Praten helpt-pot: vul de enquête in

In de week tegen kindermishandeling krijgt de Praten helpt-pot een plek in bibliotheken in de regio Hart van Brabant. De Praten helpt-pot is ontwikkeld door pedagogiek studenten van Fontys in opdracht van de Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant en de Bibliotheek Midden-Brabant. De studenten van de minor Jeugdhulp Specialist kregen de opdracht om in ‘De Week Tegen Kindermishandeling’, een product neer te zetten wat eraan bijdraagt om kindermishandeling bespreekbaar te maken.

Feedback is welkom! 

De praten helpt-potten staan vanaf 16 november in de bibliotheken. Heeft u de praten helpt-pot zien staan in de bibliotheek? De studenten zijn blij met uw feedback. Zodat dit product verder doorontwikkeld kan worden. Invullen van de enquête kost slechts 5 minuten van uw tijd.

Symposium praten helpt

Wanneer:

22 juni 2021

Locatie: ETZ locatie Tweesteden

Voor wie:

Professionals in de zorgsector

Organisator

ETZ, GGD Hart voor Brabant, Veilig Thuis Midden-Brabant, Sterk Huis en deTaskforce Kindermishandeling

Aanmelden:  

meer informatie volgt, zet deze datum alvast in uw agenda!

ETZ, GGD Hart voor Brabant, Veilig Thuis Midden-Brabant, Sterk Huis en de Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant organiseren voor professionals in de zorgsector het symposium
Praten helpt: over zien en handelen bij sporen van kindermishandeling. 
Presentatie en dagvoorzitterschap door Karin Bloemen.

BIG SKJ medisch specialisten accreditatie wordt aangevraagd.

Terugkijken: college Kansrijke start

In de week tegen kindermishandeling 2020 organiseerde de Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant een reeks colleges. Studenten, professionals en inwoners Hart van Brabant konden de livestream volgen en via de chat vragen stellen aan een expert.

In het eerste college van de week op maandag 16 november 2020 ging Frank van Pamelen in gesprek met Tessa Roseboom, hoogleraar Vroege ontwikkeling en gezondheid, over een kansrijke start voor ieder kind. Marijana Laus, projectleider Kansrijke start bij de GGD, verzamelde de vele vragen van de deelnemers.
Voorafgaand aan het college was de opening van de College Week door Marcelle Hendrickx, wethouder jeugd gemeente Tilburg, voorzitter van de Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant en ambassadeur van het Landelijke Programma Kansrijke Start.

> Onderaan deze pagina is het college terug te zien en ook de antwoorden op vragen die niet tijdens het college beantwoord konden worden. 

Kansrijke start

De preconceptieperiode, zwangerschap en de eerste twee levensjaren zijn cruciaal in de ontwikkeling van elk kind. Het merendeel van de kinderen maakt een goede start in het leven en groeit gezond op in een veilige en beschermde omgeving. Kinderen die in de eerste 1000 dagen van hun leven blootstaan aan risicofactoren zoals stress, slechte voeding, rook of mishandeling, beginnen met een achterstand. Hierdoor kunnen zij zich op fysiek, mentaal en sociaal gebied minder goed ontwikkelen. Voor de gezondheid en ontwikkeling van een kind zou het niet uit mogen maken waar zijn of haar wieg staat.

Door vroegsignalering en preventieve interventies in de eerste 1000 dagen maken meer kinderen kans op een goede start. Een kansrijke start voor zo veel mogelijk kinderen gaat ons allemaal aan: de kinderen zelf, hun ouders, zorgprofessionals, geboortezorg, de overheid, de samenleving, kinderopvang. Door de kwetsbaarheid vroeg te signaleren, af te stemmen en samen te werken kunnen meer kinderen veilig en gezond opgroeien.

Over de expert

Prof. dr. Tessa Roseboom is hoogleraar Vroege ontwikkeling en gezondheid aan de Universiteit van Amsterdam (AMC-UvA). Roseboom is gefascineerd door het concept dat de vroege omgeving de groei en ontwikkeling van de foetus beïnvloedt en daarmee de latere gezondheid bepaalt. Haar onderzoek naar de gezondheid van mensen die in de Hongerwinter werden geboren, is inmiddels wereldberoemd. Uit dit onderzoek bleek dat ondervoeding van de moeder blijvende negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid van haar kind.

Over de presentator

Frank van Pamelen studeerde Letteren aan de Katholieke Universiteit Brabant en is schrijver, dichter en kleinkunstenaar. Op dit moment is hij o.m. columnist op NPO Radio 1 en bij Brabants Dagblad.

Terugkijken college
Vragen en antwoorden

Zit er een groot verschil in de nasleep van mishandeling bij kinderen van 0-3 jaar of kinderen met een oudere leeftijd?
Ja, vaak zijn de gevolgen van kindermishandeling op jonge leeftijd ernstiger dan op latere leeftijd. Andere factoren als mate waarin, duur, intensiteit en aard van de mishandeling spelen ook een rol.

Hoe denkt u met uw onderzoek/boek invloed te hebben op kindermishandeling?
Als de wetenschap aandacht heeft voor het onderwerp draagt dat bij aan kennis en bewustwording. Daarmee kan hopelijk meer kindermishandeling voorkomen worden. Mijn onderzoeken gaan over de nadelige ervaringen en invloed van kindermishandeling op de rest van je leven.

Welke therapie, behandeling of methode is het meest effectief gebleken om de gevolgen van kindermishandeling te beperken?
Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. Therapie is maatwerk, onder andere afhankelijk van de persoon en omstandigheden.

60% van diegene die vroeger kindermishandeling heeft meemaakt worden later geen pleger van geweld. Hoe komt dat?
We weten niet precies hoe het komt, maar veel daders hebben in hun jeugd zelf het slechte voorbeeld gehad. Belangrijk is dat je gehoord wordt of hulp vraagt en krijgt. Dan is de kans kleiner dat je zelf dader wordt.

In de Scandinavische landen komt aanzienlijk minder kindermishandeling voor dan in Nederland. Eén van de factoren hierbij is de vanzelfsprekendheid van ouderschapscursussen voor nieuwe ouders. In Nederland wordt het om de 5 à 10 jaar ook geopperd en vervolgens weggehoond door de maatschappij en de politiek. Hoe kunnen we ouderschapscursussen positief op de kaart zetten, voor álle ouders?
Wij zijn voor! Opnieuw op politieke agenda krijgen. Taskforce gaat hiermee aan de slag.

Vindt u dat er op scholen, vrijetijdsbestedingen en sportclubs etc. genoeg gedaan wordt om vormen van kindermishandeling te signaleren? En wat zou er voor deze mensen nodig zijn zodat zij hier (nog) beter in kunnen slagen?
Signaleren in het algemeen moet en kan beter. Mensen moeten weten welke signalen kunnen duiden op kindermishandeling én ze moeten weten hoe te handelen: kennis en handelingsperspectief bieden dus. Men kan leren van goede voorbeelden hoe men in actie kan komen. Je hoeft geen hulpverlener te zijn om te vragen of het goed met iemand gaat. Je kan je zorgen delen. Op scholen zijn bijvoorbeeld zorgteams, waar professionals de school ondersteunt bij zorgvragen

Weinig therapeuten zijn ‘bekend’ met een behandeling voor emotionele verwaarlozing. Waarom is het zo moeilijk om emotionele mishandeling / geweld op de (hulp) agenda te zetten?
Geweld is nog steeds een moeilijk onderwerp, ook voor therapeuten.

Wat zijn mogelijkheden vanuit kansrijke start voor preventieve inzet?
Binnenkort volgt een overzicht aanbod op de website van de GGD

Nog een vraag heb gehoord bij congres kind en trauma dat een melding pas een melding wordt na 70 of 80 keer, er zijn dus 200.000 meldingen maar een melding wordt pas een melding na 70 of 80 keer bellen? Klopt dit en kan hier wat aan gedaan worden?
Klopt niet, gaat over 70 incidenten voordat de melding gedaan wordt (zie verwey-jonker onderzoek)

Zijn er cijfers bekend over meldingen dat het tijdens de zwangerschap al mis gaat, wat kun je dan doen? 
Is op dit moment nog niet bekend. Is onder de aandacht van Veilig Thuis

Er is meerdere keren benoemd dat ouders meer mogen zeggen dat opvoeden niet altijd makkelijk is. Erkenning krijgen van andere ouders is 1, maar als dat niet voldoende is waar moeten ze dan hun hulpvraag neerleggen? 
Dat kan op het consultatiebureau, bij de jeugdgezondheidszorg ( GGD) en bij de huisarts. Of je vraagt een naaste, die samen met jou naar mogelijkheden kan kijken. Ook hier hoef je niet gelijk aan een professional te denken, er zijn veel moeders met ervaring in de buurt die kunnen helpen. Dan moet er wel een vraag gesteld zijn.

Hoe combineer je dit netwerk rond het kind bij kinderen met een andere culturele achtergrond. Heb helaas voorbeeld gehad, waarbij school en buurt bang waren officiële melding te maken.
Kijk wie je kan helpen een oplossing te zoeken. Bijv. imam, huisarts.

Hoe kan ik kindermishandeling herkennen tijdens een kort consult op het consultatiebureau, Korte consulten zijn er nu ivm inhaalslag door corona maatregelen.
Als er vermoedens zijn, vragen stellen en/of vervolgspraak maken. Vraagt het een collega en zoek samen naar een de volgende stap ( de eerste twee stappen van de meldcode)

Ik ben benieuwd of Tessa denkt dat praktische laagdrempelige opvang zoals bijv 1 dag gebruik mogen maken van een kinderdagverblijf. Of dit er aan bij zou kunnen dragen om ook de niet werkende ouder te ontlasten.
Als preventie middel. Goed idee. De VVE-regeling (Voor- en Vroegschoolse Educatie) is ook toepasbaar bij zorgvragen. Kinderen vanaf 2 jaar kunnen hiervoor een indicatie krijgen van het consultatiebureau. Kinderen gaan 4 dagdelen naar een kinderopvang, waarvan de gemeente 2 dagdelen vergoedt. Vraagt dat na bij het consultatiebureau of bij je gemeente.

In mijn werk merk ik dat scholen/peuterspeelzalen/kinderdagverblijven het vaak lastig vinden om de meldcode te volgen en een melding te doen bij veilig thuis, ook bij duidelijke signalen/concrete uitingen. Wat denkt u dat er gedaan kan worden om het ook op dit soort plekken voor elkaar te krijgen dat men in de actie gaat en deze meldcode dus ook volg?
Maak gebruik van het zorgteam op School.

Terugkijken: college Veilig sportklimaat

In de week tegen kindermishandeling 2020 organiseerde de Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant een reeks colleges. Studenten, professionals en inwoners Hart van Brabant konden de livestream volgen en via de chat vragen stellen aan een expert.

In het college op dinsdag 17 november 2020 ging Jeroen Latijnhouwers in gesprek met Toon Gerbrands, directeur PSV, over een veilig sportklimaat. Irene Dekker, projectmanager bij de KNVB en lid van de Taskforce Kindermishandeling, verzamelde de vele vragen van de deelnemers.

> Onderaan deze pagina is het college terug te zien en antwoorden op vragen die niet tijdens het college beantwoord konden worden.

Veilig sportklimaat

Enerzijds gaat het college over seksuele intimidatie en misbruik binnen de sportvereniging. Wat kan een sportvereniging doen om de veiligheid van kinderen te waarborgen binnen hun vereniging? Anderzijds is de sportvereniging ook een plek waar signalen opgevangen kunnen worden als het thuis niet goed gaat met kinderen. Hoe kan de vereniging deze signalerende rol invullen? 

Seksuele intimidatie en misbruik
De aandacht voor seksuele intimidatie en misbruik in de sport is de afgelopen twintig jaar sterk toegenomen. Maar telkens weer wordt de samenleving opgeschrikt door onthullingen over seksueel misbruik. Helaas blijkt uit het rapport van Klaas de Vries dat één op de acht sporters hiermee te maken heeft (gehad). Sporten kan bijdragen aan allerlei positieve waarden voor kinderen als zelfvertrouwen, trots en solidariteit. Helaas kan sport dus ook leiden tot negatief gedrag: egoïsme, pesten en (seksuele) intimidatie. Sport kan een belangrijke rol spelen in het beste in elk kind naar boven halen. Dit wetende doen we er in Hart van Brabant alles aan om die positieve effecten teweeg te brengen en elk kind met veel plezier en vertrouwen te laten sporten!

Signaleren binnen de sportvereniging
Sportverenigingen kunnen de eerste signalen van kindermishandeling waarnemen. Zeker in de afgelopen tijd zijn de spanningen in sommige gezinnen hoog opgelopen. Mogelijk heeft dat geleid tot (meer) huiselijk geweld. Belangrijk is te onderzoeken hoe het met kinderen gaat. En of het nodig is om in actie te komen. Voor trainers, coaches en begeleiders kan dat lastig zijn. Verschillende verenigingen in de regio Hart van Brabant hebben vertrouwenscontactpersonen aangesteld die een eerste aanspreekpunt kunnen zijn. Maar dat kan ook een ouder binnen de vereniging zijn met een pedagogische achtergrond of de sportpedagogen: Praten helpt!

De expert

Toon Gerbrands is directeur bij PSV. Na onthullingen van een voormalige jeugdspeler van PSV in 2017 over seksueel misbruik roept hij anderen op zich te melden. PSV heeft hiervoor een eigen meldpunt ingericht, naast ‘de hulplijn seksuele intimidatie in de sport’ van de sportkoepel NOC/NSF. PSV werkt hierbij samen met andere partijen. “We gaan dit ook als bedrijfstak aankaarten. Het moet op de agenda van de Eredivisie en het hele betaald voetbal. De beerput gaat opengetrokken worden” aldus Gerbrands.

De presentator

Jeroen Latijnhouwers is journalist en radio- en televisiepresentator. Hij werkte onder andere bij Omroep Brabant, Veronica Nieuwsradio, RTL Sport, Omroep Max en als presentator van RTL Nieuws.

Terugkijken college
Vragen en antwoorden

U heeft het meldpunt opricht binnen PSV, wordt daar veel gebruik van gemaakt?
Het meldpunt is bij iedereen bekend. Het is een meldpunt dat aan alle eisen voldoet en een lage veilige instap heeft. Tot nu is er nog geen gebruik van gemaakt.

Welke vorm van mishandeling komt het meeste voor in de sportwereld?
Discriminatie, seksueel misbruik, fysieke mishandeling ect.

Wat wordt er binnen PSV preventief gedaan tegen discriminatie en seksuele- / fysieke mishandeling?
Naast het meldpunt en vertrouwenspersonen wordt er voorlichting gegeven bij de teams en de spelers. Daarnaast worden dit met de coaches en stafleden jaarlijks als belangrijk onderwerp besproken. In alle reguliere overleggen worden alle incidenten (op alle gebied) cast als agendapunt besproken. Indien nodig volgt er direct actie.

Waarom vindt u het zo belangrijk dat mishandeling in de sport wordt gesignaleerd?
Ieder kind heeft recht op veilig opgroeien. De sport als vindplaats van kinderen heeft een signalerende functie: in de vereniging als ook van de thuissituatie.

Wat zouden sportverenigingen kunnen doen om actief met het onderwerp aan de slag te kunnen gaan? Wat is de eerste stap?
Een getrainde vertrouwenscontact persoon aanstellen en het onderwerp kindermishandeling bespreekbaar maken in de vereniging, niet wegkijken.

Wat wilt u meegeven aan coaches en trainers in de sport wereld?
Praten helpt, en dat is ook het thema van dit college.

Worden jullie jeugd trainers opgeleid om te kijken naar signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling?
Er zijn wel cursussen voor jeugdtrainers, maar deze zijn niet verplicht.

Vraagt PSV ook VOG’s aan voor trainers, begeleiders en vrijwilligers?

  • Landelijk is er een ‘zwarte lijst’ van mensen die seksueel grensoverschrijdend gedrag vertonen/vertoonden. Inzage is alleen mogelijk voor bestuurders van sportclubs die ‘goedgekeurd’ zijn, die voldoen aan strenge eisen wat betreft beleid, vertrouwenspersonen, signalering, preventie, e.d. Dat is ook een keurmerk waar een club trots op kan zijn. Dat heet het ‘register van ontuchtzaken’. Zeker even raadplegen bij het aannemen van nieuwe vrijwilligers. Check bij Centrum Veilige Sport Nederland.
  • Er is nu een meldplicht voor bestuurders in geval van vermoeden van seksuele intimidatie. Meldingen worden geregistreerd door bonden en Centrum Veilige Sport NL
  • VOG’s kunnen gratis worden aangevraagd via de Regeling Gratis VOG. Geen gemeente voor nodig. VOG voor vrijwilligers is al jaren gratis. Voor betaalde medewerk(st)ers betaalt de club zelf.

Terugkijken: college De schaamte voorbij

In de week tegen kindermishandeling 2020 organiseerde de Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant een reeks colleges. Studenten, professionals en inwoners Hart van Brabant konden de livestream volgen en via de chat vragen stellen aan een expert.

In het college op woensdag 18 november 2020 ging Jeroen Latijnhouwers in gesprek met Karin Bloemen. Karin Bloemen is slachtoffer van verschillende vormen van kindermishandeling en weet als geen ander hoe moeilijk het is om dit onderwerp bespreekbaar te maken. Teun Haans, clustermanager bij Sterk Huis en lid van de Taskforce Kindermishandeling, verzamelde de vele vragen van de deelnemers.

> Onderaan deze pagina is het college terug te zien en ook de antwoorden op vragen die niet tijdens het college beantwoord konden worden.

Over dit college

Karin Bloemen is slachtoffer van verschillende vormen van kindermishandeling waaronder seksueel misbruik. Als ervaringsdeskundige weet ze als geen ander wat er nodig is om te zien en te handelen bij vermoedens, signalen en sporen van kindermishandeling. En ook hoe moeilijk het is om het bespreekbaar te maken en om in actie te komen. Zij zelf is pas heel laat hierover gaan spreken. De omgeving van een kind, maar zeker ook beroepskrachten, kunnen hier een belangrijke in rol spelen. In de signalering, in de aanpak en in verwerking van de opgelopen trauma’s.

Met dit college willen we het brede publiek aanspreken. Iedereen kan een cruciale rol spelen: hoe eerder de signalen opgepakt worden hoe beter. En toch gebeurt dit te weinig. Er kan veel meer worden gemeld en gehandeld. Nog te vaak staat de vertrouwensrelatie, privacy en onzekerheid in de weg om tot actie over te gaan.

De expert

Karin Bloemen bracht in 2019 haar boek ‘Mijn ware verhaal’ uit, waarin ze uitgebreid vertelt over haar verleden met misbruik, mishandeling en angst. ‘Vanuit een diepgewortelde schaamte wordt alles ontkend en doodgezwegen,’ aldus Bloemen. Met die schaamte wil ze afrekenen. Ze schreef het boek ook voor andere slachtoffers. ‘Ik wil ze zeggen: praat erover. Praten kan je redden. Als je dat niet doet, bescherm je alleen de dader. Geheimen vreten je op.’ Inmiddels is ze overladen met reacties van mensen die zich herkennen in haar verhaal en zich nu ook uitspreken over hun eigen misbruik. Ook helpt en coacht ze andere ervaringsdeskundigen om hun verhaal naar buiten te brengen.

Het onlangs verfilmde boek ‘Maar buiten is het feest’ van Arthur Japin is geïnspireerd op het schokkende verleden van Karin Bloemen. Karin leefde continu in een huis, waarin misbruik, mishandeling, vernedering en intimidatie aan de orde van de dag waren.

De presentator

Jeroen Latijnhouwers is journalist en radio- en televisiepresentator. Hij werkte onder andere bij Omroep Brabant, Veronica Nieuwsradio, RTL Sport, Omroep Max en als presentator van RTL Nieuws.

Vragen en antwoorden

Hoe was het voor je om je verhaal op papier te zetten?
Pas toen ik vanwege een knieoperatie in het ziekenhuis lag, toen voelde ik weer hoe afhankelijk en gevangen ik zat en hoe onveilig ik me voelde. Toen realiseerde ik me: “ zo moet ik het opschrijven want dit gevoel gaat nooit meer weg”. Het gevoel van angst, gevangenschap en onveiligheid. Dit boek moet ik schrijven om de mechanieken te laten zien en dat mensen dat kunnen herkennen. En door het loslaten van mijn angst, mijn verhaal liet ik mijn kilo’s los. Ik verloor door dit proces 30 kilo.

Welke vraag had je wel geholpen als je moeder je een andere vraag had gesteld?
Mijn moeder wilde eigenlijk helemaal niet het antwoord horen, dat weet je als kind. Ze had haar jas nog aan, ze was net uit het ziekenhuis en hield afstand van me. Haar blik was zo afkeurend dat ik dacht, hier ga ik helemaal niet aan meedoen. En ik moet haar beschermen. Ze had me apart moeten nemen, zeggen dat ze van me houdt, dat ze zich zorgen maakt en dat wat ik ook vertel, dat het niet mijn schuld is en wat er ook gebeurt dat zij er zal zijn om me te beschermen. En dat heeft ze allemaal niet gedaan. En ook nog eens in mijn eigen huis, je kunt nergens heen.

Wat een mooi verhaal Karin. Wat maakte het dat je dacht het moet verteld worden, terwijl je eerst alleen maar angst voelde?
Ze noemen het wel de kracht van je jeugd. Ik was er echt zo klaar mee, ik was zo lang vernederd. Mijn vader was overleden, waardoor ik besefte dat hij me niet meer kon komen redden. Hierdoor dacht ik, ik moet het zelf doen want hoeveel erger kon het nog worden. Het kon me niet meer schelen, ook al zou mijn stiefvader me in elkaar slaan. Ik was los.

Wanneer wist u dat wat uw stiefvader deed verkeerd was?
Ik gaf eerder aan vanaf 12 jaar, maar eigenlijk weet je het al vanaf het eerste moment dat het gebeurt. Niemand zit in je broekje en als iemand dat toch doet en gelijk erbij zegt ‘ je houdt je mond hierover dicht hè’, dan weet je gewoon dat dit iets is wat niet mag. Je gaat in de overleefstand en je gaat gelijk in doodsangst.
Het is naar wat je voelt en als iemand je gelijk de mond snoert en zegt dit is ons geheimpje, dan weet je genoeg. Maar dan zie ik hem met mijn zus, dan denk je ‘nou zo geheim is het dus allemaal niet’! Je wordt heel cynisch. Je krijgt gelijk een volwassen kijk op de situatie krijgt, je bent ook gelijk volwassen.

Kreeg je geen hulp toen het bekend was geworden?
Kort antwoord nee. Er is wel een keer een sociaal werker geweest die met ons wilde bespreken of we elkaar konden vergeven en weer met elkaar in een huis konden wonen. En toen dacht ik, nou nee dus!

Heeft therapie wel geholpen?
Ik ben pas met therapie gestart toen ik 27 of 28 jaar oud was en omdat Adelheid Roosen tijdens het maken van Purper zei, moet jij niet eens naar een therapeut? Maar mijn stiefvader zei altijd, ik hoef niet de psychiater want ik ben niet debiel. En dat dacht ik ook. Pas als je de waarde van psychiatrie/therapie snapt, dat iemand een gesprekspartner is die naar jou luistert en niet komt met zijn eigen verhaal en het om jouw agenda gaat, toen pas begon ik. Een echte eyeopener.

Hoe heeft u de keuze gemaakt om uw ervaringen in uw shows te betrekken?
Dankzij Adelheid Roosen deed ik mee in Purper en heb ik de zin “ wilt u a.u.b. niet uw vinger in een meisje van 7 jaar stoppen” in kinderstem opgevoerd. Dit was het enige wat ik durfde te zeggen en de hele zaal viel stil. Ik dacht ook doe dit nu niet, want er zitten ook ouders in de zaal die dit misschien doen. Want het zijn natuurlijk altijd de ouders die dit veroorzaken.

Was je niet vaak weg van huis?
Ja, ik was heel druk op school, veel projecten die gedaan moesten worden. Ik was inderdaad graag weg.

Zou een droomdag, die nu aan kinderen met een traumatische ervaring wordt aangeboden, destijds je hebben geholpen?
Alles had iets kunnen betekenen, maar er werd vroeger niet over gesproken, dus dit kon ik me niet eens voorstellen. Maar het feit dat mensen met je aan de slag gaan dat koester je en is erg belangrijk.

Wat was voor de reden om uw verhaal met de wereld te delen en wat hoopte u voor invloed te hebben?
Het redden van een ander.

Hoe heeft u het Stockholm syndroom ervaren?
Ik kende het syndroom niet en ik kon niet begrijpen dat mijn zus en moeder dit deden, hieraan leden.
Pas toen ik het boek las over het leven van Natascha Kampusch, die tien jaar gevangen heeft gezeten en ook die eigenschappen vertoonde, kon ik het enigszins plaatsen. En toen pas begreep ik dat mijn moeder en zus eraan leden. Je moet eraan meedoen anders wordt je leven een hel.

Waarom denk je dat familieleden niet willen weten dat hun familieleden seksueel zijn misbruikt?
Schaamte, schuldgevoel, schande en dat er iets moet gaan gebeuren voor een volgende stap. Ook zij zijn bevroren en niet handelingsbekwaam. Als je er niet over praat, is het er niet.
En de angst voor consequenties, je komt in de bijstand, je bent je huis kwijt enz. enz. Ook de angst voor consequenties moet je bespreekbaar maken.

Ik ben een mannelijk maatschappelijk werker. Heb je destijds meer weerstand gevoeld om je verhaal met een man te delen?
Ja, toen wel. Maar dan praat je over de jaren 70. De macht ligt wel bij mannen en daardoor hoopte ik op een man die mijn stiefvader aankon. Vrouwen werden door mijn stiefvader om de tuin geleid.
Een krachtige hulpverlener is echt belangrijk, een die daadkrachtig over komt.

Heb je het later nog met je moeder kunnen bespreken als volwassene?
In gesprek bij een psychiater bleek dat mijn moeder net zo onmachtig was als ons allemaal. Zij heeft geen verantwoordelijkheid genomen en gaf destijds aan dat ik sterker was dan zijzelf. Ik was te sterk voor mijn moeder. Daardoor ontstond er thuis een vreemde situatie.

Wat vind je van de rol die de kindertelefoon kan spelen?
In deze tijd is dat perfect, want iedereen heeft een telefoon en daar kun je op elke hoek van de straat mee bellen.

Terugkijken: college Het taboe doorbreken

In de week tegen kindermishandeling 2020 organiseerde de Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant een reeks online colleges. Studenten, professionals en inwoners Hart van Brabant konden de livestream volgen en via de chat vragen stellen aan een expert.

In het college op donderdag 19 november 2020 ging Jeroen Latijnhouwers in gesprek met Olcay Gulsen over de rol van leerkrachten en leerlingen in het signaleren van kindermishandeling. Olcay is zelf opgegroeid met huiselijk geweld en weet als geen ander wat er nodig is om dit onderwerp bespreekbaar te maken. Dit college vond plaats in het Mill Hill College in Goirle. De aanwezige leerlingen konden vragen stellen aan Olcay en ook online deelnemers konden vragen stellen. Ard van Aken, rector van het Mill Hill College, verzamelde de vele vragen van de online deelnemers.

> Onderaan deze pagina is het college terug te zien en ook de antwoorden op vragen die niet tijdens het college beantwoord konden worden.

Over dit college

Alle kinderen zitten op school. Ze brengen daar vele jaren lang veel tijd door. Beroepskrachten in het onderwijs kunnen snel zien wanneer het niet goed gaat met een kind en op zoek gaan naar de oorzaak. Bijna 6% van de meldingen bij Veilig Thuis komt via het onderwijs terwijl 100% van de kinderen met wie het niet goed gaat op school zitten. Waar gaat het mis? Wat hebben leerkrachten en zorgteams nodig om signalen te zien en kinderen te helpen? Melden bij veilig Thuis is niet altijd het doel van het signaleren van kinderen die knel zitten en waar het thuis onveilig is. Hulp bieden wel. Dat is zelfs een wettelijke plicht.

Leerkrachten kunnen dit lastige onderwerp in de klas bespreekbaar maken. En zo kinderen en jongeren informeren en weerbaar maken. Veel kinderen die kindermishandeling meemaken weten niet dat het niet normaal is wat hen overkomt. En andere leerlingen weten niet dat misschien een klasgenoot thuis in een onveilige situatie zit. Door er in de klas over te praten, komt het gesprek op gang en kan het taboe doorbroken worden. Praten helpt!

Voor leerlingen
In de klas praten over huiselijk geweld en kindermishandeling helpt. Wat is normaal en wat niet? Wat doet het met iemand? Zo leer je meer over kindermishandeling: welke vormen er zijn en hoe vaak het voorkomt. Wist je dat gemiddeld in iedere klas een kind zit met een onveilige situatie thuis? Wat kun je doen als je het zelf meemaakt? Of als je ziet dat het niet goed gaat met een klasgenoot? Want je kunt altijd iets doen! Olcay zal vertellen wat zij als kind nodig had gehad. En je mag ook zelf vragen stellen aan Olcay. Wil je alvast meer weten over kindermishandeling? Kijk dan op deze website voor jongeren.

De expert

Olcay Gulsen groeide op in een gezin in Waalwijk waar huiselijk geweld plaatsvond. Eerder dit jaar maakte zij de indringende tv-serie ‘Olcay en huiselijk geweld’ waarin ze op zoek gaat naar antwoorden op vragen die zij heeft over huiselijk geweld met als doel het taboe hierover te doorbreken. Ze sprak met slachtoffers en daders. Voor het eerst ging zij in gesprek met haar moeder en zussen over hun eigen, heftige ervaringen met huiselijk geweld. Ook vroeg zij haar vroegere omgeving waarom niemand destijds ingreep. Het onderwerp huiselijk geweld laat haar niet los. In oktober werkt ze mee aan een bijeenkomst van de Alliantie Verandering van Binnenuit voor Tweede Kamerleden. Het doel van deze alliantie is zelfbeschikking, gelijkheid én veiligheid van vrouwen, meisjes en LHBT’s.

De presentator

Jeroen Latijnhouwers is journalist en radio- en televisiepresentator. Hij werkte onder andere bij Omroep Brabant, Veronica Nieuwsradio, RTL Sport, Omroep Max en als presentator van RTL Nieuws.

Vragen en antwoorden

Bedankt voor het verhaal. De serie vond ik ook zeer indrukwekkend. Wat raad je vertrouwenspersonen op basisscholen aan?
Het is nu heel anders dan in de jaren 70. Luister naar het onderbuikgevoel en onderneem actie. De meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld is hierbij een krachtig instrument.

Hoe had de omgeving jullie kunnen helpen? Mijn ervaring is dat een kind vaak in een loyaliteitsconflict zit, waardoor de drempel om er over te praten te hoog voelt.
Door eerst een vertrouwensband te creëren met een kind, vertrouwen kweken zodat de drempel verlaagd wordt.

Wat zou Olcay als advies geven aan scholen met betrekking tot de meldingen. Ik merk ik mijn werk in het wijkteam dat scholen dat regelmatig lastig vinden.
Scholen zijn meldcode plichtig. Als ze het lastig vinden kunnen ze altijd advies vragen aan Veilig Thuis of het voorleggen aan het zorgteam op school.

Kan er geen vertrouwens persoon komen op elke school als kinderen boos zijn of anders gedrag vertonen?
Iedere school heeft een intern begeleider/zorg coördinator, een vertrouwenspersoon en een zorgteam, waar deze onderwerpen besproken en aangepakt kunnen worden.

Binnenkort heb ik een gesprek met een vrouw waarvan collega’s haast zeker weten dat zij door haar man mishandeld is. Mevrouw wilde hier toen absoluut niets mee. Ik heb haar per mail uitgenodigd voor een gesprek ipv dat ik met politieuniform aan haar deur ben gegaan. Per mail ontkent ze alles.
Het is belangrijk om vertrouwen te geven en soms kost dat meerdere interventies, maar blijf volhouden. Email is vaak te anoniem. Persoonlijk contact is beter.

Welke vraag zou Olcay geholpen hebben?
Hoe gaat het met je? Kan ik iets voor je doen?

Het is lastig als leraar om een gesprek te voeren met een kind als de ouders er (nog) niet van weten. Zeker ouders in deze tijd, ze zijn erg mondig. Wat is de eerste stap volgens jou?
De vraag stellen: hoe gaat het thuis? Ik maak me zorgen over uw kind, ik wil graag met u erover praten.

We weten uit cijfers dat 1 op de 5 kinderen dingen meemaken met geweld en of misbruik of geestelijk mishandeling….dus hoe kan het dan dat niet elk kind gehoord wordt en dat er niet meer gedaan wordt?
Omdat mensen in de omgeving van het kind/gezin genoeg redenen vinden, om niet in actie te komen: bijvoorbeeld het is niet aan mij om dit bespreekbaar te maken, dit soort ouders doen dat niet, ik wil de goede relatie niet op het spel zetten, ik ben bang voor represailles etc.

 

Terugkijken: college Seksueel geweld tegen kinderen

In de week tegen kindermishandeling 2020 organiseerde de Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant een reeks colleges. Studenten, professionals en inwoners Hart van Brabant konden de livestream volgen en via de chat vragen stellen aan een expert.

In de week tegen kindermishandeling 2020 organiseerde de Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant een reeks online colleges. In het college op vrijdag 20 november 2020 ging Frank van Pamelen in gesprek met Gideon van Aartsen, specialist bestrijding seksuele uitbuiting minderjarigen, over hoe we kunnen voorkomen dat kwetsbare kinderen slachtoffer worden van seksueel misbruik. Hadeline Vorselaars, specialist veiligheid en mensenhandel bij de gemeente Tilburg, verzamelde de vele vragen van de deelnemers. Na dit college was de afsluiting van de week tegen kindermishandeling 2020 door Marcelle Hendrickx, wethouder jeugd gemeente Tilburg en voorzitter van de Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant.

> Onderaan deze pagina is het college terug te zien en ook de antwoorden op vragen die niet tijdens het college beantwoord konden worden.

Seksueel geweld tegen kinderen

Seksueel geweld tegen kinderen is een veelvoorkomend en ingrijpend probleem. Naar schatting maakt 1 op de 3 kinderen ooit een strafbare vorm van seksueel geweld mee. En jaarlijks worden in Nederland zo’n 21.000 kinderen voor het eerst slachtoffer van seksueel geweld. Cijfers die zo hoog zijn dat je het je bijna niet kunt voorstellen.

Waar we het dan over hebben? Over kinderen en jongeren die thuis of door een onbekende volwassene seksueel worden misbruikt, door een ‘loverboy’ worden mishandeld en uitgebuit, van wie door leeftijdsgenoten naaktbeelden zijn gemaakt die online worden gedeeld of waarmee ze gechanteerd worden. Ervaringen waar kinderen meestal niet uit zichzelf over vertellen, omdat ze zich er bijvoorbeeld voor schamen, of omdat ze niet weten dat het niet normaal is dat het ze overkomt. En allemaal ervaringen waarvan kinderen enorme schade kunnen ondervinden. Hoe kunnen we kinderen weerbaar maken tegen al deze vormen van seksueel geweld? En hoe kunnen we ouders duidelijk maken wat er allemaal in de kinder- en jongerenwereld gebeurt. 

Over de expert

Gideon van Aartsen is directeur van het Child Protection Research Centre (CPRC), jurist en voormalig onderzoeksjournalist en tv-documentairemaker voor KRO, Llink, BNN, TROS en AVRO. Hij is gespecialiseerd in de bestrijding van kindersekstoerisme en gedwongen prostitutie met minderjarige slachtoffers (mensenhandel). Gideon was zes-en-half jaar lid van de Raad van Toezicht van Free A Girl. In 2015 zette hij voor Terre des Hommes WATCH Nederland op, gericht op de aanpak van ‘loverboys’. Samen met high tech crime specialist Bas Eikelenboom nam hij in 2019 het initiatief om CPRC op te richten. Beiden wijdden zich jarenlang aan de strijd tegen (seksuele) uitbuiting van minderjarigen. CPRC onderzoekt, online en op locatie, mogelijke mensenhandel, waarvan kinderen of kwetsbare jongeren slachtoffer zijn. Extra focus ligt op seksuele uitbuiting en misbruik.

Over de presentator

Frank van Pamelen studeerde Letteren aan de Katholieke Universiteit Brabant en is schrijver, dichter en kleinkunstenaar. Op dit moment is hij o.m. columnist op NPO Radio 1 en bij Brabants Dagblad.

Vragen en antwoorden

Hoe kan je het gesprek aangaan met een kind? Als hulpverlener, maar ook als ouder.
Het is belangrijk vragen te stellen en niet te oordelen. Het belangrijkste is dát je het gesprek aangaat bij vermoedens. Uit onderzoek en ervaringsverhalen weten we dat het voor kinderen heel moeilijk is om uit zichzelf hun verhaal te delen. Die drempel is heel hoog, helemaal wanneer er ook sprake is van angst en dreiging. Ga er daarom niet vanzelfsprekend vanuit dat een/je kind je wel in vertrouwen neemt. Benoem wat je ziet, waar je je zorgen over maakt en waarom. Laat weten dat je er bent en wil luisteren naar hun verhaal.

Sommige hebben zoveel macht…..ik woonde ergens, had geen zeggen schap over waar ik heen ging en zelf mijn financiën hadden ze….en dreigde met mijn familie wat aan doen….hoe kan je de angst wegnemen? De politie ging erna onderzoek doen en daders verhoren maar zaak werd geseponeerd, dus ik liep gevaar omdat ze wisten dat ik aanklacht en aangifte heb gedaan, dus je loopt soms meer gevaar door het te vertellen aan politie. Dus heel veel jongens meisjes durven dat niet…..maar hoe kun je de angst wegnemen? dat als je praat jij en je familie geen gevaar lopen. Als je praat loop diegene die jou verhaal gehoord hebt gevaar…hoe kan je de angst wegnemen?
Wat een moeilijke situatie. Steeds meer gemeenten/regio’s hebben een zorgcoördinator Mensenhandel. Deze heeft contact met veel verschillende partijen om te zorgen dat je de juiste zorg krijgt. De veiligheid van slachtoffers staat daarbij voorop. De zorgcoördinator kan je ook helpen bij het doen van aangifte. De zorgcoördinator voor Hart van Brabant (Tilburg en omliggende gemeenten) kan je bereiken via mensenhandel@tilburg.nl. Mocht je elders wonen, kan deze zorgcoördinator je ook in contact brengen met de zorgcoördinator van jouw gemeente.

Wat kun je doen als je vermoedens hebt dat een cliënt (kind) zich bevindt in de loverboyproblematiek, rekening houdend met culturele verschillen?
Dit is inderdaad een extra factor om rekening mee te houden. Stel vragen en geef het kind aan dat zij/hij slachtoffer is en geen dader en kijk met het kind wat een veilige oplossing zou kunnen zijn. Kijk ook eens naar de signaalkaarten van seksuele uitbuiting op www.ditisookmensenhandel.nl Daar staan ook meer tips en adviezen op. Het is ook altijd mogelijk om contact op te nemen met Veilig Thuis via 0800-2000 of de chatfunctie. Je kan een situatie ook anoniem bespreken en om advies vragen. Bij Veilig Thuis werken ook mensen die kennis hebben van culturele verschillen en de rol die deze kunnen spelen in situaties van mogelijke loverboyproblematiek.

U heeft het over de prostitutie en dan specifiek meisjes, wat zijn de cijfers over de misbruik van jongens?
Dit is een vraagstuk dat nog meer verborgen is en waarover nog minder bekend is. Gelukkig is hiervoor, onder meer door een onderzoek van Lumens (2018) en een grote rechtszaak in Utrecht meer aandacht en wordt er meer onderzoek naar gedaan.

Wat zou je adviseren aan ouders of mij als hulpverlener wanneer een tiener in de macht is van een loverboy?
Neem contact op met de zorgcoördinator Mensenhandel. Dan kan de situatie professioneel worden beoordeeld en kan gezamenlijk worden gezocht naar de beste oplossing. Het is ook belangrijk om goed bij te houden wat er gebeurt en waarover je precies zorgen maakt. Uiteraard heb je te maken met het zogenaamde ‘onderbuikgevoel’, daar mag je ook naar luisteren. Aanvullend daarop is het van belang om de zorgen die je hebt, zo concreet mogelijk te maken. Op die manier kunnen hulpverleners en eventueel politie een zo goed mogelijk beeld krijgen van de situatie en beter ondersteunen en adviseren. Dat is ingewikkelder op basis van onderbuikgevoelens. Dus houd bijvoorbeeld bij hoe vaak een kind weg loopt van huis, opgehaald wordt van school of huis, veranderende uiterlijke kenmerken, probeer zorgelijk gedrag zo concreet mogelijk te omschrijven. Dat maakt ook het voeren van een gesprek gemakkelijker, zowel met de tiener als met de professionals die je inschakelt om je zorgen mee te bespreken.

Kun je deze situaties ook melden bij Veilig Thuis? ik hoor over regionale meldpunten, maar een landelijk nummer is wel zo makkelijk
Melden kan inderdaad bij Veilig Thuis. (0800-2000). De zorgcoördinator mensenhandel heeft ook contact met Veilig Thuis in casuïstiek, wanneer dat nodig is. Mensenhandel valt ook onder de meldcode Huiselijk Geweld. De aanpak van mensenhandel is niet overal op dezelfde manier geregeld en Veilig Thuis kan zorgen dat een signaal op de juiste tafel komt. Binnen Brabant en Zeeland zijn overal zorgcoördinatoren aangesteld en het is belangrijk dat zij zo snel mogelijk worden betrokken bij een casus als er vermoedens zijn van mensenhandel.

Het landelijk netwerk van Centra tegen Seksueel Geweld is zeer professioneel bezig, in een samenwerking tussen politie, medici en hulpverlening op één plek. Door al die losse meldpunten zien slachtoffers door de bomen het bos niet meer. Shoppen langs de loketten maakt het trauma alleen maar groter en de machteloosheid en wanhoop steeds groter. Dat zijn wel heel veel drempels die een kind moet nemen, als een loket niet helpt, zoek een ander loket!
Niet in alle gevallen kan een slachtoffer naar een Centrum tegen Seksueel Geweld. Inderdaad is shoppen langs verschillende meldpunten zéér onwenselijk. Daarom wordt hard gewerkt aan goede lijnen tussen de verschillende ‘loketten’ waar slachtoffers zich kunnen melden of waar zicht kan zijn op (potentiële) slachtoffers, zodat de professionals achter deze loketten kunnen zorgen dat een slachtoffer niet hoeft te gaan shoppen maar dat snel gezorgd kan worden voor veiligheid en hulpverlening.

Wat kun je doen als een kind de gevaren niet lijkt in te zien en haast vrijwillig lijkt mee te werken? Bijvoorbeeld door gevoeligheid voor beloningen, geld etc…
Het blijft belangrijk om met het kind in gesprek te blijven en te wijzen op risico’s, veroordelen en verbieden werkt in veel gevallen averechts. Schakel eventueel professionele hulp in of vraag bijvoorbeeld advies via een vertrouwenspersoon op school of de huisarts. Deze kan ook advies vragen bij de zorgcoördinator Mensenhandel. Zie verder het antwoord op vraag 5.

Zou het niet mogelijk zijn dat hier vanuit beleid 1 centraal punt komt voor iedereen, kind en derden die de melding aanneemt en zorgt dat het op de juiste plek komt?
Dat is inderdaad zeker wenselijk. Binnen de gemeente Tilburg wordt hard gewerkt aan een eenvoudige meldroute. Landelijk wordt hier ook voor mensenhandel aan gewerkt.

Webinars terugkijken

De regionale Taskforce Kindermishandeling organiseert samen met partners regelmatig webinars en online workshops voor verschillende doelgroepen. De webinars worden opgenomen en gepubliceerd zodat iedereen die dat wil ze kan terugkijken.

> Webinars terugkijken