duidelijke aanwijzingen in haar dossier – een tiental zorgmeldingen en het alcoholgebruik van haar moeder – werd niet ingegrepen. “Instellingen zagen alles door de vingers, omdat wij zogenaamd niet in gevaar waren. Maar zo hoort een moeder niet te doen. Psychische mishandeling is net zo erg als slaan.”

Ga op je gevoel af

Ze adviseert professionals in de zorg op hun gevoel af te gaan. “Luister niet teveel naar wat de regering of de gemeente zegt. Ga langs bij een gezin en kijk door die moeder heen die ja en amen zegt.”

Voor andere volwassenen in de omgeving van kwetsbare kinderen heeft ze ook goede raad: “Je ziet aan de buitenkant niet dat een kind kwetsbaar is.” Maar er zijn wel allerlei signalen. “Een moeder die steeds op het laatste moment afbelt voor een afspraak op school. Een kind dat altijd dezelfde kleding aanheeft. Een vriendinnetje van jouw kind dat komt spelen en nooit zin heeft om terug naar huis te gaan.”

Tenslotte nog een tip voor lotgenoten: “Blijf praten. Wees eerlijk tegen jezelf en tegen anderen. Zeg wat je dwarszit. Je bent het waard om geholpen te worden.”

Herken je dit verhaal en maak jij je zorgen om jezelf of een ander? Kom in actie. Want er is altijd iets wat je kunt doen. Oók als je twijfelt.

“Pak door en vraag hulp”

Piet Poos, wethouder gemeente Goirle
Piet Poos, wethouder gemeente Goirle:

Zoveel mogelijk kinderen uit huis en in beweging krijgen. Daar zetten we in Goirle op in, nu de jeugd weer buiten mag sporten. We richten ons daarbij in het bijzonder op de meest kwetsbaren, in onze gemeente zo’n 5 procent van alle kinderen in de basisschoolleeftijd.

Ook vragen we vrijwilligers die met kinderen werken, juist nu alert te zijn op signalen van huiselijk geweld. En we zorgen dat zij kunnen terugvallen op deskundigen.

Als wethouder verantwoordelijk voor jeugdhulp ben ik een groot voorstander van snel ingrijpen. En met snel bedoel ik: voordat kleine problemen groter worden. Dat is niet alleen kostenbesparend, maar voorkomt escalatie. Ook als de veiligheid van kinderen in het geding is, moet je snel ingrijpen.

Maar ik zie veel handelingsverlegenheid in het onderwijs en de sport, belangrijke vindplaatsen voor kwetsbare jeugd. Als er iets mis is met een kind, dan merken leerkrachten of sporttrainers dat meestal wel. Daar ben ik van overtuigd. Het valt hen op dat een kind zich anders gedraagt dan anders. Maar vervolgens weten ze vaak niet wat ze met die signalen moeten doen. Ze vinden het moeilijk om door te pakken. Ze willen hun relatie met ouders niet in gevaar brengen. Daarom kiezen we bij de gemeente Goirle voor een aanpak waarbij leerkracht en sportvrijwilliger kunnen terugvallen op deskundigen.

Zo hebben we een pilot voorbereid waarbij jeugdprofessionals enkele uren per week gaan meedraaien op basisscholen. Zodat leerkrachten die zich zorgen maken om een kind, deze deskundigen laagdrempelig om advies kunnen vragen. En als het nodig is, gaan de jeugdprofessionals ook in gesprek met de ouders. Ons doel: tijdig ingrijpen, of het nu gaat om een stoornis, gedragsproblemen of kindermishandeling.

Nu iedereen tot en met 18 jaar weer onder begeleiding buiten mag sporten, kiezen we voor een vergelijkbare werkwijze bij verenigingen. We vragen vrijwilligers in de sport alert te zijn op kindermishandeling. Valt er iets op aan hun gedrag? Zijn ze heel uitgelaten of juist heel stil? Is dit logisch na wekenlang gedwongen thuiszitten of is er meer aan de hand?

Om het antwoord te vinden op deze vragen, willen we ook vrijwilligers in de sport in contact brengen met jeugdprofessionals. Hoe, dat weten we nog niet precies. Maar we weten wel dat je makkelijker hulp vraagt aan iemand die je al eens hebt gezien.

Ik wil mensen in de sport én in het onderwijs oproepen van deze deskundigen gebruik te maken. Zij kunnen je ook helpen zwakke signalen te onderscheiden van ruis. Want we willen het systeem natuurlijk niet onnodig belasten.

“In Hilvarenbeek streven we naar een vertrouwenscontactpersoon voor elke vereniging”

Edwin Kleiboer, voorzitter sportraad Hilvarenbeek

Vertrouwenscontactpersonen (vcp’s) in de sport spelen een belangrijke rol bij de aanpak van kindermishandeling. “In Hilvarenbeek streven we naar een vertrouwenscontactpersoon voor elke vereniging”, zegt Edwin Kleiboer, voorzitter van de Sportraad in die gemeente. Nu sportcomplexen opengaan, komen ook vcp’s weer in actie.

De Sportraad is een adviesorgaan van de gemeente Hilvarenbeek, waarbij 26 verenigingen zijn aangesloten. Edwin: “In onze laatste Sportvisie hebben we gepleit voor een veilig en positief sportklimaat. Vertrouwenscontactpersonen dragen daaraan bij.”

Op de agenda

Samen met de gemeente houdt de Sportraad het onderwerp vertrouwenscontactpersoon hoog op de agenda bij sportminnend Hilvarenbeek. De Taskforce Kindermishandeling ondersteunt hen daarin.

“Ons doel is een dekkingsgraad van 100 procent”, zegt Edwin. Dat betekent dat er voor elke sportclub een vcp beschikbaar is. Iedereen die betrokken is bij een sportvereniging in Hilvarenbeek – als ouder, trainer, bestuurder – zou moeten weten wie dit is. Mensen kunnen bij hem of haar terecht met zorgen over grensoverschrijdend gedrag. Bijvoorbeeld als ze vermoeden dat een kind thuis niet veilig is of als ze merken dat een vrijwilliger van de club handtastelijk is.

Ons kent ons

“Vertrouwenscontactpersonen zijn er met name voor meer gevoelige kwesties”, zegt Edwin. Informatie is veilig bij hem of haar. “Dat is van grote meerwaarde, vooral bij kleine verenigingen waar het vaak ‘ons kent ons’ is.”

Een vcp kan altijd een beroep doen op een groot netwerk. Hij of zij heeft contacten in bijvoorbeeld de jeugdhulp. Dat maakt het makkelijker om daadwerkelijk iets te doen met signalen van bijvoorbeeld kindermishandeling. Edwin: “Voor een individuele trainer – zeker als hij of zij jong is – is dat vaak een te moeilijk traject.”

Lockdown

Edwin beseft dat kinderen tijdens de intelligente lockdown mogelijk (meer) te maken hebben gehad met mishandeling. Maar hij vindt het nog wat vroeg om daar bij clubs aandacht voor te vragen, nu buitensportcomplexen nét weer open zijn voor kinderen tot en met 18 jaar. “Dat heeft niet de eerste prioriteit van verenigingen. Die zijn nog te druk bezig met zorgen dat iedereen weer aan de gang kan. Maar er komt zeker een moment dat we als Sportraad signalering weer onder de aandacht brengen. Vertrouwenscontactpersonen kunnen dat op verenigingsniveau doen.”

Tips
  • Streef naar een vertrouwenscontactpersoon voor elke sportvereniging binnen je gemeente (kleine clubs kunnen een vcp ‘delen’).
  • Zorg ervoor dat ouders, trainers, bestuurders weten wie deze vertrouwenscontactpersoon is, zodat ze signalen van kindermishandeling met hem of haar kunnen bespreken.
  • Stimuleer vertrouwenscontactpersonen om op de club actief aandacht te vragen voor hun rol.

Meer informatie over vertrouwenscontactpersonen op centrumveiligesport.nl

“Heb oog voor het kind achter de sportprestatie”

Irene Dekker, projectmanager KNVB
Irene Dekker, projectmanagement bij KNVB:

Ik woon in Midden-Brabant, maar werk in Zeist. Daar ben ik ook actief als jeugdhockeytrainer bij Schaerweijde. Door de coronamaatregelen kon ik ruim zes weken geen training geven. Ik verheug me er ontzettend op mijn team – meiden van 15 en 16 jaar – weer te zien!

Nu kinderen tot en met 18 jaar weer onder begeleiding mogen sporten, ben ik achter de schermen druk bezig met de voorbereiding van hun terugkeer. Zowel bij de KNVB als bij Schaerweijde en HC Tilburg, waar ik zelf hockey. De focus ligt vooral op praktische zaken: op trainen met 1,5 afstand (voor kinderen van 12 jaar en ouder), op looproutes op het sportcomplex en rijroutes voor ouders die komen brengen en halen.

Maar ik zie deze bijzondere tijd ook als een kans voor sportclubs om na te denken over afspraken. Over hoe je met elkaar omgaat. Dat is belangrijk. Want binnen een club die daar aandacht voor heeft, spreken mensen elkaar eerder aan op ongewenst gedrag.

Ik gun iederéén sportplezier

Waarom ik ambassadeur voor de Taskforce ben geworden? Zelf heb ik altijd met heel veel plezier gesport en dat doe ik nog steeds. Sporten en lid zijn van een vereniging heeft mij altijd veel gebracht. Dat gun ik iedereen.
Ik had nog een reden om ja te zeggen tegen het ambassadeurschap. Toen ik afstudeerde aan de NHTV in Breda (nu Breda University of Applied Sciences), was Theo Hutten mijn begeleider. Juist in die tijd kwam zijn dochter naar buiten met het verhaal dat ze tussen haar 12e en 14e is misbruikt door haar zwemcoach. Het strafproces was desastreus: de tegenwerking van de dader, de verhoren, de herhaalde confrontatie met die man. Ook de impact op Theo en de rest van het gezin was immens. Op mij maakte dit alles een diepe indruk. Geen enkel kind zou zoiets nog mogen meemaken.

Sportclub als ontmoetingsplek

Net als basisscholen, zijn sportclubs plekken waar een grote diversiteit aan mensen elkaar ontmoet. Verenigingen kunnen een veilig sportklimaat te creëren, waar vermoedens van kindermishandeling worden gesignaleerd en bespreekbaar gemaakt. Als lid van de werkgroep Sport en Recreatie van de Taskforce draag ik daar op mijn manier aan bij. Dat doe ik door gebruik te maken van mijn netwerk en dat steeds verder uit te breiden.
Ik kan makkelijk verbindingen leggen, doordat ik zowel in de regio Hart van Brabant als bij de KNVB werk aan een veilig sportklimaat. Het is een van de maatschappelijke projecten waar ik me bij de nationale voetbalbond mee bezighoud.

Verenigingennetwerk Sportplezier

Hier in de regio ben ik betrokken bij het Verenigingennetwerk Sportplezier. HC Tilburg is een van de tien clubs die er deel van uitmaakt. Eens per kwartaal komen we bij elkaar. We delen voorbeelden van hoe we dingen aanpakken. Hoe ga je bijvoorbeeld om met pestgedrag? Sinds kort krijgen we ook professionele ondersteuning van sportpedagoog Marion de Kock van het Sportbedrijf van de gemeente Tilburg.
Doordat ik zowel landelijk als regionaal actief ben, kan ik zien of wat landelijk wordt bedacht wérkt voor verenigingen. Zo heeft het Verenigingennetwerk Sportplezier input geleverd voor de NOC*NSF toolkit High 5, op naar een veilige sportcultuur. Dit vijf-stappenplan helpt verenigingen bij het creëren van een veilig sportklimaat.

(Meer) huiselijk geweld?

Alert zijn op kindermishandeling is nu belangrijker dan ooit. Tijdens de intelligente lockdown zijn de spanningen in sommige gezinnen hoog opgelopen. Mogelijk heeft dat geleid tot (meer) huiselijk geweld. In grote delen van Nederland zijn de sportclubs de eersten die kinderen weer zien, nog voor ze naar school gaan. Bovendien openen clubs de poort niet alleen voor de eigen leden, maar voor alle jeugd. Hoe komen we erachter hoe het met de kinderen gaat? En hoe kom je in actie als dat nodig is?

Naast de trainers die direct contact hebben met de kinderen, zou een vertrouwenscontactpersoon bij de vereniging hierin een belangrijke rol kunnen spelen. Juist nu! Zij kunnen trainers helpen die vermoedens hebben dat het niet goed gaat met een kind. De Taskforce streeft naar een vertrouwenscontactpersoon voor elke club in Midden-Brabant.

Deze periode van nieuwe afspraken biedt ook kansen voor het met elkaar in gesprek gaan over gedrag. Leg uit wat de gedachte is achter de coronaregels op de club. Of ga in gesprek als kinderen ze niet opvolgen, bijvoorbeeld omdat ze er te licht over denken. Een mooie aanleiding om samen te praten over zaken als respect en solidariteit.

Plezier ondanks beperkingen

Terug naar ‘mijn’ team bij Schaerweijde. De meiden zullen blij zijn elkaar weer te zien. Tijdens de eerste training gaan we vooral ruimte geven aan hun enthousiasme om weer te mogen sporten. Maar we nemen ook de tijd om te checken hoe het met iedereen gaat. We hebben tijdens de trainingen te maken met beperkingen, maar dat neemt niet weg dat we veel plezier kunnen beleven tijdens de training. Met elkaar gaan we er iets moois van maken de komende periode!

Positieve waarden

Oog hebben voor het kind áchter de sportprestatie, of achter gedrag dat het laat zien. Dat is wat ik vrijwilligers van sportverenigingen probeer mee te geven. De sportvereniging is immers een plek waar veel kinderen elkaar ontmoeten en waar ze kunnen oefenen met groepsinteracties. Sporten kan bijdragen aan allerlei positieve waarden voor kinderen als zelfvertrouwen, trots en solidariteit. Helaas kan sport ook leiden tot negatief gedrag: egoïsme, pesten en (seksuele) intimidatie.
Sport kan een belangrijke rol spelen in het beste in elk kind naar boven halen. Dit wetende: laten we er in Hart van Brabant alles aan doen om die positieve effecten teweeg te brengen en elk kind met veel plezier en vertrouwen te laten sporten!

Tips

Tips voor vrijwilligers in de sport:

  • Bedenk dat iedereen het verschil kan maken voor een kind.
  • Maak grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar bij je vereniging. Gebruik daarvoor de Toolkit High 5.
  • Vermoed je dat het niet zo goed gaat met een kind? Stel vragen. Speelt er wat? Bespreek dat dan met iemand die je vertrouwt en maak gebruik van de vertrouwenscontactpersoon als je vereniging hierover beschikt.