“Niets doen was, is en blijft geen optie”

Jeroen Latijnhouwers: Het was een bijzondere en intense ervaring om vorige week de Week tegen de Kindermishandeling van dichtbij mee te maken. Tijdens die week presenteerde ik 3 colleges voor online-kijkers. 

Toon Gerbrands

Het eerste college was met Toon Gerbrands, algemeen directeur van voetbalclub PSV. Drie jaar geleden werd hij geconfronteerd met het verhaal van een oud-jeugdspeler van PSV die in de jaren 60 seksueel misbruikt was door een jeugdtrainer van de club. Gebrands en collega’s bij PSV namen het verhaal zeer serieus en reageerde direct: er kwam onder andere een meldpunt en het slachtoffer werd uitgenodigd om bij Gerbrands om zijn verhaal te doen. Later meldden zich nog een aantal oud-jeugdspelers met dezelfde ervaringen. En allemaal kregen ze dezelfde aandacht en tijd.
Tijdens ons college besloot Gerbrands om zich namens het betaald voetbal in te gaan zetten voor een keurmerk: ‘Veilige Sportclub’. Dat moet voorkomen misstanden als in de jaren 60 bij PSV niet meer voorkomen. Een sportclub een veilige omgeving zijn voor iedereen en voor kinderen in het bijzonder.

Karin Bloemen

Mijn tweede college-gesprek was met zangeres en cabaretier Karin Bloemen. In haar jeugd is ze van haar 7e tot haar 14e levensjaar emotioneel en seksueel misbruikt door haar stiefvader. Karin schreef er een boek over dat vorig jaar verscheen. In dat boek, ‘Mijn ware verhaal’, vertelt ze wat haar in haar jeugd overkomen is, hoe vreselijk dat was, dat ze zich nooit veilig voelde en dat ze nergens naar toe kon met haar probleem en er met niemand over kon praten. Ook niet met haar moeder. Maar door er uiteindelijk wél over te gaan praten heeft ze het een plaats kunnen geven, al zal het nooit helemaal uit haar leven weg zijn.

Olcay Gulsen

Mijn derde college was met onderneemster en TV-presentatrice Olcay Gulsen. Zij heeft in haar jeugd te maken gehad met huiselijk geweld door haar vader. Hij was geestesziek en was drank en drugs-verslaafd. Ook Olcay heeft zich thuis nooit veilig gevoeld, altijd hing agressie en gevaar in de lucht. Vooral haar moeder werd met regelmaat in elkaar geslagen door haar vader. En soms ging dat geweld nog een paar stappen verder. Ook Olcay en haar zussen en broer kregen af en toe een klap. Om de paar dagen stond de politie aan de deur. Ze werden gezien de asociale familie van het dorp. ‘Ik was de dochter van de dorpsgek’, zei ze letterlijk. Tot haar 20e heeft Olcay niet gesproken over haar jeugd en de ellende thuis. En niemand heeft haar ooit naar gevraagd terwijl het toch voor iedereen in het dorp zichtbaar was.

Zowel Olcay als Karin schaamden zich destijds voor alles wat wat hen overkwam, voor wat er gebeurde in hun gezin, in hun huis. Nu weten ze gelukkig al een tijd dat zij zich niet, nooit en te nimmer hoeven schamen voor wat er gebeurd is. Toen niet en nu niet. Tijdens de college’s was dat één van de hoofdboodschappen die ze iedereen mee wilde geven.

Het viel mij op dat door hun eerlijkheid en openheid de verhalen écht binnenkwamen en écht gevoeld werden.

Ik denk dat iedereen wel gruwelverhalen kent van een vorm van kindermishandeling, uit het nieuws of misschien wel uit de eigen omgeving. Ik kende die verhalen ook, ik heb ze als nieuwslezer vaak voorgelezen. Maar om dezelfde verhalen rechtstreeks te horen van mensen die het aan den lijven ondervonden hebben, is een echt ander verhaal. En dat het dan ook nog eens bekende mensen zijn die hun verhaal vertellen, geeft aan dat het iedereen kan overkomen of had kunnen overkomen. En het geeft de ellende een gezicht.

Het was intens vorige week maar ook bijzonder én leerzaam. Schaam je niet als slachtoffer en durf erover te praten…Die boodschap blijft hangen.
En voor de buitenwereld geldt: kijk niet weg als je weet hebt van kindermishandeling in jouw omgeving. Want niets doen was, is en blijft geen optie.

Jeroen Latijnhouwers

“Ik maak me zorgen om Judith, mijn buurmeisje”

Judith ziet er verwaarloosd uit en niemand wil met haar spelen

Judith is een stil en verlegen meisje. Ze ziet er verwaarloosd uit. Haar kleren zijn vies en versleten en haar haar wordt nooit gekamd. Soms probeert ze contact te maken met andere kinderen uit de buurt. Maar niemand wil met haar spelen. Ik zie dat gebeuren omdat het speeltuintje recht voor mijn deur is. Haar ouders heb ik al een tijdje niet meer buiten gezien en ik maak me bezorgd.

Als ik Judith buiten zie, maak ik altijd een praatje met haar. Ze is dan heel blij dat ze haar verhaal kwijt kan. Ze stopt niet meer met praten en ik vind het altijd heel sneu om haar weer alleen te laten. Ik besluit daarom om toch maar eens met haar ouders te praten. Of het wel goed met hen gaat.

De hele dag op bed

Als op een morgen de buurman tegelijk met mij de vuilniszak op de stoep zet, besluit ik een praatje te maken. Ik vond het moeilijk om te beginnen, maar besloot het toch te doen. Ik zei dat ik hem lang niet meer had gezien en vroeg hoe het met hen ging. Zo zijn gangetje, zei hij een beetje geforceerd. En met Ans? vroeg ik. Die heb ik ook al lang niet meer gezien. Ja, wat minder, zei hij. Ze heeft veel last van haar reuma en ligt eigenlijk hele dagen op bed. Dat is nu al wel een jaar zo. Ze is somber, maar ze wil geen hulp. Ik probeer het huishouden een beetje bij te houden, zei hij geforceerd lachend. Maar ja, je weet het hè? Dat is geen werk voor een man! En die kinderen kunnen eigenlijk maar weinig zelf. Dat was vroeger wel anders, toen moest ik thuis gewoon voor mezelf zorgen. Dat kunnen ze tegenwoordig niet meer. Ik moet ook naar mijn werk, er moet wel brood op de plank komen natuurlijk!

Praten helpt!

Ik zei tegen hem dat ik me wel kon voorstellen dat het pittig is. Zorgen voor een zieke vrouw en het huishouden doen naast zijn werk. Ik vroeg hem wat hem zou helpen. Hij zei: gewoon iemand die ons helpt om het huishouden weer op orde te krijgen en te houden, dat zou al heel veel schelen. En iets waar kinderen naar toe kunnen, om te ontspannen.

Ik vroeg hem of hij al gedacht had aan hulp zoeken. Hij zou bijvoorbeeld eens kunnen gaan praten met het wijkteam. Dat vond hij wel een goed idee. Hij was zichtbaar opgelucht dat hij erover gepraat had.

Maak jij je zorgen om een kind?

Weet jij dat verwaarlozing ook kindermishandeling is? 
Herken de signalen en kom in actie. Want er is altijd iets dat je kunt doen! En kom je er zelf niet uit? Vraag dan advies of hulp.

“Ik maak me zorgen om Bas, het vriendje van mijn zoontje”

Ik zie Bas vaak nog laat op straat

Als ik ’s avonds de hond ga uitlaten, zie ik Bas nog vaak op straat. Soms zit hij alleen in het speeltuintje en soms hangt hij rond met grotere kinderen. Mijn zoontje Max ligt dan al lang op bed.
Gisteravond was Bas in zijn eentje aan het voetballen bij ons voor de deur. Ik heb hem binnengeroepen en gevraagd of het goed met hem gaat. Hij zei van wel en begon meteen enorm te kletsen. Het leek wel of ie heel blij was dat ie met iemand kon praten. Ik heb hem limonade en een koekje gegeven en een beetje over voetbal gekletst. Toen heb ik toch maar gevraagd of zijn moeder het goed vindt dat hij zo laat buiten is. Hij zei dat zijn moeder meestal ’s avonds werkt en dat hij dan alleen thuis is. Bas vindt het goed als ik met zijn moeder ga praten.

Schuldgevoel

Cindy, de moeder van Bas, is een alleenstaande moeder en heeft veel schulden. Zij is een sterke vrouw en wil graag haar problemen zelf oplossen. Daardoor werkt ze veel in de avonduren omdat zij dan meer verdient. Zij voelt zich wel schuldig over haar zoon Bas, die is pas 9 jaar.

Ik heb gisteravond met Bas afgesproken dat ik met zijn moeder ga praten. Dat heb ik vandaag gedaan. Ik heb tegen haar gezegd dat ik me zorgen maak over haar zoon. Omdat ik hem regelmatig laat op straat zie. Daar schrok ze heel erg van. Dat wist ze niet. Ze dacht dat als zij moest werken, hij thuis bleef en op tijd naar bed ging.

Praten helpt!

Ondanks dat we het allebei heel ongemakkelijk vonden, ontstond er toch een goed gesprek. Zij vertelde mij over haar moeilijke situatie en ik begreep haar heel goed. Ze was opgelucht na ons gesprek. Het heeft haar over de streep getrokken om er met meer mensen over te praten om oplossingen te vinden. Zij gaat nu contact zoeken met de schuldhulpverlening en op zoek naar een oplossing voor Bas, zodat hij niet alle avonden alleen thuis is. Ze gaat er met haar zus over praten, die mogelijk haar en Bas kan helpen. 

Maak jij je zorgen om een kind?

Weet jij dat verwaarlozing ook kindermishandeling is? 
Herken de signalen en kom in actie. Want er is altijd iets dat je kunt doen! En kom je er zelf niet uit? Vraag dan advies of hulp.

“Ik maak me zorgen om Lizzy, mijn kleinkind”

Aisha laat Lizzy steeds vaker alleen thuis

Mijn zoon Guido en zijn vrouw Aisha hebben een schoonmaakbedrijf. Dat bedrijf loopt heel goed en ze zijn er ontzettend druk mee. Ze hebben veel personeel in dienst, maar er is altijd wel iets wat geregeld moet worden. En als er veel zieken zijn, vallen ze soms zelf in. Toen Lizzy nog heel klein was, was mijn schoondochter Aisha altijd thuis. Maar ze is steeds vaker nodig op de zaak. Guido redt het gewoon niet alleen en vindt dat Aisha moet komen helpen. Als Aisha naar de zaak gaat, laat ze Lizzy vaak alleen thuis. Dat is meestal aan het eind van de middag of begin van de avond, want veel klanten willen dat hun bedrijf na werktijd wordt schoongemaakt. Lizzy krijgt dan snel een boterham en wordt voor de TV gezet. Ook op zaterdag is Lizzy best vaak alleen thuis. En ze is nog maar 5 jaar.

Ik wilde me er niet mee bemoeien

Ik kwam daar achter toen ik op een zaterdag onverwacht langs ging. Ik had aardbeien op de markt gekocht en weet dat Lizzy gek is op aardbeien. Eerst werd er niet open gedaan en toen ik bijna weg wilde gaan, zag ik Lizzy voor het raam. Ik zwaaide dat ze open moest doen en dat deed ze toen ze mij zag. Ze zei dat mama weg was en dat ze de deur niet open mag doen als ze alleen thuis is. Ik vroeg haar of ze vaker alleen thuis was. Ze vertelde dat mama vaak papa moest gaan helpen en dat hij boos wordt als ze niet kan komen helpen. Daar schrok ik wel van. Maar ik twijfelde ook wel een beetje of het wel echt zo vaak was, want Lizzy kan soms overdrijven. En ik wilde me ook niet bemoeien met het gezin van mijn zoon. Hij wordt snel boos en wil met rust gelaten worden.

Samen face-timen

Ik heb die middag lekker aardbeien met Lizzy gegeten en haar geleerd hoe ze kan face-timen met een ipad. Toen ze me best vaak begon te bellen via facetime werd me duidelijk dat ze wel vaak alleen was. En ook dat ze het heel moeilijk vond om alleen te zijn. Ze moest haar verhaal kwijt en soms was ze ook bang. Ze durfde dat niet tegen haar mama te zeggen, want ‘mama wordt boos als ik niet lief ben’, zei ze. ‘En ze roept dan heel hard tegen mij’. En ze vertelde ook dat ze papa vaak hard tegen mama hoorde roepen. Toen begon ik me echt zorgen te maken.

Op de koffie

Ik ben op een ochtend op de koffie gegaan bij mijn schoondochter. Ik heb eerst voorzichtig gepolst hoe het zit, want ik wil haar niet beschuldigen. Ze gaf voorzichtig toe dat ze Guido vaak onverwacht moet komen helpen en dat ze dan geen tijd meer heeft om een oppas te zoeken. Guido vindt het ook onzin dat er een oppas moet komen. Ze is toch maar even weg? Hij wordt ook heel boos als ze niet snel komt. De eerste paar keer vond ze het heel spannend om Lizzy alleen te laten, maar na een paar keer begon het te wennen. Ze dacht eigenlijk dat het best goed ging met Lizzy. Ik heb aangeboden om af en toe op te passen en ook om met Guido te gaan praten. Ze gaf aan dat hij onder grote spanning stond om het bedrijf draaiende te houden. En dat hij dat vaak op haar afreageerde. Ze was duidelijk bang van hem en blij met het aanbod.

Praten helpt!

Het is goed dat we erover gepraat hebben, dat heeft ons allebei goed gedaan. We konden samen zoeken naar een oplossing en ook Guido helpen om een oplossing te zoeken. 

Maak jij je zorgen om een kind?

Weet jij dat verwaarlozing ook kindermishandeling is? Of als kinderen te maken hebben met heftige ruzies van hun ouders en er geen aandacht meer is voor hen?
Herken de signalen en kom in actie. Want er is altijd iets dat je kunt doen! En kom je er zelf niet uit? Vraag dan advies of hulp.

“Je hoeft het niet alleen te doen, vraag hulp”

Angelique Valks, aandachtsfunctionaris huiselijk geweld ETZ: “Vandaag is dag 308 van 2020. Gisteren bespraken we het 230e geval van mogelijk huiselijk geweld dit jaar bij een patiënt, tijdens het multidisciplinair overleg in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ). 230 casussen: dat is bijna elke doordeweekse dag één. Gelukkig blijkt in veel gevallen een melding niet nodig.”

Vraagbaak voor collega’s

Als aandachtfunctionaris ben ik voorzitter van het multidisciplinair overleg over huiselijk geweld. Daarnaast ben ik vooral vraagbaak voor collega’s. Ze bellen me als ze twijfelen: zijn dit signalen van huiselijk geweld of niet? Moet ik hier wel of geen melding van maken? Ik kan die beslissing niet voor hen nemen. Wat ze met signalen doen, blijft hun eigen verantwoordelijkheid. Lastig is het vaak wel. Patiënten mogen erop vertrouwen dat wat ze vertellen, bij de behandelaar blijft. En die wil de behandelrelatie liever niet schaden. Wat ik zo’n geval vaak doe is spiegelen: wat als er wél iets aan de hand is?

Wat ik collega’s vooral meegeef, is open het gesprek aan te gaan met de patiënt, of die nu mogelijk slachtoffer is of dader. Een klassiek voorbeeld is de moeder die met een kind vol blauwe plekken naar de Spoedeisende Hulp (SEH) komt en zegt dat het is gevallen. Is de moeder niet consequent in haar antwoorden, dan kan dat een signaal zijn van kindermishandeling. In zo’n geval raad ik collega’s aan breed te kijken en te vragen. Misschien speelt schaamte een rol? Is het kindje van de commode gevallen toen zij even niet oplette? Ik adviseer hen ook altijd eerlijk te zijn. Zeg gewoon dat het je plicht is om te handelen volgens de meldcode.

Ziekenhuizen screenen alle patiënten tot 18 jaar op huiselijk geweld. Dat zijn we wettelijk verplicht. Kinderen tot 8 jaar worden letterlijk van top tot teen onderzocht. Ook werken alle ziekenhuizen in Nederland met signalerende vragenlijsten, de zogeheten sputovamo-formulieren. Dat gebeurt in elk geval op de SEH, de psychiatrische afdeling en moeder- en kindcentrum Fam.

Opkomen voor de underdog

Eerder werkte ik bij het ETZ als operatieassistent. Toen de kans voorbijkwam om aandachtsfunctionaris huiselijk geweld te worden, heb ik die met beide handen aangegrepen. Dit past bij mij. Als kind kwam ik altijd al op voor de underdog. Ik heb me met ziel en zaligheid op deze functie gestort. Mijn belangrijkste boodschap aan de collega’s is: vraag hulp. Je hoeft het niet alleen te doen. Samen komen we er wel uit. Vooral verpleegkundigen hebben die oproep nodig. Ik weet uit ervaring dat ze vaak vinden dat ze alles zelf moeten oplossen.

Regelmatig loop ik even een afdeling op. Dan heb ik bij psychiatrie bijvoorbeeld een gesprekje over een vader die een zelfmoordpoging heeft gedaan en door zijn kinderen is gevonden. We hebben het dan over de situatie thuis. Hoe wordt geregeld dat die veilig is als vader straks uit het ziekenhuis is ontslagen?
Bij het moeder- en kindcentrum komt het wel eens voor dat een baby direct na de geboorte bij de moeder wordt weggehaald. De Raad voor de Kinderbescherming heeft dan geoordeeld dat dit nodig is voor de veiligheid van het kind. Zoiets gun je natuurlijk geen enkele vrouw. Met verpleegkundigen bespreek ik in zo’n geval vooraf wat ze kunnen verwachten en hoe ze daarmee kunnen omgaan.

Aanschuiven bij teamoverleg

Werken volgens de meldcode is verplicht in het ziekenhuis, maar scholing erover niet. Dat vind ik merkwaardig. Om collega’s te informeren over de meldcode, schuif ik regelmatig een halfuurtje aan bij een teamoverleg. Dat doe ik bij voorkeur óók op plekken in het ziekenhuis die minder voor de hand liggen. Denk aan de röntgenafdeling, de gipskamer of bij het gastteam, dat maaltijden rondbrengt en patiëntenkamers schoonhoudt. De mensen die daar werken, zijn regelmatig even alleen met een kind. In situaties waar er mogelijk ruimte is voor een gesprek, waar je signalen kunt oppikken.

Soms hebben collega’s zoiets van: wat moet ik met dit onderwerp? Baliemedewerkers op de polikliniek bijvoorbeeld. Maar zij zien hoe ouders binnenkomen met hun kinderen, hoe ze hen toespreken. Krijgen ze daar een akelig gevoel bij? In acht van de tien gevallen speelt er dan ook daadwerkelijk iets. Ze zeggen ook wel eens tegen me: ik werk hier al 20 jaar en heb nog nooit zoiets meegemaakt. Maar als we dan doorpraten, blijkt het vaak toch anders te liggen. Dan komt het onderwerp loverboys ter sprake en zeggen ze: “Maar dát heb ik wel eens aan de hand gehad.”

Niet iedereen staat ervoor open dat ik kom praten over huiselijk geweld. Maar dat frustreert mij niet. Ik kom er gewoon een half jaar later nog eens op terug. En dan hoor ik vaak: “We hebben het er nog eens over gehad en er is nu wél ruimte. Vaak sluit ik ook aan bij activiteiten die worden georganiseerd. Zo heb ik tijdens een symposium over ouderenzorg gesproken over overbelaste mantelzorgers. En samen met onder meer de Taskforce organiseer ik elk jaar een symposium in het ziekenhuis. Het zou plaatsvinden in de Week tegen Kindermishandeling, maar is nu verzet naar juni. Door zo’n symposium zo aantrekkelijk mogelijk te maken – we hebben nu Karin Bloemen als dagvoorzitter – probeer ik zoveel mogelijk collega’s te bereiken.

Vragen op verjaardagsfeestjes

Ik vind het belangrijk dat steeds meer mensen, in het ziekenhuis en daarbuiten, weten dat ik me bezighoud met huiselijk geweld. Zodat ze me kunnen aanspreken over het onderwerp. Zoals ik vroeger op verjaardagsfeestjes vragen kreeg over medische onderwerpen, krijg ik ze nu over kindermishandeling. Dat geeft mij weer de gelegenheid duidelijk te maken dat iederéén de morele plicht heeft om niet weg te kijken. Wees die persoon die het verschil maakt voor dit kind.

Tips

Tips die Angelique Valks wil meegeven:

  • Besef dat je een lange adem nodig hebt om dit onderwerp bij collega’s ‘tussen de oren’ te krijgen
  • Vier je successen: sta af en toe stil bij wat je werk oplevert. Zo bel ik regelmatig met Veilig Thuis om te informeren hoe opvolging is gegeven aan een melding.
  • Geef je ergens een praatje? Benoem dat dat er mogelijk mensen tussen je publiek zitten, die zelf met huiselijk geweld te maken hebben gehad. Geef hen de mogelijkheid onopvallend de ruimte te verlaten, maar ook om er later een-op-een op terug te komen.

“Herken signalen en durf in te grijpen”

Als beleidsadviseur van de gemeente Hilvarenbeek heeft Sanne Abrahams de onderwerpen zorg, veiligheid en jeugdbeleid in haar dossier. “Kindermishandeling gaat me aan het hart”, zegt ze. “Wij volwassenen hebben de plicht om kinderen uit een onveilige situatie te halen, thuis of waar dan ook. Want weet je: die kinderen weten vaak niet beter.”

‘We zijn hier met elkaar begaan. Ook met onze kinderen’

“Landelijk komt vier procent van de meldingen over kindermishandeling vanuit het onderwijs”, weet Sanne. De cijfers schudt ze zó uit haar mouw, professioneel en kalm. Ze kan vervolgens slecht haar boosheid verbergen over hoe veel kinderen te lang aan hun lot worden overgelaten. “Vier procent!”, herhaalt ze. “Terwijl vrijwel alle kinderen in Nederland onderwijs krijgen!”

Beroepskrachten die werken met onze kinderen deinzen nog steeds terug bij vermoedens van kindermishandeling. Sanne begrijpt de schroom, maar heeft er geen begrip voor. “Wegkijken kan écht niet. Herken signalen en durf in te grijpen. Ga in gesprek met het kind als het vaak ziek is, blauwe plekken heeft of overdreven druk of juist rustig is. ‘Hoe is het met je? Alles goed thuis?’ Als je twijfels houdt kun je, nee: móet je als beroepskracht de ouders aanspreken. ‘Het valt me op dat uw kind stil is, vaak schrikt, moe, snel afgeleid. Ik maak me wat zorgen. Gaat het wel thuis? Kan ik iets voor je doen?’ Ja, dat is knap moeilijk. Daarom duurt het al gauw zeven jaar voor een mishandeld of verwaarloosd kind geholpen wordt. Zeven jaar! Dat willen we in onze gemeente zo lang niet laten duren. Dat pakken we hier samen aan!”

Vandaar een lokaal ambassadeursteam Verbind voor het Kind, een regionale Taskforce Kindermishandeling
en de website www.zorgenomeenkind.nl. Hier kan iedereen informatie vinden over hoe je jezelf of een kind of ouder uit je buurt, sportclub of vriendenkring kunt helpen als het niet lekker gaat. “We zijn in onze gemeente altijd met elkaar begaan. Laten we dat ook zijn met onze en elkaars kinderen. Daarmee kunnen we samen veel leed voorkomen.”

Ook jij kunt iets doen!

Sanne zet zich in voor de strijd tegen kindermishandeling. Verschillende ambassadeurs uit Hilvarenbeek delen hun verhaal. Hoe zij verschil maakten voor een kind. Maak jij je zorgen om jezelf, een kind of een gezin? Kom dan in actie. Want er is altijd iets wat je kunt doen. Oók als je twijfelt.

“Opvoeden kan je soms boven het hoofd groeien”

Mascha Verboven-Netten uit Haghorst vertrouwde het niet helemaal: kinderen in de buurt van kennissen werden soms nogal hardhandig (‘aan de staart’) van de straat naar binnen getrokken. Haar kennissen hoorden geregeld vervelende geluiden. “Opvoeden verliep daar niet altijd zachtzinnig.” Na enig dubben besloot ze anoniem melding te doen van het vermoeden van kindermishandeling.

‘In iedere ouder zit vooral liefde’

“Het woord ‘kindermishandeling’ staat me tegen”, zegt ze nu. “Het klinkt alsof die ouders hun kinderen bewust pijn wilden doen. Daar geloof ik niks van, in iedere ouder zit volgens mij vooral liefde.” Als moeder weet Mascha dat de opvoeding van kinderen je soms boven het hoofd kan groeien. “In je onmacht en stress kun je dan dingen doen of achterwege laten waar je kwetsbare kinderen door geraakt worden. Soms letterlijk. Als dat te vaak gebeurt of te lang achtereen kan het zijn dat je hulp nodig hebt. Ook als je zelf niet in staat bent erom te vragen. Dan ben je denk ik blij als anderen je ongevraagd die hulp aanbieden, ook anoniem. Dáárom pleegde ik dat telefoontje naar Veilig Thuis. Niet om die ouders te veroordelen of straffen, maar om hen en hun kinderen te helpen.”

In een ander geval ging Mascha op theevisite. “De dochter liep er steeds verwaarloosder en onverzorgder bij. Toen heb ik mezelf bij haar moeder uitgenodigd om gewoon eens van nabij de situatie te bekijken. Niet uit platte nieuwsgierigheid, daarvoor is ook mijn eigen privacy me te lief. Ik ging langs om te zien of ik ergens mee kon helpen. Even te laten weten dat ik belangstelling heb in háár, als moeder. Laten zien dat ik aanspreekbaar was, altijd bereid een keer de helpende hand te bieden. Daarmee kreeg zij direct wat lucht. Er kwam ook hulp van maatschappelijk werk, waardoor het al snel beter ging in het gezin.”

Moeilijk? “Je moet wel even een drempel over. Maar het is beter dan niets doen.”

Ook jij kunt iets doen!

Mascha zet zich in voor de strijd tegen kindermishandeling. Verschillende ambassadeurs uit Hilvarenbeek delen hun verhaal. Hoe zij verschil maakten voor een kind. Maak jij je zorgen om jezelf, een kind of een gezin? Kom dan in actie. Want er is altijd iets wat je kunt doen. Oók als je twijfelt.

“Jouw zwijgen laat een ander in de ellende zitten”

Soms zag theatermaker Koen Ketelaars uit Hilvarenbeek het somber in. Had hij die voorstelling rondom het thema kindermishandeling niet te gemakkelijk beloofd? “Dit is de moeilijkste opdracht ooit. Maar volgens mij is het ons gelukt een stuk te maken dat op respectvolle, hanteerbare manier de tongen losmaakt.”

Als theatermaker behandelde Koen eerder zware onderwerpen als dementie en ongewenste kinderloosheid. Dít thema, kindermishandeling, ligt hem nóg nader aan het hart. “Sinds een paar jaar hebben we pleegkinderen in huis. Sindsdien ben ik veel minder bestand tegen de narigheid die kinderen kan overkomen. Die raakt me veel dieper dan voorheen. Het onrecht, hun weerloosheid. Dat maakte het de eerste tijd voor mij lastig om deze voorstelling te maken.”

Zijn belangstelling voor het onderwerp werd gewekt bij een groepsgesprek over kindermishandeling.
“Ik was gevraagd daaraan deel te nemen, waarschijnlijk om mijn theaterachtergrond. Er ging een wereld open die voor mij anders verborgen was gebleven.” Kindermishandeling speelt zich vaak af waar niemand het ziet. “Voor veel mensen is het ver van hun bed. Ze hóeven het niet te zien of er iets mee te doen. Wij trekken met deze voorstelling die deken van kindermishandeling af. Besef dat jouw zwijgen een ander in de ellende laat zitten.”

Kindermishandeling kan nog heel lang doorzieken in een mensenleven, weet Koen na vele gesprekken met psychologen en ervaringsdeskundigen. “Onze voorstelling, ‘HuidHonger’, hebben we opgebouwd rondom een volwassene die terugkijkt op een jeugd waarin hij liefde tekortkwam. Nu is hij verliefd geworden en begint een relatie. Met allerlei obstakels en blokkades die hun oorsprong vinden in onverwerkte ervaringen en herinneringen.”

Tussen scènes waarin de hoofdrolspeler zijn vader uithoort door spelen de acteurs hersencellen
die moeite hebben met de verwerking van wat ze zien. “Dat zijn momenten waarop mensen
even kunnen lachen en ademhalen.”

Ook jij kunt iets doen!

Koen zet zich in voor de strijd tegen kindermishandeling. Verschillende ambassadeurs uit Hilvarenbeek delen hun verhaal. Hoe zij verschil maakten voor een kind. Maak jij je zorgen om jezelf, een kind of een gezin? Kom dan in actie. Want er is altijd iets wat je kunt doen. Oók als je twijfelt.

“Mijn droom is een plek waar mantelzorgkinderen gewoon kind kunnen zijn”

kind tekent

Preventieve hulpverlening wérkt voor kinderen die mantelzorger zijn voor een ouder, broertje of zusje. Dat ervaarde GZ-pscycholoog Annelies Witzel toen ze voor het eerst mantelzorgkinderen begeleidde. Sindsdien pleit ze overal voor meer aandacht voor deze kwetsbare doelgroep. Een groep ook die soms lijdt onder psychische mishandeling.

De coronamaatregelen zijn versoepeld en scholen hebben hun deuren weer geopend. Maar leerlingen met chronisch zieke gezinsleden zitten vaak nog thuis, hoe graag ze hun klasgenootjes ook weer zouden ontmoeten. “Ze zijn bang om hun ouders, broertje of zusje te besmetten”, hoort Annelies van collega’s.

Jezelf wegcijferen

Annelies WitzelVolgens het CBS is zo’n 17 procent van de kinderen mantelzorger. Jezelf wegcijferen is typerend voor deze groep, weet Annelies. Ze kwam ongeveer 15 jaar geleden voor het eerst met mantelzorgkinderen in aanraking. Als GZ-psycholoog werkte ze in verpleeghuis Elisabeth in Goirle met volwassenen jonger dan 65 jaar met Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH).

Vaak van de ene op de andere dag – bijvoorbeeld door een ongeval of herseninfarct – waren deze cliënten totaal veranderd. Ze kampten met tal van fysieke en psychische beperkingen. Dat is niet alleen moeilijk voor henzelf, maar ook voor hun gezinnen. “Veel mensen met NAH hebben last van prikkelgevoeligheid en emotieregulatiestoornissen”, geeft Annelies als voorbeeld. “Daardoor kan hun reactie op zoiets als lawaai buitensporig zijn.” Met als gevolg dat hun kinderen amper meer een vriendje of vriendinnetje mee naar huis durven te nemen.

Totaal kapotgelopen

Annelies kreeg toestemming om kinderen van cliënten met NAH te begeleiden. “Sommigen waren totaal kapotgelopen op hun ouder.” Een belangrijk onderdeel was psycho-educatie. “Vooral jonge kinderen snappen het gedrag van hun ouders vaak niet. Die denken dat het aan hen ligt. Dat kan leiden tot een gebrek aan zelfvertrouwen en geen grenzen durven aangeven.

Annelies bood de kinderen de ruimte hun gevoelens te uiten en gaf uitleg over NAH. Dat hielp. Ze voelden zich minder schuldig en waren beter in staat voor zichzelf op te komen. “Ze konden uiteindelijk zonder hulpverlening verder. Terwijl de mantelzorgkinderen die ik door plaatsgebrek niet heb kunnen helpen, later vaak bij de GGZ terechtkwamen.”

Ook fysiek zwaar

Sinds die tijd probeert Annelies waar ze maar kan een lans te breken voor mantelzorgkinderen. Net als kinderen van ouders met psychische problemen en/of een verslaving, zijn ze kwetsbaar. “Wat hen van KOPP/KOV-kinderen onderscheidt is de dubbele belasting. Ze hebben het niet alleen psychisch maar ook lichamelijk zwaar. Mantelzorgkinderen helpen hun ouder soms bijvoorbeeld naar het toilet.”

Psychische mishandeling komt ook bij deze doelgroep voor, weet Annelies. “Als zo’n kind de prikkelgevoeligheid van vader of moeder verstoort, kan die onbedoeld kwetsende dingen zeggen.” Met fysiek geweld hebben deze kinderen sporadisch te maken en ligt vanwege de fysieke beperkingen van de ouders minder voor de hand.

Gewoon kind zijn

Annelies’ droom is een plek waar mantelzorgkinderen terecht kunnen met hun verhalen. Een therapiegroep waar ze voorlichting krijgen over het ziektebeeld en hun ervaringen kunnen delen, maar ook een plek waar ze mogen spelen, waar ze gewoon kind mogen zijn. Haar pogingen om dit initiatief te financieren zijn tot nu toe zonder resultaat gebleven. Maar ze gaat onvermoeibaar door met haar strijd voor deze kinderen. “Het blijft mij bezighouden.”

Werk je met of ken je met mantelzorgkinderen? Annelies heeft enkele tips:

  • Laat hen hun verhaal doen en/of hun emoties uiten.
  • Geef hen de ruimte om zichzelf te zijn, om eens een keer niet op hun tenen te hoeven lopen.
  • Geef hen het gevoel dat ze goed zijn zoals ze zijn. Dat ze er mogen zijn.

infographic jonge mantelzorgers in coronatijd

“Investeer in de jeugdzorg in het voorkómen van problemen, ook financiële”

Lian Smits van Sterk Huis
Lian Smits, bestuurder Sterk Huis:

Dweilen met de kraan open. Ik heb het daar vaak over, om het belang van preventie in de jeugdzorg te onderstrepen. Dat is mijn missie: voorkomen dat kinderen en gezinnen ernstig in de problemen raken. En dat kán. De meeste problemen zie je namelijk al aankomen.

Effecten kindermishandeling sleep je met je mee

Maar eerst wil ik even ingaan op de reden dat ik ambassadeur van de Taskforce ben geworden. Het is niet in me opgekomen om nee te zeggen. Kindermishandeling is een van de meeste funeste en gemene gebeurtenissen die je kunt meemaken. De effecten sleep je je leven lang met je mee, in de vorm van beperkingen en achterstanden.

De gevolgen van kindermishandeling kom ik regelmatig tegen bij Sterk Huis. We helpen jeugd en gezinnen bij wie complexe vragen spelen rond ontwikkeling en veiligheid. Het één kan niet zonder het ander. Als je thuis niet veilig opgroeit – omdat er sprake is van fysiek, psychisch of seksueel geweld – dan belemmert dat je ontwikkeling. Daarom werken we eerst aan de trauma’s die kinderen hebben opgelopen en dan pas aan competenties. Je hebt zelfvertrouwen nodig om verder te komen in het leven.

Onveilig opgroeien hangt overigens niet per se samen met geweld. Het kan ook te maken hebben met een gemis aan een basis thuis, aan iemand die je warmte, eten en verzorging biedt. Of aan het ontbreken van een omgeving waarin je jezelf kunt zijn, mag leren en fouten maken. Voor veel kwetsbare kinderen is dit alles niet vanzelfsprekend.

Risico’s op complexe problemen vroeg signaleren

Kwetsbare kinderen zie je in sommige wijken veel meer dan in andere. Daarom vind ik Smart Start ook zo’n mooi project. We zijn daar heel actief in, samen met andere maatschappelijke partners, zoals GGD en Xpect Primair, gemeenten in de regio Hart van Brabant en Tilburg University. Bij Smart Start maken we gebruik van data en kennis. We zetten die in om in bepaalde wijken complexe problemen en de risico’s daarop bij kinderen en gezinnen al in een vroeg stadium te signaleren.

Er is veel kennis over welke omstandigheden een kind kwetsbaar maken. Die risico’s zijn bijvoorbeeld in kaart gebracht in het onderzoek naar Adversed Childhood Experiences, ook wel de ACE-studie genoemd. Daaruit blijkt dat jeugdtrauma’s, zoals kindermishandeling, de kans op psychische en fysieke problemen op latere leeftijd aanzienlijk vergroten. En als we niks doen, loop je het risico dat kwetsbaarheid van generatie op generatie wordt doorgegeven.

In ons werk kun je tachtig procent van de problemen al zien aankomen. Dat betekent dat je er preventief aan kunt werken. Dat je al in actie kunt komen als de uitingsvormen van die problemen nog mild zijn.

En waarom zou je dat niet doen? Je wilt kinderen toch geen onnodig risico laten lopen?

Ik pleit voor een jeugdzorg die investeert in het voorkómen van problemen, ook financiële problemen. Zoals gezond leven wordt gestimuleerd via preventieve gezondheidszorg, zou de overheid ook tijd en geld moeten steken in het bevorderen van gezond groot worden.

Kwetsbare kinderen pik je er al in groep 1 uit

Hoe? Door samen te werken met mensen die via hun werk in aanraking komen met kwetsbare kinderen. Denk bijvoorbeeld aan leerkrachten. Zij kunnen in groep 1 vaak de leerlingen er al uitpikken die meer kans lopen op problemen dan andere.

Wat deze kinderen vervolgens nodig hebben, is geen stempel dyslexie of adhd. Maar allerlei programma’s die je preventief kunt inzetten. Ik denk dan aan basisondersteuning gericht op bijvoorbeeld leesbevordering of op het versterken van weerbaarheid, eigenwaarde en zelfvertrouwen. Ook kun je de ouders van deze kinderen helpen door hen pro-actief steun en kennis te bieden.

Zo kun je kwetsbare kinderen versterken. Kinderen die opgroeien in een lastige thuissituatie en daardoor al bij hun geboorte op achterstand staan. Kinderen die niet naar het kinderdagverblijf gaan, die minder sociale vaardigheden meekrijgen dan leeftijdsgenootjes, die vaker dan anderen kampen met (veronderstelde) leerproblemen, die meer kans maken op een stempel waarvan ze hun hele leven last houden.

We hebben het hier niet over moeilijke kinderen. Maar over kinderen die moeilijk zijn gaan doen omdat ze opgroeien in moeilijke omstandigheden. En dat doet pijn, maakt je onzeker, geeft je het gevoel dat je er niet toe doet. Ik vind ook dat we het woord jeugdzorg moeten vervangen voor gezinshulpverlening.

Kindermishandeling is uiting van kwetsbaarheid gezin

Een van de meest beschadigende omstandigheden waarin kinderen kunnen opgroeien, is huiselijk geweld. Kindermishandeling is vaak een uiting van de kwetsbaarheid van een gezin. Iedere ouder wil het beste voor zijn of haar kind, maar niet iedereen is bij machte om dat te bieden.

Kindermishandeling is een groot maatschappelijk probleem. Ik zie het als een belangrijke opdracht in ons werk en voor mezelf om kinderen beter te beschermen. Daarom vertel ik mijn verhaal overal waar mensen het maar willen horen. Dat doe ik ook in netwerken waar het niet zo bekend is als in bijvoorbeeld zorg en onderwijs, zoals bij werkgevers van VNO-NCW, serviceclubs en fondsen.

Ik vertel het verhaal in de hoop dat mensen in hun dagelijks leven kindermishandeling gaan herkennen en er wat mee doen. Dat ze op zijn minst in gesprek gaan met iemand die er misschien meer verstand van heeft dan zijzelf.

Als je denkt: ‘zie ik dit goed? Bemoei ik me nu niet met privézaken?’ Wantrouw dan je eigen onmacht. Als de situatie van een kind je buikpijn bezorgt, neem dat dan alsjeblieft serieus. Als jij voelt ‘dit is niet oké’, dan ís het ook niet oké.

Inzichten

De inzichten die Lian wil meegeven:

  • Een kind kan zich pas goed ontwikkelen als het zich veilig voelt
  • Jeugdtrauma’s, zoals kindermishandeling, vergroten de kans op psychische en fysieke problemen op latere leeftijd
  • In ons werk kun je tachtig procent van de problemen al zien aankomen. Dus waarom kinderen onnodig risico laten lopen?
  • Iedere ouder wil het beste voor zijn of haar kind
  • Geef kinderen geen stempel maar bied preventieve programma’s
  • Wantrouw je eigen onmacht om iets aan kindermishandeling te doen.