Terugkijken: college De schaamte voorbij

In de week tegen kindermishandeling 2020 organiseerde de Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant een reeks colleges. Studenten, professionals en inwoners Hart van Brabant konden de livestream volgen en via de chat vragen stellen aan een expert.

In het college op woensdag 18 november 2020 ging Jeroen Latijnhouwers in gesprek met Karin Bloemen. Karin Bloemen is slachtoffer van verschillende vormen van kindermishandeling en weet als geen ander hoe moeilijk het is om dit onderwerp bespreekbaar te maken. Teun Haans, clustermanager bij Sterk Huis en lid van de Taskforce Kindermishandeling, verzamelde de vele vragen van de deelnemers.

> Onderaan deze pagina is het college terug te zien en ook de antwoorden op vragen die niet tijdens het college beantwoord konden worden.

Over dit college

Karin Bloemen is slachtoffer van verschillende vormen van kindermishandeling waaronder seksueel misbruik. Als ervaringsdeskundige weet ze als geen ander wat er nodig is om te zien en te handelen bij vermoedens, signalen en sporen van kindermishandeling. En ook hoe moeilijk het is om het bespreekbaar te maken en om in actie te komen. Zij zelf is pas heel laat hierover gaan spreken. De omgeving van een kind, maar zeker ook beroepskrachten, kunnen hier een belangrijke in rol spelen. In de signalering, in de aanpak en in verwerking van de opgelopen trauma’s.

Met dit college willen we het brede publiek aanspreken. Iedereen kan een cruciale rol spelen: hoe eerder de signalen opgepakt worden hoe beter. En toch gebeurt dit te weinig. Er kan veel meer worden gemeld en gehandeld. Nog te vaak staat de vertrouwensrelatie, privacy en onzekerheid in de weg om tot actie over te gaan.

De expert

Karin Bloemen bracht in 2019 haar boek ‘Mijn ware verhaal’ uit, waarin ze uitgebreid vertelt over haar verleden met misbruik, mishandeling en angst. ‘Vanuit een diepgewortelde schaamte wordt alles ontkend en doodgezwegen,’ aldus Bloemen. Met die schaamte wil ze afrekenen. Ze schreef het boek ook voor andere slachtoffers. ‘Ik wil ze zeggen: praat erover. Praten kan je redden. Als je dat niet doet, bescherm je alleen de dader. Geheimen vreten je op.’ Inmiddels is ze overladen met reacties van mensen die zich herkennen in haar verhaal en zich nu ook uitspreken over hun eigen misbruik. Ook helpt en coacht ze andere ervaringsdeskundigen om hun verhaal naar buiten te brengen.

Het onlangs verfilmde boek ‘Maar buiten is het feest’ van Arthur Japin is geïnspireerd op het schokkende verleden van Karin Bloemen. Karin leefde continu in een huis, waarin misbruik, mishandeling, vernedering en intimidatie aan de orde van de dag waren.

De presentator

Jeroen Latijnhouwers is journalist en radio- en televisiepresentator. Hij werkte onder andere bij Omroep Brabant, Veronica Nieuwsradio, RTL Sport, Omroep Max en als presentator van RTL Nieuws.

Vragen en antwoorden

Hoe was het voor je om je verhaal op papier te zetten?
Pas toen ik vanwege een knieoperatie in het ziekenhuis lag, toen voelde ik weer hoe afhankelijk en gevangen ik zat en hoe onveilig ik me voelde. Toen realiseerde ik me: “ zo moet ik het opschrijven want dit gevoel gaat nooit meer weg”. Het gevoel van angst, gevangenschap en onveiligheid. Dit boek moet ik schrijven om de mechanieken te laten zien en dat mensen dat kunnen herkennen. En door het loslaten van mijn angst, mijn verhaal liet ik mijn kilo’s los. Ik verloor door dit proces 30 kilo.

Welke vraag had je wel geholpen als je moeder je een andere vraag had gesteld?
Mijn moeder wilde eigenlijk helemaal niet het antwoord horen, dat weet je als kind. Ze had haar jas nog aan, ze was net uit het ziekenhuis en hield afstand van me. Haar blik was zo afkeurend dat ik dacht, hier ga ik helemaal niet aan meedoen. En ik moet haar beschermen. Ze had me apart moeten nemen, zeggen dat ze van me houdt, dat ze zich zorgen maakt en dat wat ik ook vertel, dat het niet mijn schuld is en wat er ook gebeurt dat zij er zal zijn om me te beschermen. En dat heeft ze allemaal niet gedaan. En ook nog eens in mijn eigen huis, je kunt nergens heen.

Wat een mooi verhaal Karin. Wat maakte het dat je dacht het moet verteld worden, terwijl je eerst alleen maar angst voelde?
Ze noemen het wel de kracht van je jeugd. Ik was er echt zo klaar mee, ik was zo lang vernederd. Mijn vader was overleden, waardoor ik besefte dat hij me niet meer kon komen redden. Hierdoor dacht ik, ik moet het zelf doen want hoeveel erger kon het nog worden. Het kon me niet meer schelen, ook al zou mijn stiefvader me in elkaar slaan. Ik was los.

Wanneer wist u dat wat uw stiefvader deed verkeerd was?
Ik gaf eerder aan vanaf 12 jaar, maar eigenlijk weet je het al vanaf het eerste moment dat het gebeurt. Niemand zit in je broekje en als iemand dat toch doet en gelijk erbij zegt ‘ je houdt je mond hierover dicht hè’, dan weet je gewoon dat dit iets is wat niet mag. Je gaat in de overleefstand en je gaat gelijk in doodsangst.
Het is naar wat je voelt en als iemand je gelijk de mond snoert en zegt dit is ons geheimpje, dan weet je genoeg. Maar dan zie ik hem met mijn zus, dan denk je ‘nou zo geheim is het dus allemaal niet’! Je wordt heel cynisch. Je krijgt gelijk een volwassen kijk op de situatie krijgt, je bent ook gelijk volwassen.

Kreeg je geen hulp toen het bekend was geworden?
Kort antwoord nee. Er is wel een keer een sociaal werker geweest die met ons wilde bespreken of we elkaar konden vergeven en weer met elkaar in een huis konden wonen. En toen dacht ik, nou nee dus!

Heeft therapie wel geholpen?
Ik ben pas met therapie gestart toen ik 27 of 28 jaar oud was en omdat Adelheid Roosen tijdens het maken van Purper zei, moet jij niet eens naar een therapeut? Maar mijn stiefvader zei altijd, ik hoef niet de psychiater want ik ben niet debiel. En dat dacht ik ook. Pas als je de waarde van psychiatrie/therapie snapt, dat iemand een gesprekspartner is die naar jou luistert en niet komt met zijn eigen verhaal en het om jouw agenda gaat, toen pas begon ik. Een echte eyeopener.

Hoe heeft u de keuze gemaakt om uw ervaringen in uw shows te betrekken?
Dankzij Adelheid Roosen deed ik mee in Purper en heb ik de zin “ wilt u a.u.b. niet uw vinger in een meisje van 7 jaar stoppen” in kinderstem opgevoerd. Dit was het enige wat ik durfde te zeggen en de hele zaal viel stil. Ik dacht ook doe dit nu niet, want er zitten ook ouders in de zaal die dit misschien doen. Want het zijn natuurlijk altijd de ouders die dit veroorzaken.

Was je niet vaak weg van huis?
Ja, ik was heel druk op school, veel projecten die gedaan moesten worden. Ik was inderdaad graag weg.

Zou een droomdag, die nu aan kinderen met een traumatische ervaring wordt aangeboden, destijds je hebben geholpen?
Alles had iets kunnen betekenen, maar er werd vroeger niet over gesproken, dus dit kon ik me niet eens voorstellen. Maar het feit dat mensen met je aan de slag gaan dat koester je en is erg belangrijk.

Wat was voor de reden om uw verhaal met de wereld te delen en wat hoopte u voor invloed te hebben?
Het redden van een ander.

Hoe heeft u het Stockholm syndroom ervaren?
Ik kende het syndroom niet en ik kon niet begrijpen dat mijn zus en moeder dit deden, hieraan leden.
Pas toen ik het boek las over het leven van Natascha Kampusch, die tien jaar gevangen heeft gezeten en ook die eigenschappen vertoonde, kon ik het enigszins plaatsen. En toen pas begreep ik dat mijn moeder en zus eraan leden. Je moet eraan meedoen anders wordt je leven een hel.

Waarom denk je dat familieleden niet willen weten dat hun familieleden seksueel zijn misbruikt?
Schaamte, schuldgevoel, schande en dat er iets moet gaan gebeuren voor een volgende stap. Ook zij zijn bevroren en niet handelingsbekwaam. Als je er niet over praat, is het er niet.
En de angst voor consequenties, je komt in de bijstand, je bent je huis kwijt enz. enz. Ook de angst voor consequenties moet je bespreekbaar maken.

Ik ben een mannelijk maatschappelijk werker. Heb je destijds meer weerstand gevoeld om je verhaal met een man te delen?
Ja, toen wel. Maar dan praat je over de jaren 70. De macht ligt wel bij mannen en daardoor hoopte ik op een man die mijn stiefvader aankon. Vrouwen werden door mijn stiefvader om de tuin geleid.
Een krachtige hulpverlener is echt belangrijk, een die daadkrachtig over komt.

Heb je het later nog met je moeder kunnen bespreken als volwassene?
In gesprek bij een psychiater bleek dat mijn moeder net zo onmachtig was als ons allemaal. Zij heeft geen verantwoordelijkheid genomen en gaf destijds aan dat ik sterker was dan zijzelf. Ik was te sterk voor mijn moeder. Daardoor ontstond er thuis een vreemde situatie.

Wat vind je van de rol die de kindertelefoon kan spelen?
In deze tijd is dat perfect, want iedereen heeft een telefoon en daar kun je op elke hoek van de straat mee bellen.