“Pak door en vraag hulp”

Piet Poos, wethouder gemeente Goirle
Piet Poos, wethouder gemeente Goirle:

Zoveel mogelijk kinderen uit huis en in beweging krijgen. Daar zetten we in Goirle op in, nu de jeugd weer buiten mag sporten. We richten ons daarbij in het bijzonder op de meest kwetsbaren, in onze gemeente zo’n 5 procent van alle kinderen in de basisschoolleeftijd.

Ook vragen we vrijwilligers die met kinderen werken, juist nu alert te zijn op signalen van huiselijk geweld. En we zorgen dat zij kunnen terugvallen op deskundigen.

Als wethouder verantwoordelijk voor jeugdhulp ben ik een groot voorstander van snel ingrijpen. En met snel bedoel ik: voordat kleine problemen groter worden. Dat is niet alleen kostenbesparend, maar voorkomt escalatie. Ook als de veiligheid van kinderen in het geding is, moet je snel ingrijpen.

Maar ik zie veel handelingsverlegenheid in het onderwijs en de sport, belangrijke vindplaatsen voor kwetsbare jeugd. Als er iets mis is met een kind, dan merken leerkrachten of sporttrainers dat meestal wel. Daar ben ik van overtuigd. Het valt hen op dat een kind zich anders gedraagt dan anders. Maar vervolgens weten ze vaak niet wat ze met die signalen moeten doen. Ze vinden het moeilijk om door te pakken. Ze willen hun relatie met ouders niet in gevaar brengen. Daarom kiezen we bij de gemeente Goirle voor een aanpak waarbij leerkracht en sportvrijwilliger kunnen terugvallen op deskundigen.

Zo hebben we een pilot voorbereid waarbij jeugdprofessionals enkele uren per week gaan meedraaien op basisscholen. Zodat leerkrachten die zich zorgen maken om een kind, deze deskundigen laagdrempelig om advies kunnen vragen. En als het nodig is, gaan de jeugdprofessionals ook in gesprek met de ouders. Ons doel: tijdig ingrijpen, of het nu gaat om een stoornis, gedragsproblemen of kindermishandeling.

Nu iedereen tot en met 18 jaar weer onder begeleiding buiten mag sporten, kiezen we voor een vergelijkbare werkwijze bij verenigingen. We vragen vrijwilligers in de sport alert te zijn op kindermishandeling. Valt er iets op aan hun gedrag? Zijn ze heel uitgelaten of juist heel stil? Is dit logisch na wekenlang gedwongen thuiszitten of is er meer aan de hand?

Om het antwoord te vinden op deze vragen, willen we ook vrijwilligers in de sport in contact brengen met jeugdprofessionals. Hoe, dat weten we nog niet precies. Maar we weten wel dat je makkelijker hulp vraagt aan iemand die je al eens hebt gezien.

Ik wil mensen in de sport én in het onderwijs oproepen van deze deskundigen gebruik te maken. Zij kunnen je ook helpen zwakke signalen te onderscheiden van ruis. Want we willen het systeem natuurlijk niet onnodig belasten.

“Heb oog voor het kind achter de sportprestatie”

Irene Dekker, projectmanager KNVB
Irene Dekker, projectmanagement bij KNVB:

Ik woon in Midden-Brabant, maar werk in Zeist. Daar ben ik ook actief als jeugdhockeytrainer bij Schaerweijde. Door de coronamaatregelen kon ik ruim zes weken geen training geven. Ik verheug me er ontzettend op mijn team – meiden van 15 en 16 jaar – weer te zien!

Nu kinderen tot en met 18 jaar weer onder begeleiding mogen sporten, ben ik achter de schermen druk bezig met de voorbereiding van hun terugkeer. Zowel bij de KNVB als bij Schaerweijde en HC Tilburg, waar ik zelf hockey. De focus ligt vooral op praktische zaken: op trainen met 1,5 afstand (voor kinderen van 12 jaar en ouder), op looproutes op het sportcomplex en rijroutes voor ouders die komen brengen en halen.

Maar ik zie deze bijzondere tijd ook als een kans voor sportclubs om na te denken over afspraken. Over hoe je met elkaar omgaat. Dat is belangrijk. Want binnen een club die daar aandacht voor heeft, spreken mensen elkaar eerder aan op ongewenst gedrag.

Ik gun iederéén sportplezier

Waarom ik ambassadeur voor de Taskforce ben geworden? Zelf heb ik altijd met heel veel plezier gesport en dat doe ik nog steeds. Sporten en lid zijn van een vereniging heeft mij altijd veel gebracht. Dat gun ik iedereen.
Ik had nog een reden om ja te zeggen tegen het ambassadeurschap. Toen ik afstudeerde aan de NHTV in Breda (nu Breda University of Applied Sciences), was Theo Hutten mijn begeleider. Juist in die tijd kwam zijn dochter naar buiten met het verhaal dat ze tussen haar 12e en 14e is misbruikt door haar zwemcoach. Het strafproces was desastreus: de tegenwerking van de dader, de verhoren, de herhaalde confrontatie met die man. Ook de impact op Theo en de rest van het gezin was immens. Op mij maakte dit alles een diepe indruk. Geen enkel kind zou zoiets nog mogen meemaken.

Sportclub als ontmoetingsplek

Net als basisscholen, zijn sportclubs plekken waar een grote diversiteit aan mensen elkaar ontmoet. Verenigingen kunnen een veilig sportklimaat te creëren, waar vermoedens van kindermishandeling worden gesignaleerd en bespreekbaar gemaakt. Als lid van de werkgroep Sport en Recreatie van de Taskforce draag ik daar op mijn manier aan bij. Dat doe ik door gebruik te maken van mijn netwerk en dat steeds verder uit te breiden.
Ik kan makkelijk verbindingen leggen, doordat ik zowel in de regio Hart van Brabant als bij de KNVB werk aan een veilig sportklimaat. Het is een van de maatschappelijke projecten waar ik me bij de nationale voetbalbond mee bezighoud.

Verenigingennetwerk Sportplezier

Hier in de regio ben ik betrokken bij het Verenigingennetwerk Sportplezier. HC Tilburg is een van de tien clubs die er deel van uitmaakt. Eens per kwartaal komen we bij elkaar. We delen voorbeelden van hoe we dingen aanpakken. Hoe ga je bijvoorbeeld om met pestgedrag? Sinds kort krijgen we ook professionele ondersteuning van sportpedagoog Marion de Kock van het Sportbedrijf van de gemeente Tilburg.
Doordat ik zowel landelijk als regionaal actief ben, kan ik zien of wat landelijk wordt bedacht wérkt voor verenigingen. Zo heeft het Verenigingennetwerk Sportplezier input geleverd voor de NOC*NSF toolkit High 5, op naar een veilige sportcultuur. Dit vijf-stappenplan helpt verenigingen bij het creëren van een veilig sportklimaat.

(Meer) huiselijk geweld?

Alert zijn op kindermishandeling is nu belangrijker dan ooit. Tijdens de intelligente lockdown zijn de spanningen in sommige gezinnen hoog opgelopen. Mogelijk heeft dat geleid tot (meer) huiselijk geweld. In grote delen van Nederland zijn de sportclubs de eersten die kinderen weer zien, nog voor ze naar school gaan. Bovendien openen clubs de poort niet alleen voor de eigen leden, maar voor alle jeugd. Hoe komen we erachter hoe het met de kinderen gaat? En hoe kom je in actie als dat nodig is?

Naast de trainers die direct contact hebben met de kinderen, zou een vertrouwenscontactpersoon bij de vereniging hierin een belangrijke rol kunnen spelen. Juist nu! Zij kunnen trainers helpen die vermoedens hebben dat het niet goed gaat met een kind. De Taskforce streeft naar een vertrouwenscontactpersoon voor elke club in Midden-Brabant.

Deze periode van nieuwe afspraken biedt ook kansen voor het met elkaar in gesprek gaan over gedrag. Leg uit wat de gedachte is achter de coronaregels op de club. Of ga in gesprek als kinderen ze niet opvolgen, bijvoorbeeld omdat ze er te licht over denken. Een mooie aanleiding om samen te praten over zaken als respect en solidariteit.

Plezier ondanks beperkingen

Terug naar ‘mijn’ team bij Schaerweijde. De meiden zullen blij zijn elkaar weer te zien. Tijdens de eerste training gaan we vooral ruimte geven aan hun enthousiasme om weer te mogen sporten. Maar we nemen ook de tijd om te checken hoe het met iedereen gaat. We hebben tijdens de trainingen te maken met beperkingen, maar dat neemt niet weg dat we veel plezier kunnen beleven tijdens de training. Met elkaar gaan we er iets moois van maken de komende periode!

Positieve waarden

Oog hebben voor het kind áchter de sportprestatie, of achter gedrag dat het laat zien. Dat is wat ik vrijwilligers van sportverenigingen probeer mee te geven. De sportvereniging is immers een plek waar veel kinderen elkaar ontmoeten en waar ze kunnen oefenen met groepsinteracties. Sporten kan bijdragen aan allerlei positieve waarden voor kinderen als zelfvertrouwen, trots en solidariteit. Helaas kan sport ook leiden tot negatief gedrag: egoïsme, pesten en (seksuele) intimidatie.
Sport kan een belangrijke rol spelen in het beste in elk kind naar boven halen. Dit wetende: laten we er in Hart van Brabant alles aan doen om die positieve effecten teweeg te brengen en elk kind met veel plezier en vertrouwen te laten sporten!

Tips

Tips voor vrijwilligers in de sport:

  • Bedenk dat iedereen het verschil kan maken voor een kind.
  • Maak grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar bij je vereniging. Gebruik daarvoor de Toolkit High 5.
  • Vermoed je dat het niet zo goed gaat met een kind? Stel vragen. Speelt er wat? Bespreek dat dan met iemand die je vertrouwt en maak gebruik van de vertrouwenscontactpersoon als je vereniging hierover beschikt.

“Chapeau voor de inzet voor kwetsbare kinderen!”

Wethouder Rolph Dols
Rolph Dols, wethouder gemeente Tilburg:

Thuis werken en tegelijkertijd je drie kinderen thuisonderwijs geven. Ik zie bij mijn naaste collega’s hoeveel kruim dat kost. En dan heb ik het over mensen van wie je verwacht: die doen dat even.

Maar hoe zwaar ze het soms ook mogen hebben, afgezet tegen de situatie waarin sommige ouders verkeren, hebben zij een luxeprobleem. Want wat als je schulden hebt, middenin een vechtscheiding zit en kampt met psychische problemen? Als je kinderen zich nergens in huis kunnen terugtrekken om huiswerk te maken?

Wat als de spanningen thuis zo hoog oplopen dat kinderen zich niet veilig voelen? Als ze leerachterstanden oplopen? Of als hun ouders geen raad weten met hun gedrag?

Opvang kwetsbare kinderen

Voor honderden gezinnen in Brabant is dit helaas dagelijkse realiteit. Kwetsbare kinderen in dergelijke situaties worden sinds eind vorige maand opgevangen op school. Gemeenten hebben in deze aanpak een signalerende en coördinerende rol. En burgemeester Theo Weterings van Tilburg, in zijn hoedanigheid als voorzitter van de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, heeft mij gevraagd om namens hem de opvang van deze kwetsbare kinderen in heel Brabant te coördineren.

Ik ben blij dat we dit samen met het onderwijs hebben kunnen oppakken. Want de structuur en veiligheid die scholen normaal gesproken bieden aan kwetsbare kinderen, was door de coronamaatregelen tijdelijk weggevallen. Geen enkel kind mag door de coronacrisis buiten de boot vallen. Dat vind ik niet alleen, ik merk dat heel veel anderen het ook zo voelen. En dat doet me goed.

Doen wat nodig is

Toch blijken nu in heel Nederland ongeveer 7000 kinderen ‘kwijt’ te zijn. Dit speelt ook in onze regio. Kinderen die als kwetsbaar zijn aangemerkt, komen niet naar school. Ze kwamen ook al geen huiswerkpakketjes ophalen. Ze hebben geen enkele structuur meer. Contact leggen met hun ouders lukt niet.

Om deze groep te helpen bedenken scholen, jeugdzorgaanbieders en welzijnsorganisaties in Hart van Brabant creatieve oplossingen. Ze zetten zich samen in voor de meest kwetsbare kinderen. Ze doen wat nodig is. Punt. It takes what it takes. Chapeau!

Ik sta iedere keer weer versteld van de kracht en betrokkenheid van professionals die met kinderen werken. En ik ben hen zeer, zeer dankbaar dat ze zich samen met ons sterk willen maken voor de meest kwetsbare groep. De waardering die ik voor hen heb, zie ik gelukkig ook bij anderen terug. Ze staan er niet alleen voor.

Alleen ben je maar een klein schakeltje, maar samen vormen we een stevige ketting. Als we dit vasthouden, zijn we ook na deze crisis in staat om grote stappen te zetten.

“Leerkrachten voelen – ook op afstand – of een kind zichzelf is”

Pieter Jansen, ambassadeur Taskforce
Pieter Jansen, directeur onderwijscoöperatie T-PrimaiR en ambassadeur Regionale Taskforce Kindermishandeling

Nu we met z’n allen in de ban zijn van het coronavirus, is er veel aandacht voor de betrokkenheid en de inzet van zorgpersoneel. En terecht. Maar als directeur van T-PrimaiR, gebruik ik dit podium graag om leerkrachten in het primair onderwijs in de schijnwerpers te zetten. Ook al zitten de meeste kinderen thuis, hun betrokkenheid bij en inzet voor leerlingen is onverminderd groot. En dat geldt ook of misschien wel juist voor de meest kwetsbare kinderen.

De scholen zijn nu ruim drie weken dicht. Het onderwijs op afstand verloopt in het algemeen goed. Leerkrachten maken zich in rap tempo nieuwe digitale technieken eigen. Ze doen hun uiterste best om in contact te blijven met kinderen, vooral met leerlingen om wie ze zich zorgen maken.

Scholen belangrijke vindplaats

Sinds de oprichting in 2017 ben ik ambassadeur van de Taskforce Kindermishandeling. Ik vind het belangrijk dat het onderwijs binnen de taskforce goed is vertegenwoordigd. Want basisscholen zijn een belangrijke vindplaats voor opvoed- en opgroeivraagstukken. En een onveilige thuissituatie hoort daar soms helaas ook bij.

Ik voel me ook persoonlijk betrokken bij dit onderwerp. De laatste jaren heb ik veel ervaringsverhalen gehoord van volwassenen die als kind werden mishandeld. Dat doet elke keer weer iets met me. De impact die dit heeft gehad op hun verdere leven is steevast enorm. Als je de onveiligheid van kinderen weet te verminderen, draagt je dus bij aan een betere toekomst. Je draagt bij aan hun levensgeluk.

Ik ben tevens ambassadeur geworden omdat ik als directeur van onderwijscoöperatie T-PrimaiR mensen en organisaties met elkaar kan verbinden en het onderwerp op de agenda kan zetten. Niet alleen heb ik regelmatig contact met de bij de coöperatie aangesloten schoolbesturen voor primair onderwijs. We werken bijvoorbeeld ook samen met het voortgezet onderwijs en organisaties op het gebied van welzijn, sport en cultuur. Door de handen ineen te slaan, kunnen we onveilige thuissituaties beter signaleren en aanpakken.

Veilige plek

De school is een veilige plek voor kinderen en ouders. Zo staat het in ons onderwijsmanifest. Als het gaat om kindermishandeling, is dat onze kracht én onze zwakte. Voor leerlingen die te maken hebben met misbruik, fysiek of psychisch geweld, is de school een veilige haven. Tegelijkertijd is een vertrouwensrelatie met kinderen en ouders de basis voor goed onderwijs. Die relatie koesteren we. Daarom is het voor scholen zo belangrijk om bij vermoedens van kindermishandeling de hulp te kunnen inroepen van andere maatschappelijke organisaties. Instanties die makkelijker bij gezinnen achter de voordeur komen bijvoorbeeld.

Ambassadeur zijn van de taskforce is geen gemakkelijke rol. Problemen in gezinnen kunnen heel ernstig zijn en niet eenvoudig op te lossen. Wanneer doe je het in zo’n situatie goed als professional? Dat ontslaat ons echter niet van onze inspanningsverplichting. Naar schatting 3000 kinderen in deze regio hebben te maken met huiselijke geweld. Daar kun je je ogen niet voor sluiten.

Tactiek van de verleiding

Als ik inzoom op het primair onderwijs, dan heb ik ervaren dat een top-down benadering niet werkt. Leerkrachten verplichten een meldcodetraining te volgen, heeft bijvoorbeeld geen zin. T-PrimaiR kiest voor de tactiek van de verleiding of het verlangen. We proberen het gevoel van urgentie te vergroten. Wat ertoe kan leiden dat scholen zélf kiezen voor professionalisering op het gebied van kindermishandeling.

Wat ook heel belangrijk is bij dit thema, is een veilige werkomgeving. Voelt een leerkracht die signalen oppikt van kindermishandeling, zich vrij om dit met een collega te bespreken? Durft hij of zij iets te ondernemen?

Lespakketje afgeven

Terug naar de huidige situatie, naar het onderwijs op afstand. Veel leerkrachten zijn in hun hoofd continu bezig met ‘hun’ kinderen. Ze doen wat ze kunnen, bijvoorbeeld door zo nu en dan op de fiets te stappen om een lespakketje af te geven. Of door elke dag even met sommige leerlingen te (beeld)bellen.

Natuurlijk is het moeilijk om een vinger aan de pols te houden als je een leerling niet meer op school ziet. Maar ik ben ervan overtuigd dat leerkrachten heel goed aanvoelen – ook op afstand – of kinderen zich onder de huidige omstandigheden voldoende kunnen ontwikkelen. Ze merken of een leerling zichzelf is of niet.

Opvang kwetsbare kinderen

Voor kinderen die als kwetsbaar bekend staan, wordt sinds 30 maart opvang geregeld op scholen en kinderdagverblijven. Dit geldt ook voor leerlingen met een onveilige thuissituatie. De gemeente Tilburg heeft dit, in samenwerking de andere gemeenten in Hart van Brabant, voortvarend aangepakt.

Wat scholen erg helpt, is dat ze niet hoeven te bepalen welke leerlingen in aanmerking komen voor opvang. Dat doet de gemeente, in overleg met jeugdzorgaanbieders en de Toegang. Daar zijn duidelijke criteria voor opgesteld, hoewel dat best even zoeken was. Leerlingen worden bij scholen aangemeld en die nemen vervolgens contact op met de ouders. Kwetsbare leerlingen zijn ook niet elke dag op school. Soms gaat het om een paar uur per week. Het is altijd maatwerk.

Scholen hoeven dus geen verantwoording af te leggen aan ouders die vragen waarom hun kind niet in aanmerking komt voor opvang en andere leerlingen wel. En dat is belangrijk, gezien de waarde die scholen hechten aan een goede relatie met het ‘thuisfront’.

Uit beeld

Er zijn in de regio ook duidelijke afspraken gemaakt om te voorkomen dat kwetsbare leerlingen uit beeld raken. Scholen laten elke dag weten of de kinderen aanwezig zijn en zo niet, of er contact met de ouders is geweest.

Lukt het leerkrachten niet om ouders te bereiken, dan proberen ze het op een andere manier. Bijvoorbeeld via organisaties die het gezin begeleiden. Maar als ouders écht niet thuisgeven, dan staan we onmachtig. Je kunt niet alles zien, herkennen en voorkomen.

Ervaringen van scholen worden gedeeld in de werkgroepen die in no time zijn opgetuigd voor overleg over de opvang van kwetsbare kinderen. En als leerlingen extra ondersteuning nodig hebben, kunnen we dat ook snel regelen. Schoolbestuurders zijn in het algemeen erg tevreden met de manier waarop we de opvang van kwetsbare leerlingen hier in Hart van Brabant hebben aangepakt.

Lessen geleerd

Vooruitkijkend zou het zomaar kunnen dat de coronacrisis heeft bijgedragen aan een beter bewustzijn van wat er soms speelt in de thuissituatie. Een beter bewustzijn ook van wie onze meest kwetsbare leerlingen zijn. En waaraan je hen kunt herkennen. Misschien kunnen we straks, als de situatie weer is genormaliseerd, hier nog eens rustig op terugkijken. En onszelf afvragen welke lessen we hebben geleerd voor de toekomst.

“Als samen thuis zijn, onveilig kan zijn”

Wethouder Esmah Lahlah
Esmah Lahlah, wethouder gemeente Tilburg:

Deze zin spookt al door mijn hoofd vanaf het moment dat kinderopvang en scholen werden gesloten. Ouders hebben niet alleen onverwacht de hele dag de zorg voor hun kinderen, maar er wordt ook verwacht dat ze thuisonderwijs mogelijk maken. Daarnaast ervaren ze mogelijk extra stress door zorgen over het werk en inkomen. Wellicht wordt er van ze verwacht dat ze thuis werken.
Voor een groot aantal ouders is dat geen groot probleem, maar er zijn ook ouders voor wie dit heel moeilijk is. Alles is dan aanwezig voor hoogoplopende spanningen, waardoor het risico op kindermishandeling (en huiselijk geweld) stijgt.

Bij de gedachte alleen al krijg ik buikpijn. En niet alleen ik. Deze zorg wordt gevoeld en gedeeld door de verschillende betrokken sectoren en heeft zeker ook aandacht binnen de drie Veiligheidsregio’s. Zo wordt overleg gevoerd met gemeenten en met partners zoals Veilig Thuis, Gecertificeerde instellingen, Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdzorginstellingen en met scholen (VO/PO/MBO/Speciaal Onderwijs), kinderopvang, toegangsteams en jongerenwerk hoe hier het beste mee om te gaan.

We zien hierbij gelukkig een enorme grote bereidheid binnen de kinderopvang, het onderwijs en het hele maatschappelijke veld om de kwetsbare kinderen en jongeren zo snel mogelijk opvang of begeleiding te bieden. Op veel plekken wordt sinds maandag – en in enkele gevallen al daarvoor – reeds opvang geboden aan deze groep kinderen. Samen kunnen we voorkomen dat juist deze kinderen niet een extra klap krijgen.

“Wees tijdens de coronacrisis extra alert op signalen van huiselijk geweld”

Tom Pietermans, directeur Veilig Thuis Midden Brabant
Tom Pietermans, directeur Veilig Thuis Midden Brabant en ambassadeur Regionale Taskforce Kindermishandeling:

Moeder met een bemoedigende glimlach aan de keukentafel, te midden van haar twee kinderen. Laptop, iPad en schoolboeken binnen handbereik. Dochter en zoon geconcentreerd gebogen over hun schoolwerk, terwijl vader op de achtergrond het eten klaarmaakt.

Het is slechts een van de vele idyllische beelden van thuisonderwijs, die voorbijkwamen sinds half maart de scholen dicht zijn gegaan. Maar niet voor alle gezinnen die noodgedwongen thuis zitten vanwege het coronavirus, is de situatie zo rooskleurig. Kinderen met een onveilige thuissituatie leven voortdurend in stress, omdat het geweld elk moment weer kan escaleren. School is voor hen een veilige haven, net als de sportclub. En die moeten ze nu missen.

Of wat te denken van een ernstig autistische jongen, die doordeweeks niet meer naar school of zijn leefgroep kan? Hoe voorkomen zijn ouders dat hij ‘ontploft’ nu hij 24 uur per dag, 7 dagen per week thuis is? Of hoe helpen we die alleenstaande depressieve moeder en haar dochtertje, die allebei het coronavirus bij zich dragen en thuis geen hulpverleners kunnen ontvangen?

Volksgezondheidscrisis

We zitten middenin een volksgezondheidscrisis. Corona treft iedereen, maar de een is zelfredzamer dan de ander. Want wat als je kind zich niet kan concentreren, jij wel wat anders aan je hoofd hebt dan thuisonderwijs en je geen partner hebt om op terug te vallen?

De boel die thuis dreigt te escaleren, onhoudbare situaties. We hadden nog maar een week thuisonderwijs achter de rug, of we kregen bij Veilig Thuis al meer vragen dan anders over dit soort situaties.
Het zou fijn zijn als er iets geregeld kan worden voor kinderen die thuis in de knel zitten door de stress, de onzekerheid en het voortdurend op elkaars lip zitten die corona met zich meebrengt. Een opvangmogelijkheid conform de richtlijnen van het RIVM. Zodat we ernstige crisissen kunnen voorkomen.
Ik begrijp dat er, onder regie van de gemeente, al volop overlegd wordt over de mogelijkheden. Bestuurders, ambtenaren, mensen actief in onderwijs, kinderopvang en jeugdzorg kijken hoe ze gehoor kunnen geven aan de oproep van minister Slob, om opvang te bieden aan de meest kwetsbare kinderen.

Contact via Facetime

Intussen zoeken wij hier bij Veilig Thuis naar een nieuwe manier van werken, nu we minder makkelijk bij gezinnen achter de voordeur kunnen komen. We gaan in principe niet meer bij mensen op huisbezoek. Dat doen we alleen nog in crisissituaties. In plaats daarvan zoeken onze medewerkers contact via WhatsApp, Facetime of de telefoon. Ze toetsen frequent even hoe de situatie ervoor staat en kiezen daarbij soms bewust voor beeldbellen, zodat ze ook zoveel mogelijk kunnen zíen hoe het gaat. Hoe risicovoller de situatie, hoe vaker het contact.

Naast de zorg voor onze cliënten, was er afgelopen weken zorg voor de veiligheid en gezondheid van onze medewerkers. Nu is de vraag: hoe gaan we onze taak de komende tijd zo goed mogelijk vervullen? Dit doen we uiteraard niet alleen, maar in nauwe samenspraak met onze ketenpartners zoals bijvoorbeeld de politie en de sociale wijkteams.

Netwerk en ketenafspraken in crisistijd

Onlangs heeft er overleg plaatsgevonden tussen de gemeente Tilburg, het Zorg- en Veiligheidshuis, de Coöperatie Toegang, Het Crisis Interventie Team (CIT) Hart van Brabant en Veilig Thuis. Want deze coronacrisis vraagt echt om nieuwe afspraken in de netwerkaanpak.
In welke situaties maken we een uitzondering op de hoofdregel dat we in principe niet meer bij mensen achter de voordeur komen? Hoe stemmen we optimaal af met het CIT en garanderen wij dat onze Dienst Urgente Zaken het overneemt, als de eerste interventie op veiligheid en rust is verricht? En als we eenmaal veiligheidsvoorwaarden hebben opgesteld, zijn de sociale wijkteams is dan in staat de benodigde hulp te regelen? Zoals ze gewend zijn te doen, maar dan op afstand? Het is nog een hele zoektocht om alles zo veel mogelijk doorgang te laten vinden. Maar we gaan ervan uit dat het ons, samen met onze ketenpartners, gaat lukken om de veiligheid van kinderen te waarborgen. Er ligt een goede samenwerkingsbasis in Hart van Brabant.

Voor iedereen geldt – of je nu als professional of als buurvrouw bij een gezin bent betrokken: wees in deze tijd extra alert op signalen. Er is letterlijk een grote afstand, tussen zorgverlener en cliënt, maar bijvoorbeeld ook tussen het kind en opa of oma. Dat betekent dat we meer dan gemiddeld gespitst moeten zijn op situaties waarbij de veiligheid van kinderen in het geding is. Wees bijvoorbeeld alert als een ouder zegt dat je niet binnen kunt komen. Is hij of zij daadwerkelijk ziek? Of heeft vader of moeder even geen zin in bemoeienis van anderen?

Veilig Thuis niet gesloten

We werken dan wel thuis, maar Veilig Thuis is niet gesloten En het is misschien lastiger om te overleggen met netwerkpartners, we blijven samenwerken. Kinderen die met huiselijk geweld te maken krijgen, kunnen op ons blijven rekenen. We blijven de veiligheid en zorg bieden die ze nodig hebben.

Persoonlijk zie ik deze situatie ook als een kans. Het vraagt out of the box denken, nieuwe manieren van werken en handelen. Daaruit zouden best nog eens zeer effectieve interventies kunnen ontstaan.

Iedereen die bij de veiligheid van kinderen betrokken is, beseft meer dan ooit: we hebben elkaar nodig. En dat geldt zeker bij zware casuïstiek. We staan 365 dagen per jaar, 7 dagen per week, 24 uur per dag beschikbaar voor gezinnen in crisissituaties.

Daarbij helpt het dat we in Midden-Brabant al een stevig bestuurlijk platform hebben opgetuigd voor het tegengaan van kindermishandeling. We weten elkaar goed te vinden, de lijntjes zijn kort. Ik ben ervan overtuigd dat het ons ook tijdens deze coronacrisis lukt om gezinnen te helpen.

Tips
  • Tot slot nog enkele tips voor zie zich zorgen maakt om een kind:
    Wees, nog meer dan anders, alert op signalen dat het niet goed gaat.
  • Blijf samenwerken als ketenpartners in zorg en veiligheid, ook al werken veel mensen nu thuis.
  • Heb, zeker in situaties waar kinderen risico’s lopen, zeer regelmatig contact met gezinnen. Doe dit niet alleen telefonisch, maar maak gebruik van beeldbellen. Zo pik je signalen makkelijker op.
  • Doe zo nodig een beroep op de opvang die momenteel wordt geregeld voor kinderen bij wie het thuis dreigt te escaleren.
  • Ken je ouders die nu wel wat extra hulp kunnen gebruiken? Villa Pinedo biedt de online training ‘Aan alle gescheiden ouders’ tot 6 april kosteloos aan.

“Statistisch gezien komt het ook voor onder onze medewerkers”

Taskforcelid René Verhoeven
René Verhoeven, directeur Jeugd en Innovatie bij Amarant en ambassadeur Regionale Taskforce Kindermishandeling:

Je gaat het pas zien als je het doorhebt. Deze uitspraak van Johan Cruijff is ook van toepassing op kindermishandeling. Wat je niet weet, zíe je ook niet. Maar nu ik besef hoe vaak het voorkomt – in elke schoolklas is gemiddeld één kind slachtoffer – kijk ik anders. Overal en altijd.

Sinds december 2018 ben ik directeur jeugd van Amarant. Mijn voorganger was ambassadeur van de Taskforce Kindermishandeling en ik kreeg die taak er min of meer bij. In het begin wist ik niet zo goed hoe ik invulling moest geven aan die nieuwe rol. Maar naarmate ik bij meer het onderwerp betrokken raakte, drong steeds meer tot me door waarmee kinderen bij Amarant en daarbuiten te maken krijgen. En hoe ik daarin verschil kan maken.

Opvoeden voor onze cliënten extra lastig

Van onze cliënten heeft 80 tot 85% een licht verstandelijke beperking (LVB), veelal met bijkomende problematiek (LVB+). Daarnaast hebben we cliënten met matige tot ernstige beperkingen, ook lichamelijke. Uit onderzoek blijkt dat mensen met een verstandelijke beperking tot tien keer zo veel kans maken om met huiselijk geweld te worden geconfronteerd dan anderen. Ook is bekend dat kinderen die onveilig opgroeien, vaak onbewust de opvoedstijl van hun ouders overnemen. Wat betekent dat voor onze cliënten?

Dat opvoeden niet altijd makkelijk is, weet elke vader of moeder. Maar voor ouders met een kind met een verstandelijke beperking is het extra lastig. Dat heeft er onder meer mee te maken dat kinderen met een verstandelijke beperking zichzelf moeilijk grenzen kunnen opleggen. Dat blijft vaak zo, ook als ze zelf volwassen zijn en ouder willen worden. Dan vinden ze het ook moeilijk hun eigen kinderen grenzen op te leggen.

Daarom is het thema kinderwens binnen de divisie jeugd een belangrijk onderwerp. Met name in het gesprek met jongvolwassen cliënten met een relatief hoog IQ die redelijk tot goed in staat zijn een zo zelfstandig mogelijk bestaan op te bouwen. Zij hebben zelfbeschikkingsrecht: ze mogen zelf bepalen of ze vader of moeder willen worden. Het is onze taak erop te wijzen dat alleen liefde voor een kind niet genoeg is. Het moet ook leren dat niet alles zomaar kan.

Nog niet zwanger

Amarant heeft allerlei programma’s gericht op ouderschap en een verstandelijk beperking. Preventief van aard is Nog niet zwanger. Maar ook na de geboorte is er begeleiding. Zo zijn er algemene programma’s voor ouders met een beperking of meer specifiek voor bijvoorbeeld tienermoeders.

Die professionele kant van het ambassadeurschap vind ik nog het makkelijkst. De meeste professionals in de jeugdzorg, dus ook die bij ons, zijn getraind in handelen volgens de meldcode. Dat is redelijk standaard. Maar hoe geef ik invulling aan dit onderwerp in mijn rol als werkgever? En hoe draag ik het ambassadeurschap uit náást mijn werk? Die aspecten houden me ook erg bezig. 

Grote werkgever in de regio

Met meer dan 5.000 mensen in dienst is Amarant een van de grootste werkgevers in de regio. Statistisch gezien krijgt een deel van onze medewerkers dus te maken met kindermishandeling, als slachtoffers of anderszins.

Ook binnen deze organisatie zijn er huwelijken die stranden. Het is bekend dat relatieproblemen het risico op huiselijk geweld vergroten. Hoe open ik de ogen van Amarant-medewerkers voor zulke feiten? Wat zien of voelen ze bij collega’s? Hoe ga je het gesprek aan met iemand die bijvoorbeeld in scheiding ligt? Vragen die lastig zijn, maar wel moeten worden gesteld.

Aankaarten binnen managementteam

Ik ben begonnen met het aankaarten van het onderwerp binnen het managementteam jeugd en tijdens het directieoverleg. Wat de uitkomst zal zijn, weet ik nog niet. Misschien moeten we al onze medewerkers, en niet alleen degenen die met cliënten werken, wel trainen in omgaan met de meldcode.

Ook spreek ik met andere werkgevers over kindermishandeling. Dat doe ik bijvoorbeeld binnen het ondernemersnetwerk waarvan ik lid ben. Ik maak andere werkgevers ervan bewust hoe vaak het voorkomt. Zeker bedrijven met veel medewerkers moeten er haast wel mee te maken hebben. Ik vertel andere werkgevers dat het loont om oog te hebben voor kindersmishandeling. Want huiselijk geweld speelt vaak in relatie tot andere problemen. En niet zelden leidt een instabiele thuissituatie ertoe dat iemand zich ziekmeldt.

Dichterbij dan je denkt

Huiselijk geweld is vaak dichterbij dan je denkt. Nu ik dat weet, kijk ik anders, handel ik anders. Zoals die keer dat ik ons gezin hoorde over een ruzie tussen een moeder en haar zoon. Ik vroeg door. En toen bleek dat de zoon zijn moeder had geschopt. Dat was voor mij reden om met zijn ouders, die ik goed ken, te gaan praten. Met ieder afzonderlijk wel te verstaan, want ze zijn nog niet zo lang geleden gescheiden.

Natuurlijk ga ik in zo’n gesprek omzichtig te werk. Ik laat en passant vallen dat ik tegenwoordig ambassadeur ben van de taskforce. En bij moeder leidde dat gaandeweg het gesprek ertoe dat ook zij over het schoppen vertelde. Ik heb haar gezegd dat dit geen normaal gedrag is en dat ze het niet hoeft te accepteren. Ook heb ik haar laten weten dat ze altijd bij me kan aankloppen. Ze hoeft daar niet alleen in te staan.

Een ding weet ik zeker: als ik geen ambassadeur van de taskforce was geweest, dan was ik dit gesprek niet aangegaan.

Ik ben heel blij dat ik ambassadeur mag zijn. In die zes maanden dat ik dit nu doe, is er een wereld voor me open gegaan. Ik ben benieuwd waar ik over een half jaar sta.

Tips
  • Ken de feiten, dan kijk je met andere ogen.
  • Kindermishandeling is niet alleen een onderwerp voor jeugdprofessionals.
  • Wees je bewust van het feit dat huiselijk geweld ook onder jouw medewerkers voorkomt.
  • Maak het onderwerp bespreekbaar.
  • Vermoed je huiselijk geweld of kindermishandeling? Vraag door!

“Creëer een omgeving waar kindermishandeling bespreekbaar is”

Taskforcelid Karin van Esch
Karin van Esch, directeur GGD Hart voor Brabant en ambassadeur Regionale Taskforce Kindermishandeling:

Alle jeugdigen in Nederland hebben tot hun achttiende verjaardag recht op jeugdgezondheidszorg; dit wordt betaald door de overheid. Het doel hiervan is bijdragen aan een gezonde en veilige opgroeisituatie. In Midden-Brabant wordt deze zorg aangeboden door de GGD Hart voor Brabant. De GGD ziet dus in principe alle kinderen en gezinnen, en komt ook nog eens op alle scholen. Een unieke positie. Die benutten we graag in de strijd tegen kindermishandeling.

Het liefst voorkómen we natuurlijk dat ouders of anderen geweld gebruiken tegen kinderen. Dat past helemaal bij een organisatie als de GGD, die zich bezighoudt met preventieve gezondheidszorg.

Hoe we dat doen? Bijvoorbeeld door met ouders in gesprek te gaan over opvoeden, voorlichting te geven, vroegtijdig te signaleren en waar nodig aanvullende hulp te bieden. Elke ouder of verzorger weet zich soms geen raad met het gedrag van zijn of haar kind. Je denkt: Help, is dit normaal?! Dan is het heel waardevol dat je je verhaal kwijt kunt. Dat je hoort dat je niet de enige bent. Dat je er iets aan kunt doen.

Stevig Ouderschap

Het bespreekbaar maken van opvoedingsvragen is al enorme winst. En als ouders ergens over door willen praten, dan kan dat. De GGD biedt chats, inloopspreekuren, coaching enzovoorts. Als het nodig is, verwijzen we ook door naar specialistische (jeugd)hulp.

Hoe vroeger je erbij bent hoe beter. Dat is ook het idee achter ons project Stevig Ouderschap. We werken hierin samen met de kraamzorg en richten ons op de eerste duizend dagen van een kind. Het idee is om ouders die geen makkelijke start hebben, een steuntje in de rug te geven. We gaan  een aantal keer op huisbezoek, vanaf de zwangerschap totdat het kind twee jaar wordt. De bedoeling is om het zelfvertrouwen en de zelfredzaamheid van ouders te vergroten en hun sociale netwerk te versterken. Dat verkleint het risico op ernstige opvoedproblemen en kindermishandeling.

Ik kan het verschil maken

De GGD Hart voor Brabant is actief in 25 gemeenten. Tilburg is er één van. Ik had dus al van de Taksforce Kindermishandeling gehoord toen de Tilburgse wethouder Marcelle Hendrickx mij vroeg ambassadeur te worden.

Omdat ik denk dat ook ik een bijdrage kan leveren, heb ik ja gezegd. De GGD is actief in een groot netwerk: gemeenten, ziekenhuizen, welzijnsorganisaties en veiligheidsregio’s – waarin onder meer politie en brandweer zijn vertegenwoordigd. In mijn rol als directeur kan ik de aanpak van de taskforce in dit netwerk verspreiden.

Ik kan andere organisaties aanmoedigen om, net als GGD Hart voor Brabant, medewerkers te trainen in het handelen volgens de meldcode. Ons vizier was natuurlijk al heel erg gericht op het signaleren van kindermishandeling. Maar door de stimulerende bijdrage van de taskforce zijn we dat deel van ons werk nu verder aan het professionaliseren.

Weken onrustig op basisschool

Ook in het onderwijs vragen we aandacht voor signalering en de meldcode. We kómen al op die scholen. Dan is het een kleine stap om onze kennis over en ervaringen met kindermishandeling te delen met docenten, intern begeleiders en zorgcoördinatoren.

Ik besef dat handelen volgens de meldcode niet eenvoudig is voor medewerkers in het onderwijs. Zeker niet als je je genoodzaakt voelt om een melding te doen bij Veilig Thuis. Ik heb dat eens van dichtbij meegemaakt. Zo’n melding heeft enorme gevolgen: voor het kind, het gezin en de medewerkers van de school. Het is weken onrustig geweest op die basisschool. Mensen waren erg geschrokken en er kwamen heftige emoties los. Maar gelukkig is er professioneel gehandeld en kwam er hulp voor het kind en het gezin.

Veilig meldklimaat creëren

Hoe ik voor mijn medewerkers het verschil probeer te maken? Waar ik maar kan, probeer ik collega’s te steunen in hun rol. In het signaleren, het gesprek aangaan en – als de veiligheid van het kind in het geding is – het melden. Ik probeer er voor hen te zijn, begrip te hebben voor hun dillema’s, achter hen te staan, ook en misschien juist als er weerstand is.  Ik vind het mijn taak een werkklimaat te creëren waarin medewerkers zich veilig weten wanneer ze in actie komen tegen kindermishandeling.

Niemand wil dat kinderen worden mishandeld, ook de ‘daders’ niet. Ik ben dan ook blij dat ik me kan inzetten voor de slachtoffers en iedereen om hen heen. Die rol past ons. Uit onderzoek is bekend dat langdurig onveilig opgroeien leidt tot gezondheidsproblemen op latere leeftijd. Dus preventie en kennis verspreiden levert heel veel op. Niet alleen voor het kind, maar voor de hele maatschappij.

Tips

Tot slot nog enkele tips voor collega-directeuren:

  • Bied je medewerkers een meldcodetraining aan.
  • Creëer een omgeving waarin ze zich veilig voelen om kindermishandeling bespreekbaar te maken.
  • Weet waar jouw organisatie terecht kan met signalen van kindermishandeling; zorg dat je sociale kaart op orde is.
  • Werk uit welke opties er zijn na signaleren en wat passend is in een bepaalde situatie.