Jongerencampagne

jongerencampagne

Campagne voor
meer kennis en bewustwording bij jongeren

Het is belangrijk dat jongeren leren wat kindermishandeling is. En hoe ze voor zichzelf en voor een ander kunnen opkomen om geweld te stoppen. Maar hoe bereik je jongeren? We bespreken het met jongeren zelf en een campagnemaker.

Jongerencommunicatiebureau Jong & Je Wil Wat boog zich over deze vraag en bedacht samen met jongeren de ingrediënten voor een jongerencampagne. Nina Hoek van Dijke: ‘We vonden het opvallend dat uit ons onderzoek naar voren kwam dat jongeren die worden mishandeld niet weten dat het niet normaal is wat er thuis gebeurt. En voor jongeren die veilig opgroeien is het vaak een ver van je bed show. Maar het kan iedereen overkomen. Het is dus belangrijk dat jongeren weten wat kindermishandeling is en wat je kunt doen als je het meemaakt of als je het ziet gebeuren. Zichtbaarheid en aandacht voor het thema is daarom enorm belangrijk.’

Ervaringsverhalen

Zo kunnen jongeren online het verhaal lezen van Fleur. Zij vertelt hoe ze opkwam voor haar vriendin Jill die misbruikt werd door haar oom. En Vera vertelt hoe ze opkwam voor haarzelf nadat ze jarenlang was geslagen door haar moeder. ‘Als je zulke persoonlijke verhalen of filmpjes voorbij laat komen tijdens een les op school, nemen jongeren echt de tijd om over zo’n moeilijk thema te praten’, denkt Sanne (18). ‘Dat merk ik ook bij mezelf. Ik heb deze verhalen ook gelezen en ben anders gaan kijken. Want signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling zijn vaak veel subtieler dan de blauwe plekken. Ook denk je dan na over wat je zelf zou doen als bijvoorbeeld een vriend of vriendin thuis niet veilig is.’

Catchy campagne

Maaike (24) heeft zelf huiselijk geweld meegemaakt. Haar stiefmoeder mishandelde haar emotioneel en fysiek. ‘Ik heb de jongerencampagne gezien. De campagne is catchy, het spreekt jongeren aan: ik zie dat er goed over is nagedacht samen met jongeren. De beelden zijn niet te heftig, maar zorgen er wel voor dat jongeren ervoor openstaan om hun gedachten over het thema met elkaar uit te wisselen. Of ik zelf eerder iemand in vertrouwen had genomen als ik de campagne had gezien toen ik 16 was? Dat weet ik niet: ik denk dat je er ook klaar voor moet zijn om je verhaal te delen. Een campagne kan wel het laatste zetje geven. Als ik de verhalen toen had gelezen, wist ik misschien eerder dat wat bij mij thuis gebeurde niet ok was.’

Campagnes kunnen ook volgens Nina zeker iets in gang zetten. ‘Het lezen en zien van persoonlijke verhalen kan jongeren aanzetten om over het thema na te denken en erover te praten. Aan de hand van zulke verhalen kunnen leerkrachten het gesprek aangaan in de klas, of jongerenwerkers met jongeren op straat. De regio Hart van Brabant is erg actief bezig met het onderwerp, dat moet worden voortgezet. Het is zaak jongeren hier zelf bij te betrekken zodat je aansluit bij hun belevingswereld.’

Hartenkreet

Maaike denkt dat er een jaarlijks terugkerende campagne moet komen: online en fysiek op scholen. ‘Tijdens de weerbaarheidstraining Marietje Kessels Project vertellen kinderen soms dat zij thuis niet veilig zijn. Zoiets zou je ook in het voortgezet onderwijs moeten doen: met elkaar in gesprek gaan over kindermishandeling. Ik geef zelf ook wel eens een gastles en ik merk dat het jongeren veel inzichten geeft. Zo dachten leerlingen dat mijn tweelingzus het vast wel heeft gemerkt dat ik werd mishandeld. Zij woonde bij onze vader en ik bij onze moeder en haar vrouw. Maar mijn zus heeft er echt niets van gemerkt. Het is belangrijk dat jongeren zulke inzichten krijgen. Vraag jongeren wat zij willen, spuit ze niet plat met teveel informatie. Maak het niet te zwaar, gebruik frisse kleuren of eens een qr-code op een poster. Dan blijf je jongeren bereiken.’

Over de jongerencampagne

Huidige campagnes over signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling zijn gericht op volwassenen. Jongeren kunnen echter ook een belangrijke rol spelen in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Maar net zoals volwassenen, zijn de meeste jongeren niet bekend met de signalen van kindermishandeling en missen ze de tools om het bespreekbaar te maken. Erover praten met vriendjes en vriendinnetjes zou al een enorme winst zijn. Zo voelt een slachtoffer zich niet meer alleen en weet hij/zij dat het niet normaal is wat er bij hem/haar thuis gebeurt. Een slachtoffer wordt zo meer gestimuleerd om hulp te zoeken. Het maakt jongeren weerbaarder.

Samen met jongeren

We weten dat het niet gemakkelijk is om jongeren te bereiken. We weten dat we jongeren moeten aanspreken in hun eigen taal en een laagdrempelig handelingsperspectief moeten bieden. Maar hoe doen we dat? Jongerencommunicatiebureau Jong & Je Wil Wat heeft in opdracht van de Taskforce samen met jongeren en ervaringsdeskundigen de ingrediënten voor een campagne bedacht.

Inzichten

Uit verschillende groepsgesprekken en diepte-interviews bleek onder andere:

Volgens jongeren moet de nadruk in de campagne liggen op de aanzet tot actie. Het moet laagdrempelig zijn om hulp te zoeken. Daarvoor is volgens hen het volgende nodig:

De campagne

De campagne bestaat uit twee fases. In de eerste fase staat bewustwording centraal. Vier verschillende situaties worden via social media aan jongeren getoond, met de vraag: is het oké als jij of een vriend/vriendin dit thuis meemaakt?

In de tweede fase vertellen jongeren hoe ze voor zichzelf, of voor een ander zijn opgekomen om het geweld te stoppen. De campagne loopt via Instagram en Snapchat. Twee kanalen waar we met name jongeren kunnen bereiken.

De campagnefilmpjes linken naar de jongerenwebsite www.ditiskindermishandeling.nl

Kindercampagne

KINDERCAMPAGNE

Hoi, ik ben Blue. Hoe gaat het met jou vandaag?

Vaak weten kinderen niet dat het niet normaal is dat ze worden mishandeld of verwaarloosd, maar voelen ze wel angst, verdriet of woede. Ook weten kinderen vaak niet aan wie ze hulp kunnen vragen. Om kinderen te helpen bij het zelf herkennen van geweld en ze de weg te wijzen naar hulp, is campagne Blue ontwikkeld. Kinderen vinden Blue op Youtube. Voor scholen is er een lespakket.

Animatiefilm Blue

Blue is een animatiefiguurtje dat kinderen leert dat het niet oké is als iemand je pijn doet of als er niet goed voor je wordt gezorgd. In een animatiefilmpje vertelt Blue wat hij vroeger zelf heeft meegemaakt. Zijn ouders hadden geen aandacht voor hem en waren alleen maar bezig met hun eigen problemen. Blue vertelt dat het belangrijk is om erover te praten als het niet goed gaat thuis en wijst de kijker de weg naar hulp. Zo geeft Blue aan dat je kan praten met een volwassene of bellen met de kindertelefoon. Nu gaat het weer goed met hem. Via een campagne op Youtube komen kinderen van 8 t/m 12 jaar de animatiefilm van Blue tegen. Om (onderwijs)professionals bekend te maken met Blue, was er een campagne op Facebook. Blue heeft ook een eigen website: ikbenblue.nl.

Kinderen ontwerpen vriendjes van Blue

Blue krijgt steeds nieuwe vriendjes die hij gaat helpen. De vriendjes van Blue hebben te maken met verschillende vormen van kindermishandeling. De nieuwe vriendjes van Blue zijn ontworpen door kinderen. In 2019 was er een ontwerpwedstrijd voor Yellow en in 2020 voor Pink. Alle basisscholen in de regio Hart van Brabant zijn uitgenodigd om deel te nemen aan deze wedstrijden.

‘Wij hebben het filmpje in de klas laten zien’, vertelt Sanne van der Schans van basisschool Westerwel. ‘De kinderen vertelden daarna wat zij verstaan onder kindermishandeling: bijvoorbeeld schoppen of slaan en ook als een kind geen eten krijgt. Ze wilden dat elk kind zich fijn voelt. Daarom gingen we meteen aan de slag met het ontwerpen van Yellow.’

Een ster in praten

De klas van Sanne van der Schans deed namelijk mee met de ontwerpwedstrijd voor een nieuw vriendje voor Blue: Yellow. De ouders van Yellow zijn gescheiden en maken heftige ruzies. Yellow wordt er verdrietig en bang van. Blue helpt Yellow door te zeggen dat het niet haar schuld is dat haar ouders ruzie maken. En dat het goed is als ze erover praat. ‘De kinderen kozen voor een gele ster, omdat ze vinden dat iedereen een ster moet worden in praten over kindermishandeling. Dat elk kind gezien wordt en geholpen kan worden. We wonnen de wedstrijd: wat waren de kinderen trots toen ze voor de eerste keer het filmpje met hun Yellow bekeken.’

Sterk en stoer

Een jaar later ging Lotte Maas van basisschool Westerwel met haar klas aan de bak. Dit keer voor Pink, ook een vriendje van Blue. De moeder van Pink ligt soms de hele dag in bed. Ze zegt zelfs weleens dat het door Pink komt dat ze zo doet. Daar wordt Pink heel verdrietig van. Als grote broer zorgt Pink ervoor dat zijn jongere broertje en zusje naar school gaan en eten krijgen. ‘Ook de kinderen uit mijn klas wilden dat alle kinderen zich goed voelen. Ze hadden het idee dat een superheld wel kon helpen. Uiteindelijk hebben we hun ontwerpen samengevoegd en moest er een ninja-band om het hoofd van Pink komen omdat een ninja sterk is en de kinderen kan helpen. Ook wij wonnen de wedstrijd, wat ontzettend leuk was.’

Praten over kindermishandeling

Lotte en Sanne vinden het erg belangrijk om het moeilijke onderwerp bespreekbaar te maken op school. Kinderen weten dan dat ze niet de enige zijn als ze zich thuis niet veilig voelen. Ook leren ze dat misschien een klasgenootje het niet altijd fijn heeft thuis. Sanne: ‘We besteden aandacht aan kindermishandeling door middel van bijvoorbeeld filmpjes, prentenboeken of tijdens de Week tegen Kindermishandeling. Dit levert vaak mooie gesprekken op. Daarnaast praten we met de hogere groepen over de actualiteit. Denk aan de gebeurtenissen rond The Voice of Holland. De kinderen horen dit en stellen hier ook vragen over, dan ga je ook met de groep in gesprek. We willen de kinderen meegeven dat ze altijd bij hun leerkracht, of bij de vertrouwenspersoon terecht kunnen. We hopen dat dit kinderen helpt om hun verhaal te durven vertellen aan iemand die zij vertrouwen.’

Hartenkreet

Lotte en Sanne: 'Zorg ervoor dat er veel aandacht blijft op scholen voor het thema kindermishandeling. Met de filmpjes van Blue, Yellow en Pink kun je als leerkracht kinderen op een prettige en kindvriendelijke manier betrekken en het onderwerp bespreekbaar maken. Het blijft belangrijk om leerkrachten handvatten te geven over hoe zij het gesprek met kinderen kunnen aangaan.'

Blue in toolkit Praten Helpt

In september 2021 kregen alle basisscholen in de regio Hart van Brabant een toolkit Praten Helpt. In de toolkit zitten ook diverse materialen met Blue, Yellow en Pink. Uiteraard kunnen de filmpjes van Blue en Yellow in de klas bekeken worden. Tevens zijn er posters, een werkboekje en een praten helpt pot. In deze pot zitten 34 vragenkaartjes om in de klas het gesprek te hebben hoe het thuis gaat. De praten helpt pot is ontwikkeld door studenten Fontys studenten pedagogiek, minor Jeugdhulp Specialist, in opdracht van de Taskforce Kindermishandeling en de Bibliotheek Midden-Brabant. De praten helpt pot kreeg in de week tegen kindermishandeling 2019 een plek in bibliotheken in de regio Hart van Brabant. De studenten overhandigden op 11 november 2019 de eerste pot aan Marja Schaapveld, jeugdspecialist bij de Lochal bibliotheek.

Kindercampagne Blue

Blue is ontwikkeld door de Taskforce Kindermishandeling en Sterk Huis

Complexe scheidingen

COMPLEXE SCHEIDINGEN

Studenten Fontys nemen aanpak complexe scheidingen onder de loep: wat is er bereikt?

Complexe scheidingen zijn de afgelopen 4 jaar een belangrijk thema geweest voor de Taskforce Kindermishandeling. Dit heeft geresulteerd in een brede aanpak gericht op ouders, kinderen en professionals onder de noemer ‘Als je uit elkaar gaat’. Studenten van Fontys opleidingen deden onderzoek naar deze aanpak.

Vechtscheidingen

Voor de Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant is het de afgelopen jaren een belangrijk thema geweest: vechtscheidingen. Want het probleem rondom echtscheidingen is groot. In 2020 hadden ruim 28.000 minderjarige kinderen te maken met een scheiding van hun ouders na een huwelijk. Daarnaast zijn er jaarlijks naar schatting ruim 20.000 kinderen van wie de ouders uit elkaar gaan zonder dat ze getrouwd waren. Een flink deel van deze scheidingen mondt uit in een conflictscheiding, ongeveer 16.000 kinderen lijden hieronder. We spreken van een vechtscheiding als de scheiding zo conflictueus verloopt dat de ouders het belang van de andere ouder en/of van de kinderen uit het oog verliezen. Het zijn scheidingen die worden gekenmerkt door grote problemen in de communicatie, een hoge mate van angst, boosheid, wantrouwen en vaak langdurig procederen. De spanningen die deze gezinsproblematiek met zich mee brengt verhogen het risico op problemen bij het kind en kunnen een gezonde ontwikkeling verstoren. Vechtscheidingen worden door deskundigen niet voor niets als een vorm van kindermishandeling gezien.

Het onderzoek

Studenten van Fontys onderzochten wat de Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant in de afgelopen vier jaar heeft bereikt als het gaat om complexe scheidingen. Ze deden diepte-interviews met betrokkenen. En voor het literatuuronderzoek gebruikten ze databanken als Google Scholar en verschillende websites rondom de Taskforce: zorgenomeenkind.nl en alsjeuitelkaargaat.nl.

Wat is er bereikt? Enkele quotes uit het onderzoek

'Verbinding, innovatie en aanjagen van ontwikkelingen, initiatieven en ideeën.'

Cindy de Rijke werkt bij Pro6 en was bij de Taskforce betrokken als coördinator aanpak en ontwikkeling complexe scheidingen.

'Awareness op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling.'

Tanja van Stappershoef is projectleider alsjeuitelkaargaat.nl en bemiddelaar complexe scheidingen bij Sterk Huis.

'Het besef dat het voorkomen en bestrijden van kindermishandeling een verantwoordelijkheid is van ons allemaal.'

Marcelle Hendrickx is wethouder in Tilburg en een van de oprichters van de Taskforce.

Wat is bereikt?

Alle betrokkenen geven aan dat er meer preventief wordt gewerkt en dat specialisme naar de voorkant wordt gehaald. Er is een netwerk gecreëerd met een team van professionals die dit samen aanpakken.

De website alsjeuitelkaargaat.nl. Op deze website vinden ouders die uit elkaar gaan informatie over hoe zij dit goed kunnen doen. Het doel is om complexe scheidingen te voorkomen.

Het scheidingskoffertje voor scholen om kinderen op een laagdrempelige manier voorlichting te geven over scheiden. Het helpt ze om erover te praten en geeft ze het gevoel dat ze het niet allemaal alleen hoeven te doen.

Pilot Gezinsadvocaat. Dat is een advocaat die samen met een gedragswetenschapper alles rondom een scheiding regisseert. Er wordt gekeken naar wat het gezin nodig heeft om de scheiding goed af te ronden, zorg en recht meteen verbonden dus.

Wat vraagt nog extra aandacht?

Doorpakken op preventie en voorlichting blijft belangrijk en iedereen moet naar het kind kijken. Alle betrokkenen geven aan dat ze hopen dat alsjeuitelkaargaat.nl wordt doorontwikkeld.

Wat is student Henk bijgebleven?

Henk is een van de studenten die het onderzoek heeft uitgevoerd: ‘Wat mij het meeste is bijgebleven: de warmte die ik opmerkte bij de slotbijeenkomst van de Week tegen Kindermishandeling. Zelf heb ik ouders die op een niet al te fijne manier uit elkaar zijn gedaan. Het geeft me veel geruststelling om te zien dat er zo veel verschillende zielen uit verschillende instanties en werkvelden klaarstaan om vooral kinderen goed op te kunnen vangen. Zij kunnen raad geven in zo’n onzekere periode als een scheiding. Het was een prachtig onderzoek om uit te mogen voeren en ik heb op veel gebieden binnen de Jeugdhulp veel kennis op kunnen doen.’

Ervaringsverhaal

ervaringsverhaal

'Als ervarings-deskundige ben ik een lichtpuntje'

Hij was vijftien jaar oud toen een elektricien hem misbruikte. Een jarenlange worsteling met schaamtegevoelens volgde. Inmiddels werkt Teun als ervaringsdeskundige: ‘Mijn kwetsbaarheid is mijn kracht, hiermee kan ik anderen helpen. In de toekomst moet ervaringsdeskundigheid meer worden ingezet.’

Alles ging zo snel

Teun groeide samen met zijn broer en zus op in een dorp.  Zijn vader had een eigen bouwbedrijf, zijn moeder was kleuterjuf. Thuis werd nooit over emoties gesproken. ‘Mijn ouders konden zelf niet met hun gevoelens omgaan. Ik deelde dus ook niet wat ik had meegemaakt en wat dat met me deed….’

Nog vaak denkt hij terug aan die keer dat zijn vader hem op pad stuurde met een onderaannemer, een elektricien. ‘We reden met zijn klusbus naar zijn huis, hij moest nog boterhammen smeren was zijn verklaring. Het was een vreemde situatie: op de tv zag ik pornobeelden en voordat ik het in de gaten had kleedde de elektricien zich uit en liep hij naakt door de kamer. Ik kon niet bevatten wat er gebeurde, alles ging zo snel.’ Na de seks zei hij iets wat ik nooit meer zal vergeten: ‘Fijn dat het je niet uitmaakt met wie je seks hebt.’

Vertellen

Met die opmerking nog in zijn gedachten deed Teun dezelfde avond een poging om zijn ouders te vertellen wat er was gebeurd. Hij hoopte dat zijn ouders hem zouden helpen, naar hem zouden luisteren. Maar ze reageerden nauwelijks toen hij het beeld van de blote elektricien schetste. Ze waren niet in staat om door te vragen. ‘Mijn schaamtegevoel kreeg hierdoor alle ruimte. Ik gaf mezelf de schuld, mijn lichaam reageerde immers toch op zijn aanrakingen? Dus ik vond het zelf toch ook lekker? Er was vast iets mis met mij.’

Thuis sloot hij zich steeds vaker op in zijn kamer en hij gamede urenlang. Ondertussen ging het ook niet goed op school. Teun werd al een lange tijd gepest en hij raakte verslaafd aan drugs om vrienden te worden met zijn pesters. Drie jaar later stapte hij opnieuw in de auto bij de elektricien. Want, zo dacht hij, ‘Het was de vorige keer mijn eigen schuld, dit keer gebeurt het niet meer.’ Maar Teun had het mis…

Mijn schaamtegevoel kreeg alle ruimte. Ik gaf mezelf de schuld.

Bergafwaarts

Het ging bergafwaarts en via de huisarts kwam Teun terecht in een afkickkliniek. ‘Hier lag de focus alleen op mij als verslaafde. Niemand onderzocht waarom ik naar de drugs greep, waarom ik mezelf verdoofde. Ik kon bijvoorbeeld een telefoonnummer bellen als ik weer zin had in drugs zodat ik het niet echt zou nemen, maar aan de andere kant van de lijn werd verder niets gevraagd. Ik kwam clean uit de kliniek maar met een nog lager zelfbeeld, want in de kliniek kreeg ik de boodschap mee..: een verslaafde blijf je voor de rest van je leven.’

In het dorp was ondertussen alles als vanouds: de groenteboer verkocht aardappelen en paprika’s en de timmerman kluste al jarenlang bij verschillende mensen thuis. Teun vond het confronterend om die taferelen te zien, want zelf kon hij geen baan behouden. ‘Ik betrok alles op mezelf. Als ik dacht dat een collega boos naar me keek, kreeg ik het bloedheet: ik had vast iets fout gedaan. Dat spookte dan dagen, soms weken, door mijn hoofd. Ik was nergens goed voor dacht ik. Er was niemand die me hiermee kon helpen.’

Ik had wel zeven of acht keer nee gezegd,
ik wilde het zelf helemaal niet.

Het verschil

Wie voor Teun wel een verschil maakte? Dat was de psycholoog waar hij terechtkwam. Teun en zijn ex-partner volgden relatietherapie. ‘Mijn ex was vreemd gegaan en ik reageerde daar heel erg heftig op. De psycholoog vroeg me: ‘Heb je zelf een idee hoe komt het dat je zo heftig reageert?’ Haar vragen hebben een zaadje gepland. Zij liet me op mijn eigen tempo nadenken en beseffen dat iets niet klopte. Een paar weken later zag ik Alberto Stegeman op tv met een aflevering over seksueel misbruik. Ik vertelde aan mijn ex dat ik ook zoiets had meegemaakt. Zij vroeg me of ik nee had gezegd. En toen viel het kwartje helemaal: ik had inderdaad wel zeven of acht keer nee gezegd tegen de elektricien, ik wilde het zelf helemaal niet.’

Aangifte

Teun verzamelde alle moed en deed aangifte tegen de elektricien. Die kwam er met een taakstraf vanaf vanwege een vormfout. ‘Ik zag hem rondrijden met jonge jongens in zijn bus. Dat was onverdraaglijk. Ik vertelde mijn verhaal aan de krant, op zoek naar andere slachtoffers. Acht anderen kwamen naar voren. Dat mondde uit in drie zittingen en de elektricien werd veroordeeld tot een krap jaar gevangenisstraf. Ik wilde dat mensen in mijn omgeving zouden begrijpen waarom ik in een isolement leefde. Maar de mensen in mijn omgeving roddelden: zij dachten dat ik het verhaal vertelde voor aandacht of geld. Het allerergste vond ik de opmerking die mijn vader maakte: ‘Heb je een penis in je mond gehad?’ Ik voelde me niet begrepen en gehoord.’

Teun zocht verder naar de juiste behandeling. Hij was bang dat alle opgekropte gevoelens er in een keer als explosie zouden uitkomen. Maar dat gebeurde niet. Na een EMDR-sessie bij een specialistische instelling in Nijmegen had de instelling geen indicatie meer voor hem. ‘Ik moest zelf maar weer uitzoeken hoe nu verder. Een vriendin raadde me aan een traumatraject te volgen. De exposure therapie zorgde ervoor dat ik de confrontatie met mijn angsten aanging. En door de combinatie met EMDR leerde ik dat ik bij die angstgevoelens niet nog een keer opnieuw wordt verkracht. Ik kon veel angsten daar achter laten. Dat voelde als een bevrijding.’

Ervaringsdeskundige

Teun durft nu weer boodschappen te doen in een supermarkt en midden in een restaurant te zitten, zonder muur achter zich voor een veilig gevoel. ‘Eerder stond ik altijd paraat om te vluchten. Langzaam kwam ik uit een web. Mijn wereldbeeld is realistischer. Ik kan mijn grenzen aangeven en mijn behoefte uitspreken. Soms verval ik nog wel even in oude gedachten: ‘Mijn collega kijkt naar mij, ik heb vast iets verkeerds gedaan.’ Maar die momenten duren hooguit een half uur. Ik heb zelfs de opleiding tot ervaringsdeskundige afgerond.’

Die opleiding bood hem de ruimte om zijn sterke kanten te ontdekken en na te denken over wie hij is en wat hij te bieden heeft. ‘Inmiddels ben ik werkzaam als vrijwilliger bij de pool van ervaringsdeskundigen van het Expertisecentrum Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Daarnaast ben ik eigenaar van mijn eigen bedrijf, Toonn Ervaring.

“Eerder stond ik altijd paraat om te vluchten. Nu kan ik mijn grenzen aangeven en mijn behoefte uitspreken.”

We richten ons op hulp voor slachtoffers van seksueel misbruik door middel van ervaringsdeskundige coaching. Daarbij maken we gebruik van een anonieme chat dienst en een telefonische hulplijn. Als ervaringsdeskundige ben ik een lichtpuntje. Mensen die in de ellende zitten, zien dat ik een stuk verder ben: een baken van hoop waaraan zij zich kunnen vastklampen. Mijn kwetsbaarheid is mijn kracht. Ik breng een stukje beleving en inlevingsvermogen mee.’

Inzet ervaringsdeskundigheid

Daarnaast verzorgt Teun vanuit zijn eigen bedrijf voorlichtingen en trainingen, onder andere voor leerkrachten en studenten. Zij weten hierdoor hoe ze kunnen signaleren en leren hoe ze lastige onderwerpen bespreekbaar kunnen maken. ‘Als het aan mij ligt krijgt de ervaringsdeskundige in de toekomst een nog belangrijkere rol en nemen schooldirecteuren ervaringsdeskundigheid mee in het schoolbeleid. Het is belangrijk dat directeuren ervaringsdeskundigheid dragen, zodat het top down ingezet kan worden en een aanvulling kan zijn in het onderwijs. We zijn aanvullend, een derde kennisbron naast hulpverleners en leraren. Inmiddels ben ik een stuk verder in mijn proces van heling en het is erg waardevol om anderen een steuntje in de rug te bieden.’

Het is erg waardevol om anderen
een steuntje in de rug te bieden.

Wat er in
de toekomst
anders moet
volgens Teun

Naast een client staan

‘Het is belangrijk dat een hulpverlener naast een client staat, letterlijk naast iemand gaat zitten tijdens een gesprek en vanuit gelijkwaardigheid contact zoekt. Het stigma hulpverlener en hulpbehoevende gaat er zo wat vanaf. Spoor mensen aan tot nadenken, blijf vragen stellen. Vraag waar iemand behoefte aan heeft.’

Regie

‘Vanaf het begin van een hulptraject moet iemand de regie hebben, het overzicht bewaren: welke hulpverlening is al betrokken geweest, wat is de juiste volgende stap.’

Mijn grootste fout

‘Zeg nooit: ‘wat had je anders kunnen doen? Waarom ben je met iemand mee naar huis gegaan? Of waarom had je die kleding aan?’ Mensen die seksueel zijn misbruikt (en misschien ook mensen die iets anders hebben meegemaakt) betrekken alles op zichtzelf, geven zichzelf de schuld. Dat wordt alleen maar erger als zij zulke vragen krijgen.’

Het begint op school

‘Ik denk dat het ook belangrijk is om lespakketten te maken voor basisscholen. Hierdoor leren kinderen op een speelse manier hoe ze met gevoelens en relaties kunnen omgaan.’

Toolkit voor iedere basisschool
in Hart van Brabant

De Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant ontwikkelde samen met partners zoals GGD Hart voor Brabant, IMW Tilburg, Sterk Huis en Stichting Groei Veilig, een toolkit voor basisscholen. Met veel informatie én instrumenten om te praten met kinderen. En om te werken aan deskundigheidsbevordering bij professionals.

Doorlopende leerlijn

Onderwerpen als kinderrechten, kindermishandeling, seksuele en relationele weerbaarheid en internetveiligheid moeten gedurende de hele basisschoolleeftijd besproken worden. Zo leren kinderen wat hun grenzen, wensen en rechten zijn en waar ze terecht kunnen als ze hulp nodig hebben. Door deze thema’s ieder schooljaar terug te laten komen, afgestemd op de ontwikkelingsleeftijd van het kind, beklijft het onderwerp en gaan kinderen het herkennen. In de leerlijn Weerbare kinderen (onderdeel van de toolkit Praten helpt) is aanbod opgenomen voor alle groepen van het PO. Het aanbod bestaat uit Lentekriebels (groep 1 t/m 8), Schildje (groep 1 t/m 4), Blue (groep 3 t/m 5), KinderrechtenNU (groep 6 en 7) en Marietje Kessels Project (groep 7 en 8).

Persoonlijk overhandigd

In september 2021 ontvingen alle basisscholen in de regio Hart van Brabant de Toolkit ‘Praten helpt’. In iedere gemeente reikte de burgemeester of wethouder de eerste toolkit uit. Leden van de onderwijswerkgroep van de Taskforce gingen vervolgens op pad om de overige toolkits persoonlijk te overhandigen aan alle 150 basisscholen in de regio.

Preventie

PREVENTIE

Huiselijk geweld vóór zijn vraagt bouwen aan vertrouwen

Katrien de Vaan begeleidde een pilot voor de verbetering van de ketenaanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in Tilburg. En ze schreef bouwstenen voor een preventieve aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in de wijken Korvel en Wandelbos Noord. In dit artikel laat zij haar licht schijnen op het onderwerp bouwen aan vertrouwen.

Katrien de Vaan is directeur Zorg & Veiligheid bij Regioplan. Al jaren werkt zij als projectleider en adviseur aan de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM). Het thema laat niet los; aan de ene kant omdat er zoveel leed schuil gaat achter deze problematiek, die dagelijks grote aantallen kinderen en volwassenen raakt; en aan de andere kant omdat er nog zo veel te verbeteren valt. Uit onderzoek weten we steeds beter wat werkt in de aanpak. De uitdaging ligt in deze kennis gebruiken om de praktijk te veranderen. Dat deed Katrien in Tilburg door middel van twee trajecten: ze begeleidde een pilot voor de verbetering van de ketenaanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling; en ze schreef bouwstenen voor een preventieve aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in Korvel en Wandelbos Noord.

In 2017 resulteerde een onderzoek van Regioplan naar de aard van de problematiek van huiselijk geweld en kindermishandeling in Korvel en Wandelbos-Noord in een praktische handreiking voor preventie: de Bouwstenen voor een preventieve aanpak. Eén ding bleef hangen na afronding van dit traject: het wantrouwen van inwoners jegens instanties. Beleid gaat er vaak van uit dat burgers de overheid als partij zien waar ze hulp kunnen vragen en krijgen. Die aanname is volstrekt onterecht: dat bleek destijds uit ons onderzoek, maar sindsdien hebben we er nog belangrijke andere voorbeelden van gezien, met de Toeslagenaffaire bovenaan de lijst. Een overheid die burgers wantrouwt, kan er niet vanuit gaan dat die burgers de overheid wel vertrouwen. En bij preventie van huiselijk geweld en kindermishandeling hebben we daar last van. Effectieve preventie begint dan ook bij het bouwen aan vertrouwen.

Wat is preventie?

Preventie betekent voorkómen. Bij preventie kun je je op verschillende groepen richten: de bevolking als geheel (universele preventie), specifieke risicogroepen (selectieve preventie) en groepen waarin reeds sprake is van huiselijk geweld en je vooral wilt voorkomen dat het escaleert of zich herhaalt (geïndiceerde/zorggerichte preventie). In dit artikel gaat het over selectieve preventie. Daarvoor bepaal je eerst welke groepen specifiek risico lopen op huiselijk geweld en kindermishandeling, en vervolgens ga je proberen de redenen waarom ze dat risico lopen (risicofactoren) weg te nemen. Het plaatje hieronder laat zien wat belangrijke risicofactoren zijn voor huiselijk geweld en kindermishandeling in de wijken waarop de genoemde bouwstenen zich richten.

Het wegnemen van risicofactoren vraagt een lange adem en dus een aanpak voor de lange termijn. De risicofactoren leiden echter tot problemen die ook op de korte termijn kunnen worden aangepakt, zoals opvoed- en opgroeiproblematiek. De ontwikkelde bouwstenen gaan zowel over deze korte als lange termijn acties.

RISICOFACTOREN
  • Armoede
  • GGZ-/verslavings-/LVB-problematiek
  • Machtverschillen
  • Gesloten gemeenschappen
  • Complexe scheidingen

Aanpak lange termijn: verminderen risicofactoren

 

PROBLEMEN
  • Opvoed-/opgroei- Problematiek
  • Overbelaste mantelzorg
  • Intergenerationele overdracht geweld
  • Wantrouwen jegens instanties

Aanpak korte(re) termijn: aandacht voor tussenliggende problemen

BOUWSTENEN
  1. Vertrouwens-/samenwerkingsrelatie tussen inwoners, informele zorg en professionals
  2. Bespreekbaar maken van de problematiek
  3. Verminderen van armoede
  4. Verminderen van opgroeiproblematiek
  5. Verstevigen van opvoedvaardigheden
  6. Specialistische inzet op GGZ, LVB en verslaving
  7. Verminderen van risico’s die samenhangen met zorgafhankelijkheid

Waarom is preventie belangrijk?

De gevolgen van huiselijk geweld en kindermishandeling zijn groot: ze bepalen hele levens van mensen en ontnemen hen kansen om van hun leven en dat van hun kinderen een succes te maken. Huiselijk geweld en kindermishandeling is niet iets wat uit de lucht komt vallen. Het heeft duidelijke oorzaken: deels in de persoon van de daders en slachtoffers zelf, maar zeker ook in de omstandigheden waarin zij leven. Die omstandigheden kunnen we als samenleving beïnvloeden. En als we dat kunnen, moeten we dat ook doen. Want iedereen verdient de kans op een leven zonder geweld.

Hoe geef je vorm aan preventie?

In het plaatje hierboven zijn zeven bouwstenen genoemd. Die zijn niet nieuw, maar ze zijn wel ambitieus. Je werkt eraan door kleine stapjes te zetten met wel steeds duidelijk het einddoel voor ogen. Weet wat je wilt bereiken! En werk vervolgens langs drie lijnen aan het realiseren van dat einddoel.

1

Creëer
vertrouwen

2

Realiseer
probleem-
besef

3

Bied
handelings-
perspectief

Het onderzoek in Korvel en Wandelbos-Noord laat zien dat het einddoel van de preventieve aanpak een omgeving moet zijn waarin zorg en ondersteuning goed geregeld is voor wie het nodig heeft, die veiligheid biedt aan wie thuis spanningen ervaart en waarin een duidelijke verbinding wordt gelegd met de signaleringsstructuur voor huiselijk geweld en kindermishandeling, mocht het toch mis gaan. De weg daarnaartoe loopt via vertrouwen, probleembesef en handelingsperspectief.

1. Vertrouwen

Het vertrouwen van veel inwoners van dit soort wijken in officiële instanties is laag. Bouwen aan vertrouwen betekent het leggen van verbindingen met de juiste groepen inwoners en die verbindingen gebruiken om te laten zien, als overheid, dat je er voor ze bent. Dat doe je bijvoorbeeld door praktische problemen snel en effectief aan te pakken en je niet te verschuilen achter bureaucratische regels en procedures: ga er op af! Die verbindingen hoef je niet vanaf nul op te bouwen: er liggen al allerlei lijnen: tussen bewoners en professionals, tussen bewoners onderling en tussen professionals onderling. Door te inventariseren welke verbindingen er liggen met de risicogroepen voor huiselijk geweld en kindermishandeling, hoe die verbindingen gebruikt worden en in hoeverre dat tegemoet komt aan wat inwoners nodig hebben, zet je de eerste stap om te komen tot een netwerk dat voldoet aan de wensen en behoeften van inwoners zelf. Belangrijk hierbij is ook om te werken aan een ‘solidaire gemeenschap’ rondom ouders: een gemeenschap die oog heeft voor de complexiteit en kwetsbaarheid van ouderschap. Ga naast ouders staan, niet tegenover hen.

2. Probleembesef

Iedereen die in de wijk werkt en netwerkt moet weten dat de genoemde risicofactoren bijdragen aan huiselijk geweld. Oftewel: wie zich bezig houdt met problemen als armoede, opvoedingsproblematiek en verslaving moet het verband daarvan met huiselijk geweld en kindermishandeling kennen en (het risico op) geweld kunnen signaleren en bespreekbaar maken. Het onderwerp moet uit de taboesfeer komen. Dat doe je door professionals de juiste gesprekstechnieken te leren en specifieke risicogroepen en sleutelpersonen voor te lichten. De bouwstenen bevatten concrete suggesties voor te gebruiken instrumenten. Besteed daarbij vooral ook aandacht aan de norm: geweld is niet normaal en leidt tot schade, nu en later.

3. Handelingsperspectief

Mensen weten meestal wel dat geweld niet de juiste manier is om met spanningen om te gaan. Maar als het water mensen aan de lippen staat en ze niet weten hoe ze conflicten op een andere manier kunnen oplossen, heeft het geen zin om te blijven uitleggen dat huiselijk geweld en kindermishandeling verkeerd is. Je moet hen perspectief bieden: perspectief op problemen die beheersbaar zijn en een alternatief handelingsrepertoire bij spanningen thuis. Gebruik het netwerk in de wijk en het hele scala aan gemeentelijke hulpverlening in het brede sociaal domein om risicofactoren te verminderen. Als het water mensen aan de lippen staat: creëer dan eerst lucht voordat je verandering van hen vraagt. Werk aan het verminderen van armoede, het verbeteren van opvoedingsvaardigheden, het verminderen van opgroeiproblematiek, het beperken van zorgafhankelijkheid in kwetsbare relaties, het voorkomen van escalatie van echtscheidingen en het adequaat verlenen van hulp bij GGZ-, verslavings- en LBV-problematiek.

Want …. wie inzoomt op risico’s voor huiselijk geweld en kindermishandeling zal dat ook met regelmaat zien. Immers: als je eenmaal echt kijkt, blijk je meer te zien dan je dacht dat er was. En signaleren betekent handelen. Dat moet ook in de praktijk vorm krijgen. Wees daarbij open tegen inwoners over wat je doet: vertrouwen komt immers te voet, maar gaat te paard.

Daar is het Tilburgse gemeentebestuur zich helemaal van bewust!

Achter de voordeur

achter de voordeur

‘We hebben een signalerende functie en dat is belangrijk’

Ze komen regelmatig bij hun huurders achter de voordeur en kunnen hierdoor helpen om kindermishandeling te signaleren: woonconsulenten Anja van Zelst en Suzanne van der Eerden van WonenBreburg. Ze volgden hiervoor de training Veilig achter de voordeur.

‘Een van onze timmermannen kwam bij een gezin thuis om iets te repareren. Hij zag overal troep: beschimmeld eten op het aanrecht, vuilniszakken in de kamer, kots op de grond. Hij schrok toen hij een peuter door deze troep zag lopen met alleen een pamper aan. De timmerman heeft ons ingelicht en ik ben samen met de buurtbeheerder op huisbezoek gegaan. We hebben onze zorgen met de bewoner besproken. Er moest hulp komen in dit gezin. Daarom hebben we een melding gedaan bij Veilig Thuis.’ Suzanne van der Eerden beschrijft dat woonconsulenten en vakmensen soms in gezinnen komen waar ondersteuning nodig is. ‘We hebben een signalerende functie omdat we achter de voordeur komen. Dat is belangrijk: kinderen in een gezin waarbij het niet goed gaat, zijn vaak afhankelijk van anderen om dit op te merken en hulp te bieden.’

Training Veilig achter de voordeur

Om signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling te herkennen volgden Van der Eerden en Van Zelst de training Veilig achter de voordeur van het Coördinatiepunt Trainingen. Met trainingen voor verschillende beroepsgroepen wil de Taskforce Kindermishandeling het thema breed op de kaart krijgen. Van der Eerden en Van Zelst waren in gezelschap van timmermannen, buurtbeheerders, opzichters en andere woonconsulenten, een gemixte club medewerkers van WonenBreburg. Anja van Zelst: ‘Kindermishandeling herken je niet alleen aan blauwe plekken, signalen zijn vaak veel subtieler. Soms kan een van onze telefonisten bijvoorbeeld een gek gevoel overhouden aan een gesprek met een huurder.’

De cursisten leerden wat ze vervolgens met hun zorgen kunnen doen en hoe ze met bewoners hierover in gesprek kunnen gaan. Van der Eerden: ‘Soms ontvangen we een telefoontje van iemand die vertelt dat de kinderen van de buren worden geslagen. We bespreken dit dan tijdens buurtregie om na te gaan of andere partners, zoals de politie of een school, ook signalen over een gezin hebben binnengekregen.’ Van Zelst vult aan: ‘We gaan, soms samen met Veilig Thuis, op huisbezoek om onze zorgen met de bewoners te bespreken. Als het nodig is maken we een melding bij Veilig Thuis. Wij kunnen dus iets doen om ervoor te zorgen dat een gezin ondersteuning krijgt en de situatie verbetert.’

Buurtregie

Bij buurtregie komen alle werkgebieden bij elkaar en weten de professionals en politie elkaar te vinden. In dit netwerk werken bijvoorbeeld woonconsulenten, politie, gebiedscoördinatoren van de gemeente, het wijkteam, scholen, sociaal werk, handhaving en Amarant samen. In een convenant is vastgesteld op welke wijze zij vertrouwelijk informatie met elkaar mogen delen.

De woonconsulenten merken dat veel mensen openstaan voor ondersteuning: uiteindelijk wil iedereen het beste voor zijn of haar kind. Volgens van Zelst en Van der Eerden is het belangrijk dat niemand zijn ogen sluit. ‘We zien dat in de meeste gevallen de situatie van gezinnen verbetert als de ondersteuning op gang komt. Zo is de woning van het gezin waar de peuter zich een weg door de zooi moest banen weer opgeruimd.’ Van Zelst vult aan: ‘Als je iets merkt: bel Veilig Thuis, dat mag ook anoniem. Het is geen klikken, het is kinderen helpen.’

Hartenkreet

Volgens Anja van Zelst is er nog wel werk aan de winkel om de hulp te verbeteren. Met name als het gaat over terugkoppeling. ‘Zo ken ik een jongen met een psychiatrische moeder. Zij slaat soms het hele huis kort en klein. Maar de school gaf aan dat ze niets aan de jongen merkten. Veilig Thuis of de school had mij even kunnen bellen om extra informatie bij mij in te winnen. Het licht moet nog meer op terugkoppeling worden gericht.’  Suzanne van der Eerden: ‘Het licht moet ook worden gericht op samenwerken. Professionals moeten informatie delen op vertrouwelijke basis. Zorg dat de lijnen kort zijn. Als wij bijvoorbeeld een extra melding over een gezin willen doen, omdat we nieuwe informatie hebben, moeten we dat snel en zonder allerlei papierwerk kunnen doen.’

Inhoud

Onderwijs

ONDERWIJS

Praten helpt

In de regio Hart van Brabant komen ieder jaar tussen de 3.000 en 4.000 kinderen in beeld bij Veilig Thuis. Deze kinderen hebben te maken met verwaarlozing, psychische of fysieke mishandeling of seksueel misbruik. We weten echter dat veel, misschien zelfs de meeste kinderen, nooit worden gesignaleerd. Niet alleen de mishandeling is beschadigend voor een kind, maar ook het feit dat deze kinderen vaak niet worden gezien. Volgens onderzoeker Cees Hoefnagels en Taskforce ambassadeur Liselot Godschalx moeten we kinderen meer uitnodigen om daarover te vertellen. Praten helpt!

Hoe kunnen we kinderen beter zien? 5 vragen aan 2 deskundigen

Liselot Godschalx werkte als beleidsmedewerker huiselijk geweld voor de gemeente Tilburg en werkt nu binnen het onderwijs als bestuurssecretaris van onderwijscoöperatie T-PrimaiR. Ze werkt hard aan kansengelijkheid, talentontwikkeling en ontplooiing van kinderen. Vanuit beide rollen was zij aangesloten bij de Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant.

Cees Hoefnagels is psycholoog en onderzoeker aan de Hogeschool Utrecht. Hij doet al jaren onderzoek naar een preventievere aanpak van kindermishandeling. Zo nam hij ook de weerbaarheidstraining Marietje Kessels onder de loep o.a. om te achterhalen of kinderen hierdoor vaker een onthulling doen.

1

Waarom is het belangrijk dat leerkrachten
aan kinderen vragen: hoe gaat het thuis?

Cees Hoefnagels Heel belangrijk. Als een kind zelf vertelt dat het wordt mishandeld, dan is dat een dijk van een signaal. Maar je moet een kind wel uitnodigen om daarmee te komen. Tijdens de weerbaarheidstraining Marietje Kessels Project, waar ik onderzoek naar heb gedaan, wordt het onderwerp in de klas bespreekbaar gemaakt. De trainer laat een filmpje zien met behoorlijk heftige beelden. Gelijk wordt duidelijk dat de scènes door acteurs worden gespeeld, maar dat dit ook in het echt gebeurt. In de nabespreking vraagt de trainer of iemand misschien thuis ook zoiets heeft meegemaakt. Soms gaat er een hand omhoog of vertelt een kind later aan de leerkracht haar of zijn verhaal. Dat gebeurt significant vaker op scholen die deze training in de klas halen dan scholen die niet met deze training werken. De meeste kinderen die hun verhaal vertellen voelen zich opgelucht. Vragen naar hoe het thuis gaat is dus enorm belangrijk.

Liselot Godschalx De rapporten die Cees schrijft zijn erg ondersteunend aan de boodschap die ik enorm belangrijk vind: kinderen moeten meer worden gezien en gehoord. We moeten de behoeften van kinderen meer centraal stellen, beter kijken wat ze nodig hebben en hierop aansluiten. Vaak denken mensen dat kindermishandeling thuis moet worden opgelost. Dat is natuurlijk ook zo, maar de situatie van een kind verbetert ook als hij of zij kan praten met een volwassene bij wie hij zich veilig voelt. Het is zelfs aangetoond dat kinderen dan steun ervaren, minder psychische klachten ontwikkelen en dat dit ook trauma voorkomt. Dus: praten helpt!

2

Is de leerkracht een belangrijk
vertrouwenspersoon?

Liselot Godschalx Praten met kinderen zit in het DNA van leerkrachten. Leerkrachten kunnen belangrijke vertrouwenspersonen voor kinderen zijn. Zij kunnen in de klas voorwaarden scheppen zodat er op een veilige manier gesproken kan worden over moeilijke onderwerpen. De sociale steun die kan ontstaan in een groep kan enorm krachtig werken. Dit helpt kinderen die het moeilijk hebben.

Cees Hoefnagels Kinderen brengen veel tijd door op school, school is een belangrijke pedagogische plek, leerkrachten zijn zeer belangrijke vertrouwenspersonen als het niet veilig is bij de ouders. Leerkrachten vinden het moedig dat kinderen hun verhaal durven te vertellen en nemen kinderen serieus. Leerkrachten rapporteren dat hierdoor de vertrouwensband tussen kinderen en leerkrachten sterker wordt in de periode na de onthulling van het kind, t.o.v. voor de onthulling. Ook vertellen leerkrachten dat het welbevinden van deze kinderen verbetert.

3

Waar lopen scholen tegenaan
als zij kinderen willen helpen?

Cees Hoefnagels Volgens de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling moet de school zulke gevallen melden bij Veilig Thuis. Maar dat gebeurt lang niet altijd. Leerkrachten voeren de eerste drie stappen van de meldcode feilloos uit: ze signaleren, overleggen met collega’s en gaan het gesprek aan met het kind en de ouders/verzorgers. Maar scholen ervaren een drempel als het gaat om het doen van een melding. Redenen die leerkrachten en intern begeleiders daarvoor noemen zijn dat zij weinig van een terugkoppeling merken, ze weten niet wat er met een melding gebeurt. Wordt er hulpverlening ingezet en verbetert de situatie? Hierin voelen zij zich onmachtig.

Liselot Godschalx De informatiepositie van scholen is slecht. Omdat zij niet direct betrokken zijn bij de hulpverlening aan een gezin, weten zij niet wat er gebeurt. Melden bij Veilig Thuis verbetert de situatie van kinderen aantoonbaar. Dit komt ook naar voren in wetenschappelijk onderzoek, maar in de praktijk is dit niet altijd direct zichtbaar.

4

Wat moet beter in de hulp aan kinderen?
Hoe kleuren we buiten de lijntjes?

Cees Hoefnagels Het VN kinderrechtenverdrag moet nu eindelijk eens echt leidend worden. Een voorbeeld: Art 12 gaat over de mening van een kind. Kinderen hebben het recht om hun mening te geven over beslissingen die hen aangaan. Zij moeten inspraak hebben, kunnen meepraten, meedenken en meedoen. Thuis, op school en in de wijk. Dat gebeurt nu nog veel te weinig.

Liselot Godschalx Daarnaast moet de hulp heel praktisch zijn: af en toe kunnen spelen bij een gezin uit de buurt kan al zo veel doen voor een kind. Een keer mee-eten of blijven slapen als het thuis even niet gaat. Op een laagdrempelige en alledaagse manier ouders ondersteunen in de zorg voor hun kinderen. Het zou zo’n verschil kunnen maken…

Daarnaast zijn we als T-Primair bezig met het implementeren van Handle with Care: bij incidenten huiselijk geweld krijgt school voortaan een signaal zodat de leraar weet dat deze leerling extra steun kan gebruiken. Ook loopt Handle with Care-ruggensteun. Dit betekent dat als een kind in de maatschappelijke opvang terechtkomt met zijn gezin, de gezinsbegeleider contact opneemt met school. Deze initiatieven dragen ertoe bij dat de sociale steun voor kinderen versterkt wordt.’

5

Wat is jullie hartenkreet
voor het expertisecentrum?

Cees Hoefnagels De gemeente Tilburg zou volgens mij moeten stoppen met haar onterechte bescheidenheid met deze weerbaarheidstraining Marietje Kessels in huis. Tilburg heeft een parel in handen! Verspreid dat over het land. Want het is traumatisch voor kinderen om – soms een leven lang – met een te groot geheim rond te lopen. Met deze training zeg je tegen het kind: ‘jij mag erover praten, we zien jou.’ Daarnaast: neem het Kinderrechtenverdrag nog serieuzer. Het belang van het kind moeten we als uitgangspunt nemen.

Liselot Godschalx De sleutel tot de oplossing is praten met kinderen zelf. Kinderen zijn slim. Zij kunnen vertellen wat zij en hun gezinnen nodig hebben. Daarnaast: breng meer de succesverhalen in beeld. Daar leren anderen van.

Onderzoek

Het benutten van
een krachtig signaal

Cees Hoefnagels, psycholoog en onderzoeker aan de Hogeschool Utrecht, onderzocht op basisscholen in Tilburg die met het Marietje Kessel Project werken of deze weerbaarheidstrainingen leiden tot meer onthullingen van kindermishandeling door de kinderen zelf. Hij onderzocht ook wat dit doet met de kinderen en met de leerkrachten.

Onderstaand een samenvatting van de bevindingen en aanbevelingen voor het primair onderwijs.

‘Selfdisclosure’

De meeste kindermishandeling wordt niet bij Veilig Thuis gemeld, blijft onder de radar, en als kindermishandeling wel wordt gemeld, dan duurt de mishandeling vaak langer dan 1 jaar. Een belangrijke reden is dat signalen niet als zodanig herkend worden. Een signaal dat weinig aan duidelijkheid te wensen over laat is de onthulling van kindermishandeling door het kind (‘selfdisclosure’). De meest waarschijnlijke verklaring voor zo’n onthulling is dat kindermishandeling inderdaad plaatsvindt. In de Nederlandse aanpak van kindermishandeling is er echter nauwelijks systematische aandacht voor praktijk- en kennisontwikkeling voor deze invalshoek.

Leerkracht als optimale vertrouwenspersoon

Om tal van redenen kunnen leerkrachten in het basisonderwijs optimale vertrouwenspersonen zijn aan wie het kind dergelijke persoonlijke informatie kan onthullen. Uit onderzoek onder mishandelde kinderen weten we dat ze een dergelijke ervaring, na een vriend/inn/etje, het liefst aan een leerkracht zouden willen vertellen. De heersende praktijk is echter dat leerkrachten meestal lesgeven aan een klas met kinderen terwijl zij niet weten dat daar vaak een mishandeld kind bij is. Ook zijn leerkrachten bij wet verplicht de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling uit te voeren.

Onthullingen na les over kindermishandeling

In Tilburg en enkele andere gemeenten wordt het Marietje Kessels Project uitgevoerd en daarin was na een les over kindermishandeling opmerkelijk vaak sprake van zo’n onthulling. Dit vormde de aanleiding voor nader onderzoek: leidt een uitnodiging voor een onthulling via dit sociale weerbaarheidsprogramma echt tot meer onthullingen van mogelijke kindermishandeling dan zonder deze uitnodiging, en tevens de vraag om onder leerkrachten en IB-ers om na te gaan hoe dat voor hen was, en wat zij gedaan hebben en in welke context.

Kinderen zijn opgelucht als ze het kunnen vertellen

Met dit onderzoek is inzicht verworven in de ervaringen en gedragingen van leerkrachten van wie een kind in de eigen klas een onthulling van mogelijke kindermishandeling gedaan heeft. Het onderzoek laat zien hoe leerkrachten de ervaringen van kinderen waarnemen, wat dat voor leerkrachten betekent en wat zij daarmee doen. Een dergelijke onthulling door een kind heeft een grote signaalwaarde voor de leerkracht: alle geïnterviewde leerkrachten geloofden het kind. Zij rapporteren dat wat zij doen afgestemd is met hun collega’s, met name met de IB-er, en gericht is om zo goed mogelijk iets voor ‘’hun kind’’ te kunnen betekenen.

Over kinderen rapporteren leerkrachten dat zij zien dat veel kinderen na hun onthulling
opgelucht zijn. Als wij de leerkrachten vragen om op drie momenten een rapportcijfer te geven over hun vertrouwensband met het kind vragen dan is dat voorafgaand aan de onthulling een 6,5; en 1 resp. 4 maanden na de onthulling een 7,5 resp. 8. Het welbevinden van de kinderen die onthuld hebben neemt meestal toe. Anders dan de sociaal emotionele gevolgen na de onthulling (zoals veranderingen in het welbevinden van kinderen) rapporteren de onderzochte leerkrachten minder duidelijk zicht te hebben op de veiligheid in de thuissituatie van het kind. Ongeveer een derde geeft aan hier geen zicht op te hebben of vermoedt dat er niets in de thuissituaties veranderd lijkt te zijn. Wat betreft deze instrumentele gevolgen van de onthulling van kindermishandeling door een kind vermoedt echter geen van de respondenten een
verslechtering.

Leerkracht als optimale vertrouwenspersoon

Cees Hoefnagels: ‘Als een kind zelf vertelt dat het wordt mishandeld, is dat een dijk van een signaal, dat niets aan duidelijkheid te wensen over laat.’, zegt Hoefnagels. ‘Maar als je een kind een kans wilt geven om daar wat over te vertellen, maar moet je een kind wel uitnodigen om daarmee te komen. Het basisonderwijs is daarvoor een geschikte plek, met leerkrachten als optimale vertrouwenspersonen.’

Hoefnagels realiseert zich ‘donders goed’ dat het veel van het onderwijs vergt om, naast al het werk dat ze reeds hebben, tevens de deze rol op te pakken. ‘Maar de school is als het tweede pedagogische milieu zo enorm belangrijk als het niet veilig is bij de ouders, het eerste pedagogische milieu. We zullen leerkrachten in staat moeten stellen om een kind te vragen: hoe gaat het thuis?’

Gesprek met ouders

Verder laat deze studie zien dat de leerkracht na de onthulling van kindermishandeling van een kind de ouders op (heel) korte termijn uitnodigt voor een gesprek. De studie geeft enkele aanwijzingen dat het belang van kind en leerkracht ermee gediend is dat het gesprek met de ouder(s) zo spoedig mogelijk plaatsvindt.

Toepassing Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Hoewel de Meldcode Huiselijk Geweld en kindermishandeling door leerkrachten vaak als ‘papieren document’ ervaren wordt, passen de onderzochte leerkrachten na een onthulling van (mogelijke) kindermishandeling op geleide van hun professionele of persoonlijke bagage de eerste drie stappen van de Meldcode vaak als vanzelfsprekend toe. Ze doen dat veelal in nauwe samenspraak met de IB-er. Het toepassen van het afwegingskader en stappen 4 en 5 daarentegen wordt door leerkrachten en IB-ers in onze studie niet of nauwelijks als taak van leerkrachten beschouwd. Dit laatste lijkt samen te hangen met een sterk ervaren belemmering en knelpunt van leerkrachten en IB-ers: de ervaren relatie met de hulpverlening. 

De ervaren belemmeringen hebben betrekking op de toeleiding naar hulp, het ervaren effect en terugkoppeling vanuit de hulpverlening. Dit vertaalt zich bij de leerkrachten en IB-ers onder meer in gevoelens van machteloosheid en frustratie, een lage effectverwachting van de hulpverlening, relatief weinig adviesvragen en zelden een melding bij Veilig Thuis in het verlengde van een onthulling van kindermishandeling door een kind. De hulpverlening wordt ervaren als ‘’daar’’, en ver weg, en met weinig zicht op wat er ‘’daar’’ gebeurt. Mogelijk versterkt dit de (al aanwezige) neiging van leerkrachten en IB-ers om oplossingen voor problemen op dit gebied binnen school te zoeken.

Stressvolle gebeurtenis

Een onthulling van een kind over kindermishandeling kan voor een leerkracht meestal getypeerd worden als een stressvolle gebeurtenis. Deze informatie vergt veel, soms het uiterste van de coping style van de leerkracht. Sociale steun lijkt dan voor leerkrachten onmisbaar. Deze steun
wordt in onze studie door leerkrachten en IB-ers altijd gezocht, en ook altijd gevonden en ervaren, binnen school en privé.

Meer kans op onthulling met Marietje Kessels Project

Het onderzoek laat ten slotte zien dat de kans op een onthulling toeneemt als het Marietje Kessels project wordt uitgevoerd t.o.v. scholen die dit project niet in de klas halen. Maar tevens dat ook dan een substantieel deel van de mishandelde kinderen hun ervaring met kindermishandeling niet (op school) onthult.

Het Marietje Kessels Project is een psycho-fysieke weerbaarheidstraining gericht op vergroting van de weerbaarheid van kinderen in de leeftijd 10-12 jaar. Het richt zich op weerbaarheid in brede zin aan de hand van thema’s als grenzen (h)erkennen, hulp vragen, pesten, (online) veiligheid en kindermishandeling.

Aanbevelingen voor primair onderwijs

Informeer directies van het primair onderwijs over het cruciale belang van toegankelijke steun voor leerkrachten die getuige kunnen zijn van een onthulling van kindermishandeling van een kind in hun klas, als gevolg van de stress die een dergelijke onthulling kan oproepen. Vraag directies of zij zorg kunnen dragen voor steun, zo nodig opvang, en reflectieruimte voor de ervaringen en afwegingen van de leerkracht.

Overweeg het aanbieden en organiseren van teacher disclosee meetings voor leerkrachten en IB-ers voor wie in een hoge risicoperiode er een aannemelijke kans bestaat dat zij geconfronteerd zullen worden met een onthulling van kindermishandeling.

Zolang we niet in staat zijn om kindermishandeling te voorkómen, verspreid op professionele wijze de informatie aan kinderen over hun kinderrechten, zoals vastgelegd in het VN Kinderrechten Verdrag, en de informatie dat zij over hun geheim(en) mogen praten met iemand die zij vertrouwen.

Achtergrond

Auteur onderzoeksrapport ‘het benutten van een krachtig signaal’:
Cees Hoefnagels m.m.v. Hanske Douwenga, Inge Egberts, Mirjam Gademan, Milou van Montfoort, Susan Oosterwijk, Saskia Wijsbroek en Edwin van der Zande

Utrecht, 2020
Kenniscentrum Sociale Innovatie, Hogeschool Utrecht
Lectoraat: Jeugd www.hu.nl/onderzoek/jeugd

Podcast: Ik zie jou … op school

Podcastmaker Merel Steinweg in gesprek met Angela Horsten, directeur bestuurder in het onderwijs bij Stichting Initia in Dongen, en Claire Schilte, intern begeleider en leerkracht op basisschool de Zuidwester in Tilburg. Over hoe we kinderen écht kunnen zien en hoe we samen het verschil kunnen maken voor kwetsbare kinderen en gezinnen.

Voorwoord

Voorwoord

Marcelle Hendrickx, wethouder jeugd van gemeente Tilburg, is initiatiefnemer van de Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant. Als voorzitter van de Taskforce maakte zij zich de afgelopen vier jaar hard om dit thema zo breed mogelijk op tafel te krijgen, bij iedereen in de omgeving van kinderen. Ze is trots op het resultaat en draagt de opbrengsten vol vertrouwen over aan het nieuwe expertisecentrum. ‘Want we zijn nog lang niet klaar met het aanpakken van kindermishandeling. We moeten kinderen blijven zien!’

‘Het is de verantwoordelijkheid van ons allemaal’

Ouders, leerkrachten, buren en professionals: het is de verantwoordelijkheid van ons allemaal dat onze kinderen veilig opgroeien. Kindermishandeling is dus een probleem van ons allemaal. We mogen niet rusten totdat we het monster klein hebben gekregen. Dat vraagt iets anders van ons dan we gewoon zijn. Het vraagt binnen en buiten onze professie een voortdurende alertheid. Daarom hebben we ons als Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant vier jaar lang ingezet om anders te gaan kijken naar de aanpak van kindermishandeling. Vier jaar lang hebben we samengewerkt met betrokken en bevlogen mensen die echt het verschil willen maken en buiten de lijntjes durven kleuren. Samen hebben we het anders durven doen. En wat ben ik als voorzitter trots op de resultaten die we hebben bereikt.

‘We hebben echt een beweging
naar de voorkant gemaakt’

Er staat een zeer betrokken en actief netwerk in de regio, met nieuwe samenwerkingen met partners die zich vooraf niet bewust waren van de rol die ze zouden kunnen spelen. We hebben mooie en praktische producten ontwikkeld die op verschillende plekken worden ingezet. En tijdens de Week tegen Kindermishandeling stonden niet alleen de verhalen van ouders, kinderen en professionals centraal, maar ook de vraag hoe we samen de aanpak van kindermishandeling kunnen versterken. Ik kan echt zeggen dat we een beweging naar de voorkant van het proces hebben gemaakt: naar preventie en vroegsignalering. En dat allemaal vanuit het gedachtegoed om altijd het kind centraal te stellen.

‘We moeten buiten de lijntjes blijven kleuren’

En dat blijven we ook doen! Deze aanpak krijgt een vervolg. We blijven het thema agenderen en verbreden, binnen het Regionaal Expertisecentrum Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Volgend jaar wordt De Hart voor een kind award weer uitgereikt om aandacht te vragen voor de rechten van ieder kind. En er zullen weer allerlei activiteiten plaatsvinden tijdens de Week tegen Kindermishandeling. Het Expertisecentrum zal zich blijven richten op preventie.

In dit magazine lees je over het onderzoek van Cees Hoefnagels naar het effect van weerbaarheidstrainingen op basisscholen. Ook vind je verhalen van mensen die kindermishandeling hebben meegemaakt. We blikken terug op vier jaar Taskforce en kijken vooruit: welke stappen moeten nog worden gezet. Want we moeten buiten de lijntjes blijven kleuren om oplossingen en steun te organiseren voor kinderen en gezinnen in de knel. We zijn nog lang niet klaar met het aanpakken van kindermishandeling. We blijven kinderen zien!

Hartenkreet

Als Taskforce hebben we een hartenkreet voor het nieuwe expertisecentrum. De belangrijkste vaardigheden die we nodig hebben om dit vraagstuk op te lossen zijn misschien wel: vragen, echt luisteren en goed kijken. Aandacht en compassie, daar draait het om. Zo moet er meer aandacht komen voor kindermishandeling in het curriculum van opleidingen voor beroepen die met kinderen werken. Zet trainingen nog breder uit, zodat professionals leren signaleren. En misschien nog wel het belangrijkste: als we kindermishandeling echt fundamenteel willen aanpakken moeten we het bespreekbaar maken met kinderen zelf. Dat blijkt ook uit het onderzoek van Cees Hoefnagels. Hij nam de weerbaarheidstraining Marietje Kessels project onder de loep. Tijdens deze training worden kinderen gestimuleerd om kindermishandeling kenbaar te maken. En dat werkt.

Ik zie jou … en blijf jou zien

Om kindermishandeling te stoppen, en de gevolgen ervan te beperken kunnen we allemaal een verschil maken. Als vrienden, buren, leerkrachten, ooms, en tantes. Als hulpverleners, vrijwilligers, beleidsmakers, en politici. Als volwassenen in het leven van kinderen. In een serie podcasts gaat podcastmaker Merel Steinweg in gesprek over hoe we kinderen écht kunnen zien en hoe we samen het verschil kunnen maken voor kwetsbare kinderen en gezinnen. Hoe we dat overal kunnen doen: in de zorg, in het gezin, in de sport, op school. En hoe we kinderen kunnen blijven zien.

Ik zie jou … bij de dokter

In deze podcast hoor je Angelique Valks, zij is aandachtsfunctionaris kindermishandeling in het Elizabeth Tweesteden Ziekenhuis in Tilburg. Als aandachtsfunctionaris is zij aanspreekpunt in het ziekenhuis voor artsen, verpleegkundigen of andere teamleden die zorgen hebben om een kind. Angelique vertelt wat er voor nodig is om in het ziekenhuis, in de zorg, zorgvuldig om te gaan met vermoedens of signalen van kindermishandeling. Ook vertelt Hanneke Migchels over hoe zij als gynaecoloog vermoedens van kindermishandeling bespreekbaar maakt.

Ik zie jou … in het gezin

In deze podcast vertellen de Tilburgse wethouder Esmah Lahlah en directeur-buurman Ralf Embrechts (MOM Tilburg) waarom zij zich hard maken voor het bestrijden van kinderarmoede. Juist ook om kindermishandeling te voorkomen en de gevolgen ervan te beperken. Hoe doen zij dat? Wat is belangrijk? En hoe kunnen we allemaal zorgen dat ouders en kinderen écht gezien worden?

Ik zie jou … op de sportclub

In deze aflevering vertellen sportpedagoog Marion de Kock en ervaringsdeskundige Maaike waarom zij zich inzetten voor een veilige sportclub. Om meerdere redenen is het belangrijk om ook op de sportclub aandacht te hebben voor dit onderwerp. Omdat het juist die veilige, vertrouwde plek kan bieden voor kinderen bij wie het thuis niet veilig is. Hoe werk je als vereniging aan die open sfeer? Welke rolmodellen zijn er en hoe versterk je die? En hoe ga je er mee om als een pupil je in vertrouwen neemt over waar hij of zij mee zit? Maar ook, hoe voorkom je grensoverschrijdend gedrag op de sportclub zelf?

Ik zie jou … op school

In deze podcast luister je naar Angela Horsten, directeur bestuurder in het onderwijs bij Stichting Initia in Dongen, en Claire Schilte, intern begeleider en leerkracht op basisschool de Zuidwester in Tilburg. Zij zien het als een belangrijke taak van het onderwijs om kindermishandeling te herkennen, te bespreken en hulp in te schakelen als dat nodig is. Hoe komt het dat dit onderwerp hen zo aan het hart gaat? Hoe pakken ze vermoedens van kindermishandeling zelf aan? En waar mag meer oog voor komen?

Ik blijf jou zien

In deze podcast zijn Marcelle Hendrickx (wethouder Jeugd in Tilburg en voorzitter van de regionale Taskforce Kindermishandeling), Caroline Timmermans (bestuurder Wonen Breburg) en Tom Pietermans (directeur van Veilig Thuis Midden Brabant) aan het woord. Hoe zorg je er nou sámen voor, met alle organisaties en inwoners in een regio, dat we écht in actie komen voor dit grote maatschappelijke probleem?

Zorgen om een kind Magazine

Zorgen om
een kind

Een andere kijk op de aanpak van kindermishandeling.

Elk kind heeft het recht om veilig op te groeien. Daarom heeft de Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant zich vier jaar lang ingezet om samen anders naar de aanpak van kindermishandeling te gaan kijken. In ons magazine lees je wat we hebben gedaan en welke inzichten we meegeven aan onze opvolger: het Expertisecentrum Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. We blijven kinderen zien.

Logo Taskforce Kindermishandeling