Herken
de signalen

Gemiddeld zit er in iedere schoolklas één kind dat slachtoffer is van kindermishandeling. De signalen zijn vaak minder duidelijk dan een blauwe plek. Misschien komen de kinderen nooit buiten, krijgen ze onvoldoende eten en drinken of worden ze thuis uitgescholden en getreiterd. Kindermishandeling is namelijk niet alleen fysiek geweld. Het kan bijvoorbeeld ook gaan om uitschelden, kleineren of verwaarlozing.

Herken signalen bij kinderen

Tientallen signalen kunnen wijzen op kindermishandeling. Je kunt het bijvoorbeeld herkennen aan het gedrag van het kind, hoe het kind eruit ziet, hoe het kind omgaat met anderen en in welke situaties het kind terecht komt.

Deze website gaat over kindermishandeling in de huiselijke omgeving. Kinderen en jongeren kunnen ook te maken krijgen met andere vormen van geweld, bijvoorbeeld mensenhandel of uitbuiting. Wat mensenhandel is en hoe je het herkent lees je op ditisookmensenhandel.nl.

Bekijk op welke signalen je bij kinderen kunt letten

  • Heeft vaak buikpijn, hoofdpijn of valt flauw.
  • Komt aan in gewicht of valt juist af.
  • Ziet er moe uit.
  • Is vaak of lang ziek.
  • Heeft vieze haren of een slecht verzorgd gebit.
  • Heeft blauwe plekken, wonden of littekens.
  • Draagt vieze of kapotte kleding en schoenen.
  • Motorische problemen: loopt achter in de ontwikkeling.
  • Leeft in ‘een eigen wereld’.
  • Wil veel aandacht of is bang om alleen te zijn.
  • Isoleert zichzelf.
  • Neemt geen vriendjes mee naar huis.
  • Is bang voor bepaalde plekken of mensen.
  • Wil niet aangeraakt worden.
  • Kijkt weg bij oogcontact.
  • Kan (ineens) niet (meer) meekomen met leeftijdsgenoten.
  • Is vaak te laat op school of zelfs afwezig.
  • Voert taken uit die niet bij de leeftijd passen.
  • Is vaak alleen.
  • Heeft honger, ontbijt niet of neemt geen lunch mee.
  • Begrijpt sociale omgangsnormen onvoldoende.
  • Is snel afgeleid.
  • Is overdreven druk of juist overdreven rustig.
  • Gaat vaak tegen de regels of volwassenen in.
  • Is vaak overdreven vroeg of blijft lang rondhangen op school.
  • Zegt negatieve dingen over zichzelf, anderen of de wereld.
  • Speelt gewelddadige of seksuele situaties na.
  • Wordt snel boos en gaat dan slaan, schoppen, spugen of bijten.
  • Steelt of maakt spullen stuk.
  • Gebruikt alcohol of drugs.
  • Manipuleert en verdraait de werkelijkheid.

Herken signalen bij volwassenen

Je kunt kindermishandeling herkennen aan de manier waarop volwassenen met hun kind omgaan, maar ook hoe de volwassene in z’n vel zit, hoe hij of zij omgaat met anderen en hoe het gaat in het gezin.

Bekijk op welke signalen je bij volwassenen kunt letten

  • Klaagt over het kind.
  • Troost het kind niet.
  • Houdt het kind vaak thuis.
  • Geeft het kind zoveel regels dat het weinig mag.
  • Kijkt niet om naar het kind en is hier onverschillig over.
  • Geeft het kind taken die niet bij de leeftijd passen.
  • Schreeuwt tegen het kind.
  • Scheldt het kind uit.
  • Raakt het kind op een harde manier aan.
  • Slaat, schopt of duwt het kind wanneer er iets aan de hand is.
  •  
  • Zegt dat hij of zij het kind niet aankan.
  • Ervaart veel stress en spanning door allerlei gebeurtenissen.
  • Doet alsof het hem of haar niet uitmaakt hoe het met het kind gaat.
  • Zegt negatieve dingen over zichzelf, anderen of de wereld.
  • Gebruikt drank en/of drugs terwijl het de verantwoordelijkheid heeft.
  • Heeft weinig contact met anderen of andere gezinnen.
  • Er is vaak ruzie thuis.
  • Gezinsleden worden vaak ziekgemeld.
  • Zijn vaak verhuisd.
  • Komt afspraken niet na.
  • Praat liever niet met leraren of begeleiders.
  • Gaat tegen adviezen van school of andere organisaties in.
  • Heeft vaak en veelvuldig contact met hulporganisaties.
  • Gaat steeds naar andere dokters en ziekenhuizen.
  • Zegt nee tegen medische of geestelijke hulp voor het kind.
  • Laat zich moeilijk aanspreken door andere volwassenen.

Herken signalen bij jezelf

Het kan zomaar gebeuren dat je zelf in een situatie terecht komt waarin je ongewenst gedrag laat zien naar jouw kinderen. Niet bewust, maar het gebeurt. Meestal komt dit door de omstandigheden waarin je jezelf bevindt. Schaamte en schuldgevoel spelen vaak een grote rol. Weesalert bij de eerste signalen bij jezelf en vraag hulp. Je bent niet de enige.

  • Je ervaart veel stress en spanning.
  • Je hebt al veel politiecontacten gehad.
  • Je zoekt spannende en risicosituaties graag op.
  • Je hebt geen vaste baan en wordt regelmatig ontslagen.
  • Je hebt schulden en kan moeilijk omgaan met financiën.
  • Je weet niet goed hoe je een relatie moet onderhouden.
  • Je voelt vaak agressie opkomen.
  • Je hebt weinig hobby’s en weet niet goed hoe je jouw vrije tijd moet besteden.
  • Je zou willen dat het leven anders was.
  • Je hebt weinig vrienden of vrienden die strafbare feiten plegen.
  • Je hebt wisselende woonplaatsen of geen vaste woon of verblijfplek.
  • Je gebruikt overmatig veel drugs en alcohol.
  • De relatie met jouw ouders kende veel conflicten en is slecht.
  • Je vindt het moeilijk om problemen op te lossen.
  • Je vindt het lastig om hulp te vragen.

Waarom gebeurt het?

Alle ouders houden van hun kinderen en willen goede ouders zijn. Als ze hun kinderen verwaarlozen of mishandelen, komt dat vaak omdat ze zelf problemen hebben. Soms zijn ze vroeger zelf als kind mishandeld. Daardoor hebben ze niet geleerd hoe je een kind op een goede manier kunt opvoeden.

Er kunnen diverse redenen zijn waardoor ouders of verzorgers moe en gestrest zijn en daardoor snel boos worden. Soms zijn ze zo wanhopig dat ze niet meer weten wat ze moeten doen. Ze weten ook niet aan wie ze hulp kunnen vragen. Of ze durven geen hulp te vragen. Vaak schamen ze zich voor hun problemen.

  • Is vroeger zelf zo opgevoed en weet niet beter.
  • Is verslaafd aan drugs of alcohol.
  • Is depressief of heeft andere psychische problemen.
  • Is ziek of heeft altijd pijn.
  • Er zijn geldzorgen.
  • Een kind heeft veel aandacht en zorg nodig.
  • Is moe, bijvoorbeeld door werk.
  • Er zijn relatieproblemen.
  • Heeft geen werk en kan moeilijk werk vinden.
  • Heeft zorgen. Bijvoorbeeld over een ziek familielid.
  • Het huis is te klein, waardoor iedereen op elkaars lip zit.

Kom in actie

Iedereen ziet weleens iets gebeuren of hoort iets dat een signaal kan zijn van kindermishandeling. De aanwezigheid van een signaal betekent niet dat er altijd sprake is van kindermishandeling. Een eerste stap is om je zorgen te delen met anderen. Misschien weten zij wat er aan de hand is. Je kunt ook het gezin steunen door te vragen hoe het eigenlijk thuis gaat vanuit een onbevooroordeelde vraag en houding. Kijk vooral niet weg!

Ervaringsverhalen

Jongeren en volwassenen die als kind mishandeld zijn, vertellen dat er mensen in hun omgeving moeten zijn geweest die iets gehoord of gezien hebben. Maar dat niemand of een enkeling er iets aan heeft gedaan, en dat ze daar, naast de andere gevolgen van de mishandeling, last van hebben.